blog

Blog – Leidt privatisering van het bouwproces tot een private ruimte?

Stedenbouw

Door Els Leclercq – Het eigendom maar ook het onderhoud van de openbare ruimte komt steeds vaker in handen van private actoren, zowel ‘corporate’ bedrijven als organisaties zonder winstoogmerk zoals bewonersverenigingen of andere belangengroepen. Deze partijen stellen vaak andere, (voor hen) specifieke eisen met betrekking tot toegang en gebruik van de ruimte waardoor de publieke waarden (zoals we die toekennen aan publieke ruimte) in het gedrang kunnen komen. Vormt privatisering hiermee een bedreiging voor het publieke karakter van de openbare ruimte?

Blog – Leidt privatisering van het bouwproces tot een private ruimte?
Lokale bewoners verbeteren aanzien van de wijk Granby4Streets in Liverpool, beeld Els Leclercq

Deze vraag wordt in een serie van vijf artikelen vanuit verschillende perspectieven beantwoord. In dit tweede deel wordt ingegaan op de rol van private en publieke actoren in het stedelijk bouwproces. Leidt een publiek proces tot een publieke ruimte en ook omgedraaid: leidt een geprivatiseerd proces (of de deelname van private actoren) tot een geprivatiseerde ruimte? De artikelen zijn geschreven naar aanleiding van een promotieonderzoek naar privatisering van de publieke ruimte in een drietal casussen in Liverpool, UK.

De drie studiegebieden in Liverpool die zijn geanalyseerd, onderscheiden zich door een verschillende verhouding tussen publieke en private actoren in het organisatieproces van ontwerp, implementatie en onderhoud. Zo is er een volledig geprivatiseerd gebied, een gebied dat ontwikkeld is door een publiek-private samenwerking en een door de lokale overheid geleide stedelijke vernieuwing, die na weinig succes door lokale bottom-up initiatieven is overgenomen. Voor elk van de drie gebieden is gekeken wie toegang had tot het proces, wie beslissingsbevoegdheid had en hoe de onderlinge verhoudingen waren. Samengevat: hoe inclusief of ‘publiek’ het proces was.

Van private ontwikkelaar tot social investor

Het eerste gebied, Liverpool ONE, is een volledig geprivatiseerd, gemengd binnenstedelijk gebied. Liverpool Council ‘verkocht’ deze 16 hectare aan een private ontwikkelaar die het gebied ontwierp, ontwikkelde en nu ook beheert. Het tweede gebied, de Ropewalks, werd ontwikkeld door een publiek-private samenwerking. Zij stelde een integrale ontwikkeling voor waarbij (Europees) publiek geld werd gebruikt voor de herinrichting van de publieke ruimte. De gedachte hierbij was dat particuliere investeerders zouden vanzelf zouden volgen, aangetrokken door de opgeknapte ruimte.

Liverpool One en de Ropewalks, beeld Els Leclercq

Liverpool One en de Ropewalks, beeld Els Leclercq

Het derde gebied is Granby4Streets, een achterstandswijk waar in 1981 jongeren door hun uitzichtloze situatie in opstand kwamen tegen de autoriteiten. De overheid beloofde te werken aan verbetering van hun omstandigheden. In de ruimtelijke praktijk draaide dit uit op het slopen van oude woningen en het neerzetten van (suburbane) nieuwbouw. Bewoners werden elders gehuisvest. Gevolg was dat allerlei sociale netwerken en structuren te gronde gingen. Een groep actieve bewoners vocht jarenlang voor behoud van de woningen en netwerken in de wijk Granby4Streets. Nadat in 2010 de kleur van de nationale politiek veranderde en geldstromen voor wijkverbetering werden stopgezet, zagen zij hun kans schoon. Met behulp van een ‘social investor’, een vermogende particulier met sociale intenties, kregen ze de herontwikkeling van hun wijk op gang op de manier die zij altijd al voor ogen hadden.

Gerenoveerde woningen in Granby4Streets vs door de overheid ontwikkeld suburbaan alternatief ten noorden van G4S, beeld Els Leclercq

Gerenoveerde woningen in Granby4Streets vs door de overheid ontwikkeld suburbaan alternatief ten noorden van G4S, beeld Els Leclercq

Publiek karakter van het proces

Als we dan kijken naar het ‘publieke karkater’ van het proces – wie had er toegang tot het proces, wie had beslissingsbevoegdheid, was er vertrouwen tussen de verschillende partijen – dan blijkt dat zowel de private als publieke top-down gecoördineerde processen een geringe mate van ‘publiek karakter’ bezaten, zowel op het vlak van controle en beslissingsbevoegdheid (‘eigenaarschap’) als toegankelijkheid van het proces. De publiek-private samenwerking en de door bewoners geïnitieerde coöperatieve benadering, bestaande uit een verscheidenheid aan publieke en private actoren (zowel corporate als non-profit), had een grotere mate van ‘publiek karakter’ en een groter vertrouwen tussen de verschillende actoren.

Deze bevindingen uit de drie casussen in Liverpool leiden tot de conclusie dat een multi-stakeholderproces, waarin zowel publieke als private actoren samenwerken en beslissingsbevoegdheid hebben, een grote mate van ‘publicness’ (of publiek karakter) in het bouwproces heeft. Zowel in de door de lokale overheid als de door de private ontwikkelaar geleide top-down projecten is er een gebrek aan inclusiviteit gebleken omdat maar weinig actoren effectief inspraak hadden in het proces (weinig mogelijkheden tot het indienen van alternatieve voorstellen, geen beslissingsbevoegdheid). De besluitvormingsprocedure lag volledig in handen van één actor, waardoor de toegankelijkheid tot het proces zeer beperkt was voor andere (publieke of private) actoren.

Publiek/ privaat vs toegankelijkheid in ontwerp/implementatie en onderhoudsfase

Publiek/ privaat vs toegankelijkheid in ontwerp/implementatie en onderhoudsfase

Nieuwe samenwerkingsverbanden

Op basis van de bevindingen van de drie casussen kunnen we daarom concluderen dat de mate van publiek karakter in het bouwproces baat heeft bij een proces waarin een verscheidenheid van zowel publieke als private partners gezamenlijk de beslissingsbevoegdheid hebben. Een groot vertrouwen tussen de verschillende partijen is daarbij van belang. Deze private partners zouden idealiter niet alleen bestaan uit grote spelers maar juist ook uit lokale belangen- of bewonersverenigingen, ondernemers, enz.  Om deze kleine spelers een gelijkwaardige positie te geven in het speelveld moet gebiedskennis makkelijk toegankelijk zijn, zodat alle actoren op basis van dezelfde informatie kunnen participeren en communiceren. Nieuwe digitale toepassingen (zoals 3D-simulatiesoftware, GIS etc.) bieden hier goede kansen voor.

De overheid, als representatie van de wil van het volk, dient in dergelijke stedelijke processen het algemeen belang te bewaken. Zo kunnen private actoren in nieuwe samenwerkingsverbanden juist bijdragen aan een publiek en inclusief proces.

Reageer op dit artikel