artikel

Droom van circulaire stedenbouw – Experiment van IBA Parkstad

Stedenbouw

Door Harm Tilman – Meer dan veertig jaar geleden sloot de laatste mijn in Zuid-Limburg. De regio probeert zichzelf opnieuw uit te vinden en de in 2013 opgerichte IBA Parkstad speelt daar een belangrijke rol als aanjager en verbinder. Mede dankzij deze organisatie staat circulariteit hoog op de agenda. In de zomer van 2020 zullen de eerste resultaten aan het publiek worden voorgesteld.

De Oostelijke Mijnstreek in Zuid-Limburg is een gebied waarin stedelijke en rurale nederzettingen en stukken glooiend landschap elkaar afwisselen. Dit verstedelijkte landschap kampt na de sluiting van de mijnindustrie, veertig jaar geleden, met fenomenen als leegstand, bevolkingsafname en werkeloosheid. De regio is druk doende de bakens te verzetten, voortbouwend op de aanwezige energie, de tastbare sporen van het historische verleden, de ligging nabij Duitsland en de beleving van het landschap. Ze doet dit onder meer door IBA Parkstad te organiseren.

IBA Parkstad - Upcycling en hergebruik in het GTB Lab van Elma Durmisevic

Upcycling en hergebruik in het GTB Lab van Elma Durmisevic

Parkstad is een samenbundeling van de Limburgse gemeenten Brunssum, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Beekdaelen, Simpelveld en Voerendaal. Samen met de provincie Limburg richten zij in 2013 IBA Parkstad op. In het kader van deze Internationale Bauausstellung (IBA) worden projecten ontwikkeld die regio en nederzettingen een impuls beogen te geven. Succesvolle Duitse IBA’s zoals Emscherpark en Berlijn laten zien dat ze een effectief instrument vormen voor regionale en sociale innovatie.

In het kader van de voorgenomen transformatie van Parkstad vindt een aantal interessante circulaire experimenten plaats die volgend jaar aan het publiek worden gepresenteerd. Naast nieuwbouw op circulaire basis, wordt ook veel nagedacht over renovatie waarbij bestaande structuren opnieuw worden gebruikt en ingezet. Het vormt een opmaat naar circulaire stedenbouw.

IBA Parkstad - Durmisevic onderscheidt drie dimensies van dynamische gebouwen: aanpassing van ruimte, ereconfiguratie van constructie, scheiding van materiaal en elementen

Durmisevic onderscheidt drie dimensies van dynamische gebouwen: aanpassing van ruimte, ereconfiguratie van constructie,  scheiding van materiaal en elementen

Circulaire stedenbouw

Binnen deze circulaire stedenbouw vallen vooralsnog twee richtingen te onderscheiden. Beide bieden binnen de duurzaamheidsagenda van IBA Parkstad veelbelovende aanknopingspunten voor de architectuur.

In een eerste benadering worden gebouwen zo ontworpen dat ze voor bepaalde tijd bestaan om ze daarna uit elkaar te halen en opnieuw te bouwen. Ze zijn gemakkelijk te demonteren, als ze niet meer beantwoorden aan actuele menselijke behoeften. Vervolgens worden ze opnieuw ontworpen.

Dergelijke gebouwen onderscheiden zich door hun, in de woorden van Thomas Rau, circulair potentieel. Het belangrijkste daarbij is dat wanneer je ze uit elkaar haalt, de materialen niet aan waarde zullen inboeten. De functies vormen in dergelijke gebouwen tijdelijke bezigheden. Scheidingswanden bijvoorbeeld kun je verschuiven om zo de inrichting aan te passen.

Volgens de andere opvatting zijn gebouwen open systemen die zichzelf vernieuwen. Dergelijke gebouwen voegen zich naar het gebruik dat de bewoners ervan maken en bewegen mee met toekomstige veranderingen, bijvoorbeeld dankzij aparte toegangen naar de werkruimten, open woonruimten met kolommen en ontbrekende scheidingswanden naar de andere woningen.

IBA Parkstad - Dankzij omkeerbare verbindingen kunnen materialen en elementen worden weggenomen en vervangen zonder deze te beschadigen

Dankzij omkeerbare verbindingen kunnen materialen en elementen worden weggenomen en vervangen zonder deze te beschadigen

Dynamische bouwconcepten

In Heerlen werkt men in het kader van de IBA aan een duurzaamheidslab. Dit zogenoemde GTB Lab fungeert als een demonstratieplein van circulaire concepten. Het laat zien hoe je circulaire gebouwen kunt realiseren, zonder afval te produceren. Ook laat het zien hoe je gebouwen aanpast van de ene naar andere functie. Dat is de kern van experimenten die in het lab gaan plaatsvinden.

Het lab werkt samen met tal van industriële partners uit Nederland. Zo worden met de bouwindustrie producten ontwikkeld en toegepast. Ook entameert het lab gesprekken over de logistiek van het circulaire bouwen en de financiële modellen die nodig zijn om producten terug te halen. Tot slot neemt het lab de regelgeving onder de loep en ontwikkelt het methoden om circulariteit te meten. Zo weet je dat je de beloofde prestatie ook echt terugkrijgt.

Doel van het lab is de transitie van statische gebouwen naar dynamische gebouwen. Als je een gebouw ontwerpt als een statisch product, dan doe je dat met het oog op een bepaalde functie of bestemming, aldus Elma Durmisevic. Feitelijk ontwerp je het dan om gesloopt te worden. Het lab probeert juist dynamische bouwconcepten te ontwikkelen. Het leven van mensen is immers niet statisch en architectuur dient dit leven te ondersteunen. Transformatie van gebouwen komt hiermee nadrukkelijk op de agenda te staan.

Durmisevic onderscheidt drie dimensies. Voor de ruimtelijke transformatie van gebouwen zijn dynamische structuren nodig met vaste kernen en variabele elementen. Voor de reconfiguratie van technische installaties en producten ontwikkelt ze flexibele modulen en systemen. Tot slot is volgens haar een standaardisatie van verbindingen nodig, als je materialen wilt vervangen zonder ze te beschadigen. Met deze aanpak verwacht Durmisevic afval te reduceren tot minimaal tachtig procent en gebruik van maagdelijk materiaal met minimaal zeventig procent. Ook wordt het volgens haar mogelijk installaties aan te passen zonder afval te produceren.

IBA Parkstad De circulaire module is ontwikkeld met het oog op volledige omkeerbaarheid Beeld Elma Durmisevic

De circulaire module is ontwikkeld met het oog op volledige omkeerbaarheid Beeld Elma Durmisevic

IBA Parkstad De circulaire module is ontwikkeld met het oog op volledige omkeerbaarheid Beeld Elma Durmisevic

Industrialisatie van de bouw

Als je al het sloopafval uit Limburg in containers stopt, heb je liefst 2.144 voetbalvelden nodig. Slechts drie procent daarvan wordt op dit moment hergebruikt. Het doel moet zijn om dat uit te bouwen tot honderd procent. Volgens Erol Öztan, directeur van Ingenieursbureau IOB Re Use Materials, zijn hergebruik en circulariteit niet mogelijk zonder industrialisatie op te zetten. Je zult op industriële wijze uit materiële stromen producten moeten gaan vervaardigen. Anders kost het te veel tijd. Je hebt snelheid en massa nodig. Databases alleen zijn niet voldoende.

Öztan werkt met steun van IBA Parkstad aan het Resource House, een met afval ontworpen huis. Uit sloopmaterialen zijn frames gemaakt, die op dit moment verder worden ontwikkeld. In samenhang hiermee heeft hij een datasysteem opgezet voor her te gebruiken materialen. In dit Cirdax worden de maatvoeringen, kleuren en eigenschappen van de bouwmaterialen uit bestaande gebouwen opgeslagen. Door zoektermen in te geven krijgen architecten informatie over potentiële vindplaatsen en de momenten waarop materialen vrijkomen.

Om dit alles te doen slagen dient volgens Öztan de overheid een CO2-label voor nieuwe gebouwen in te voeren. Alleen dan verplicht je eigenaren tot een lage footprint en zo min mogelijk CO2-impact. Een dergelijk label verplicht architecten ook zich te verantwoorden voor de herkomst van materialen. Daarmee dwing je hen daar op de juiste manier mee om te gaan. Inzet van deze benadering is de komende transformatieopgave in Limburg om te zetten in industriële standaarden. Volgens Öztan en Durmisevic ben je dan pas klaar voor de circulaire economie.

IBA Parkstad Resource House van Erol Öztan

Resource House van Erol Öztan

IBA Parkstad Interieur van het Resource House, ontwerp Erol Öztan

Interieur van het Resource House, ontwerp Erol Öztan

Circulaire stedelijke ruimte

De transformatieopgave heeft evenzeer betrekking op bestaande als op nieuwe nederzettingen. In Limburg vinden tal van interessante experimenten plaats, waarbij materialen uit slooppanden op inventieve wijze worden hergebruikt en toegepast in een circulaire stedelijke ruimte. Voorbeelden zijn te vinden in Brunssum en Kerkrade, waar gewerkt wordt aan de herinrichting van de gebouwde omgeving.

Het Treebeekplein vormt het hart van Treebeek, een voormalige mijnwerkerskolonie in de gemeente Brunssum. Dit tuindorp is in 1913 ontworpen door de Amsterdamse architect Willem Leliman (1878-1921). In de jaren zestig is de tuindorpbebouwing rondom het plein vervangen door portiekflats. De inrichting van de openbare ruimte veranderende navenant. Het middenplantsoen met muren, vijvers en hagen werd na de komst van de flats ingericht als een Engels landschapspark met slingerpaden, gemakkelijk te onderhouden grasvelden en veel ruimte voor parkeren.

De nieuwe inrichting voor het plein, een ontwerp van Ziegler Branderhorst, sluit aan op het historische karakter van het tuindorp. Dit is conform de renovatie die Jo Janssen Architecten in opdracht van de corporatie Wonen Zuid in 2010 ontwierp. Janssen wilde het tuindorp van binnenuit leven inblazen en een nieuwe stedenbouwkundige samenhang geven. Tot nu toe realiseerde hij 45 grondgebonden woningen aan de noordzijde van het Treebeekplein, op basis van veertien verschillende levensloopbestendige woningtypen met flexibele plattegronden. De nieuwbouw aan de zuidzijde, in dezelfde terughoudende bouwstijl, zal spoedig volgen.

Treebeekplein IBA Parkstad Stedenbouwkundig plan van Treebeekplein in Brunssum door Ziegler Branderhorst

Stedenbouwkundig plan van Treebeekplein in Brunssum door Ziegler Branderhorst

Het ontwerp van Ziegler Branderhorst trekt de intenties van Janssen verder door. Het Treebeekplein wordt in ere hersteld en krijgt een eigentijdse invulling. Het ontwerp situeert zich op het snijvlak van sociale programma’s (Treebeek in beweging), de opgave van waterbuffering en klimaatbestendigheid en het parkeervraagstuk. De ontwerper heeft deze opgaven samen met de bewoners aangepakt, onder andere door in het proces een aantal lokale helden een podium te geven.

Beeldbepalende bomen worden gespaard en aangevuld met bloemenborders, heesters en nieuwe bomen. De ronde vijver in het midden markeert het diepste punt van Treebeek en vangt het regenwater uit de buurt op. Van de vijver, voorheen een kuil, is een centraal motief in het plan gemaakt. De regenvijver stijgt en daalt, afhankelijk van de regen die valt. Onder de vijver ligt bovendien een technische buffer die de waterberging van de gehele wijk regelt.

IBA Parkstad Treebeekplein Blauwedagplein met middenvijver en daaronder gelegen waterbuffer

Treebeekplein Blauwedagplein met middenvijver en daaronder gelegen waterbuffer

Om het Treebeekplein zijn rol in het sociale leven van de wijk terug te geven, worden de keermuren opnieuw gemetseld en wordt het parkeren verdiept aangelegd onder een pergola. Zodra de flats zijn vervangen door de grondgebonden woningen, zijn minder parkeerplaatsen nodig. Op verzoek van de ondernemer die het sportcentrum in het centrale gebouw exploiteert, is vervolgens de parkeernorm weer iets verhoogd. Deze voor de wijk zeer belangrijke plek van samenkomst trekt ook bezoekers van buiten de wijk aan en zorgt voor veel beweging. Tussen parkeervelden en middenpartij zijn speelplaatsen te vinden.

Een belangrijk motief in het project is hergebruik. De te slopen portiekflat wordt gerecycled en is door de ontwerpers zorgvuldig geïnventariseerd. Van het baksteen uit de flat worden de keermuren in het park gemaakt. De gebroken stoeptegels worden in een patchworkpatroon teruggelegd. Van de teruggevonden kasseien wordt de middengoot van het park gemaakt. Een paar bestaande bomen worden omgezaagd, waar balken en banken van worden gemaakt. Van de Venlose kas wordt de pergola gemaakt.

IBA Parkstad - Het Expogebouw in de wijk Bleijerheide te Kerkrade door Maurer United Architects Beeld Kim Zwarts

Het Expogebouw in de wijk Bleijerheide te Kerkrade door Maurer United Architects Beeld Kim Zwarts

Experiment in circulaire gebiedsontwikkeling

In wijk Bleijerheide van Kerkrade zijn in 1967 vier losstaande Wilma-flats ontwikkeld, ook al was twee jaar eerder de sluiting van de mijnen aangekondigd. Het complex bestaat uit vierhonderd identieke, zogenoemde systeemwoningen voor gezinnen, keurig verdeeld over de vier gebouwen. Het hechte sociale netwerk van verenigingen en cafés zorgde voor goede onderlinge banden tussen de flatbewoners.

Van dit sociale netwerk is op dit moment weinig over. De nabijgelegen marktstraat met winkels en cafés kent een grote leegstand. De flats zelf zijn ook leeg komen te staan, onder meer vanwege hun slechte bouwtechnische staat. Balkons en galerijen worden al geruime tijd gestut in verband met de veiligheid. De krimp in de regio heeft dit proces versneld.

De eerste flat is in 2012 gesloopt. Dat maakte herinneringen bij de bewoners los en de woningbouwvereniging ontwikkelde een nieuwe aanpak, gericht op behoud van waarden en materialen. Zo kwam in 2014 het project Superlocal tot stand. Maurer United Architects verving de uitgangspunten van ‘fast, more & global’ door die van ‘slow, less & local.’ “We gaan de transformatie gefaseerd uitvoeren, minder bouwen en we houden het zo veel mogelijk lokaal”, zegt Marc Maurer.

In Bleijerheide te Kerkrade IBA Parkstad - Het Expogebouw in de wijk Bleijerheide te Kerkrade door Maurer United Architects Beeld Kim Zwarts

In Bleijerheide te Kerkrade IBA Parkstad – Het Expogebouw in de wijk Bleijerheide te Kerkrade door Maurer United Architects Beeld Kim Zwarts

Uit een van de flats zijn drie woningen gezaagd die vervolgens op de grond tot expopaviljoen zijn samengevoegd. Het paviljoen is van honderd procent gerecycleerd materiaal gemaakt. Het betekent ook dat het niet geïsoleerd is en niet is afgewerkt. De isolatie uit de flat is niet hergebruikt om de simpele reden dat er geen isolatie in de flat zat. Het paviljoen is volgens Maurer eerder een statement dan een functioneel gebouw. Wel ontdekte hij op deze manier waar je allemaal tegen aan loopt.

Op dit moment worden de overige flats gesloopt. Al het bouwmateriaal wordt op locatie opgeslagen, klaar voor hergebruik. Het beton wordt vergruisd en de bergen vergruisd beton hebben veel weg van de mijnbergen van weleer. Met behulp van deze materialen worden op dit moment drie experimentele woningen gebouwd, naar een ontwerp van SeC Architecten. Het betongranulaat wordt verwerkt in de funderingen en de bestrating van het park.

In het park, een ontwerp van Ziegler Branderhorst, zijn de footprints van de flats zichtbaar gemaakt. De ene footprint is gethematiseerd met een waterzuiveringsinstallatie, de andere footprint als stiltetuin. Het water wordt via verharde paden verzameld in een buffer, waarbij is uitgegaan van een volledig gesloten watercirculatie.

IBA Parkstad Ontwerp van gesloten waterkringloop in Superlocal Kerkrade door Ziegler Branderhorst

Ontwerp van gesloten waterkringloop in Superlocal Kerkrade door Ziegler Branderhorst

De laatste flat wordt voor de helft gesloopt. Tegen het deel dat blijft staan, wordt vervolgens een nieuwe helft aan gebouwd. Deze nieuwbouwgalerijflat is ontworpen door Maurer United Architects in opdracht van Heemwonen. Het nieuwe deel is vanwege de huidige bouwvoorschriften twee lagen hoger, een gevolg van de voorgeschreven verdiepingshoogte.

Het type van de galerijflat is door Maurer als gegeven geaccepteerd. Binnen dit type ontwierp hij zeven verschillende woningplattegronden. De variatie zit in het aantal kamers, verdiepingen en balkons. Het trappenhuis bestaat uit twee trappen die door elkaar heen lopen. In de plint van het bestaande deel zijn de garages vervangen door sociale voorzieningen voor de bewoners.

Meer dan hergebruik

Circulaire stedenbouw gaat verder dan industrialisatie en hergebruik van materialen. Ziegler Branderhorst is ervan overtuigd dat het in deze fase ook over esthetische zaken gaat. De eerste generatie duurzame plannen laat zien dat circulair bouwen mogelijk is. Het moet meer zijn dan symboliek, maar moet daadwerkelijk iets opleveren, aldus Ziegler Branderhorst. In veel gevallen zullen de bewoners het immers niet eens zien.

Ook stelt circulaire stedenbouw grote logistieke uitdagingen. Bij nieuwbouw worden gestandaardiseerde elementen op de bouwplaats in elkaar gezet, maar bij renovatieprojecten komen verschillende stromen op gang. In Treebeek speelt bijvoorbeeld de vraag hoe je de planning voor de aanleg van het plein en de sloop van de portiekflats kunt afstemmen op de stromen met bouw- en inrichtingsmaterialen. Feitelijk heb je te maken met drie roulerende bouwplaatsen: de herinrichting van de terreinen, de nieuwbouw van de woningen en de opslag van vrijkomende materialen.

Behoud én transformatie

De circulaire opgave is per definitie een transformatieopgave. In het ontwerp is de interactie met de gebouwde omgeving een belangrijke component. Interventies in bestaande gebouwen zijn geen interpretaties, maar herinterpretaties. Transformaties stellen vragen aan de substantie van de gebouwen: niet om deze te elimineren, maar om opnieuw te gebruiken.

Modificaties zijn mogelijk door de toevoeging van ruimtelijke lagen aan het bestaande. De gedemonteerde componenten vormen een nieuwe laag met bouwkundige voorzieningen. Daartoe kunnen bijvoorbeeld veranda’s, bijgebouwen, terrassen en luifels behoren. Ook worden afgedankte vloeren ingezet als scheidingswanden in de woningen. Deze lagen gaan een dialoog aan met de bestaande ruimte.

Een andere invalshoek gaat uit van de verwijdering van bouwelementen, in combinatie met de toevoeging van nieuwe onderdelen aan het gebouw. Een transformatie is niet inferieur aan nieuwbouw. In dergelijke projecten vormen de elementen van bestaande gebouwen en de doorgevoerde veranderingen een eenheid met de nieuw geïntroduceerde elementen. Deze eenheid bewerkstelligen, vormt een uitdaging voor de ontwerper.

Het concept van transformatie leidt tot een dialectiek tussen behoud en verandering. In Treebeek zijn bijvoorbeeld sloopmaterialen in kaart gebracht en binnen het plangebied opnieuw gebruikt. Maar deze strategie laat ook de fysieke geschiedenis van de plek zien en houdt vast aan de maatvoering van gebouwen en publieke ruimten. Binnen deze opvatting is verandering alleen aanvaardbaar als ze verbetering brengt.

Karakteristiek voor transformatie is dat veel van de te nemen beslissingen al eerder zijn genomen. Wanneer je erkent dat ieder ontwerpproces uit een serie beslissingen bestaat en dat latere beslissingen bepaald worden door eerdere of voorafgaande, maakt het weinig verschil of deze eerdere beslissingen door jezelf of door iemand anders zijn genomen. Iedere stap in het ontwerpproces bevat immers specificaties die in daaropvolgende ontwerpen worden aanvaard of verworpen.

Omslag december 2019 kleinde Architect december 2019

Dit artikel verschijnt ook in ons decembernummer. In deze editie bespreken we verder nog het Naturalis Biodiversity Center Leiden, revalidatiecentrum Domstate en het hoofdkantoor voor Triodos Bank Nederland. Daarnaast gaan we in op het thema Woningbouw.

Deze editie verschijnt op 17 december.

Bestel alvast >

 

Laboratory for Green Transformable Building door 4D Architects

Opdrachtgever EU Buildings as Material Banks Consortium en Labaratory for Green Transformable Buildings (GTB Lab)
Architect 4D Architects
Ontwerp Elma Durmisevic
Adviseur constructie Rob Nijse, TU Delft; André Jorissen, TU Eindhoven; Richard Lummen, De Groot Vroomshoop; Jaap van Heijster, Advies bureau Brekelmans
Adviseur Installaties Jaap Wiedenhoff, ABT
Businessmodel IBA Parkstad / Rabobank
Oppervlakte 100 m2 + expo open deck van 900 m2 (fase 1), 200 m2 (fase 2), 200 m2 (fase 3), 100 m2 (fase 4 )
Aannemer Jongen Bouw
Bouw Consortium De Groot Vroomshoop, ODS, Pilkington, Amannu, Rodeca, Skelet, The NewMakers, Bluedack, Staatsbosbeheer, BAM, Moooz
Oplevering 2020 (fase 1), 2021 (fase 2), 2022 (fase 3), 2023 (fase 4)
Budget € 900.000 (fase 1), € 600.000 (fase 2), € 600.000 (fase 3), € 300.000 (fase 4)

Resource House in Heerlen door Erol Öztan

Opdrachtgever Resource House VOF
Ontwerp Erol Öztan
Ontwerpteam Erol Öztan en Dadley Johnson
Adviseurs Laudy Bouw, Re Use Materials, Geonius en OCT Sloop- & Milieutechniek
Programma tijdelijk gelijkvloers woonhuis voor mantelzorg
Oppervlakte 70 m2 woonoppervlakte / 54 m2 verblijfsruimte
Aannemer Laudy Bouw
Oplevering Q3 2020
Budget € 85.000

Treebeekplein in Brunssum door Ziegler Branderhorst

Opdrachtgever gemeente Brunssum en IBA Parkstad
Ontwerp Ziegler Branderhorst Stedenbouw en Architectuur, Rotterdam
Ontwerpteam Ivar Branderhorst, Jelle Engelchor en Freek van Riet
Adviseur Kim Kogelman
Programma herinrichting plein
Definitief ontwerp 2018
Oplevering 2020

Bleijerheide in Kerkrade door Maurer United Architects en SeC architecten

Initiatiefnemers Woningcorporatie HEEMwonen, gemeente Kerkrade, IBA Parkstad
Opdrachtgever Woningcorporatie HEEMwonen (eigenaar opstallen), gemeente Kerkrade (eigenaar openbare ruimte)
Ontwerp flat Voorterstraat en Expogebouw Maurer United Architects
Ontwerp drie circulaire woningen en vijftien grondgebonden woningen SeC architecten
Adviseur constructie Voorterstraat en Expogebouw Volantis
Adviseur constructie drie circulaire woningen en vijftien grondgebonden woningen Palte
Programma Expogebouw, 130 nieuwe woningen en inrichting openbare gebied
Sloopaannemer Dusseldorp Infra, Sloop en Milieutechniek bv
Aannemer Expogebouw Bouwbedrijven Jongen (VolkerWessels)
Aannemer nieuwbouw Voorterstraat Bouwbedrijven Jongen (VolkerWessels)
Oplevering stedenbouwkundig plan 2016
Definitief ontwerp Voorterstraat 2019
Oplevering projectgebied 2021

 

 

Foto's

Reageer op dit artikel