artikel

Eenheid in verscheidenheid – Leidsche Rijn Centrum in Utrecht door Jo Coenen Architects & Urbanists

Stedenbouw Premium

Eenheid in verscheidenheid – Leidsche Rijn Centrum in Utrecht door Jo Coenen Architects & Urbanists
Brusselplein in Leidsche Rijn Centrum, gezien in westelijke richting Foto Luuk Kramer

Leidsche Rijn Centrum is een heden ten dage zeldzaam geslaagd experiment waarin op grote schaal is gewerkt aan een stuk stad. Dankzij de bloksgewijze opbouw is sprake van een flexibele opzet die gedurende de planontwikkeling rigoureuze aanpassingen en bouwkundige rationalisaties met gemak doorstond. Tegelijkertijd is binnen deze opzet een grote stedenbouwkundige kwaliteit gerealiseerd. Deze kwaliteit werd mogelijk door een groot aantal betrokkenen en vooral door Jo Coenen die het gebied als een regisseur vormgaf.

Tekst Harm Tilman

Leidsche Rijn Centrum, ontwikkeld op basis van een stedelijk plan van Jo Coenen Architects & Urbanists, is een voor Nederlandse begrippen ongewoon stadshart. Het is te beschouwen als het eerste centrum waarvoor de moderniteit geen referentie meer is geweest. Kern van de in Utrecht gevolgde benadering is dat een gebouw geen afzonderlijk object is, maar per definitie deel uitmaakt van een bredere, maatschappelijke en sociale context. De gebouwen functioneren niet in afzondering, maar werken met elkaar samen en zijn ingebed in de stad zelf.

Dat is opmerkelijk en uitzonderlijk, zeker met een programma dat voor een groot deel bestaat uit retail en horeca met daarboven kantoren en woningen. In het eerste deel dat eind vorig jaar werd opgeleverd, bevinden zich winkels (30.000 m2), kantoren (10.000 m2), horeca, dienstverlening en maatschappelijke voorzieningen (10.000 m2) en 800 woningen. Onder het hellende maaiveld ligt een parkeergarage voor 2100 auto’s en rijden vrachtwagens naar binnen om de winkels te bevoorraden.

NIEUW: Monografie Stedenbouw

Jo Coenen is een van de meest succesvolle stedenbouwkundige ontwerpers van deze tijd. In deze monografie vind je naast een selectie van de belangrijkste plannen, een inleiding op zijn werk en een interview met Jo Coenen. Lees meer

 

De geschiedenis van dit stadsdeel begint met de Europese aanbesteding die de gemeente Utrecht in 2007 uitschrijft tussen vijf ontwikkelcombinaties. De combinatie van Fortis Vastgoed Ontwikkeling (later overgegaan in a.s.r. vastgoed projecten) en Vesteda (als afnemer) won deze, op basis van het stedenbouwkundige plan van Jo Coenen.

Grauwaartsingel Leidsche Rijn Centrum Beeld Luuk Kramer

De Grauwaartsingel vormt de westelijke begrenzing van Leidsche Rijn Centrum. Links het gebouw van AWG Architecten, rechts het gebouw van Kollhoff & Pols

Stedelijk plan

De wijk Leidsche Rijn ligt vanuit Utrecht bezien aan de overzijde van het Amsterdam Rijnkanaal en de snelweg van Amsterdam naar Den Bosch. Het slechten van beide barrières is een van de belangrijkste thema’s in de plannen die Riek Bakker halverwege de jaren negentig van de vorige eeuw voor Leidsche Rijn opstelde. Zij onderkende dat een goede stedenbouwkundige relatie tussen Leidsche Rijn en Utrecht van levensbelang was, zodat ook de periferie van de stad zou profiteren. Tot veler verrassing kreeg ze de verlegging en overkapping van de A2 voor elkaar. Daarnaast zijn over het kanaal verschillende nieuwe brugverbindingen gemaakt.

Opmerkelijk genoeg ligt het nieuwe centrum niet in het middelpunt van de Vinexwijk, waar het overigens eerst wel was bedacht, maar decentraal, op de plek waar de verlegde en overkapte snelweg A2 Leidsche Rijn kruist. De ontwerpers kozen bewust voor deze plek om het centrum onderdeel te laten zijn van Utrecht en niet alleen van het stadsdeel. Het centrumgebied heeft immers niet alleen betekenis voor de wijk, maar ook op een hoger schaalniveau.

Door de gedeeltelijke ligging op de snelweg heeft het centrumgebied een ongebruikelijk profiel. Het hoogteverschil tussen het maaiveld en het dak van de A2-tunnel is bijna negen meter. Dit verschil is niet alleen benut om het parkeren boven het peil van het grondwater op te lossen, maar ook om een lager en een hoger gelegen stadsdeel te maken. Tussen boven- en benedenstad zijn langzaam oplopende straten aangelegd. Op een aantal punten, rondom de in het plan geïntegreerde oude boerderijen, zijn de overgangen contrastrijker gemaakt met behulp van trappartijen die zijn opgenomen in de bebouwing.

Parijs Boulevard Leidsche Rijn Centrum Beeld Luuk Kramer

De Parijsboulevard loopt in oostelijke richting op. Links AWG Architecten, rechts Geurst & Schulze Architecten.

Sfeer en kwaliteit

Leidsche Rijn Centrum heeft een sfeer en verblijfskwaliteit die sterk contrasteren met de omliggende woonwijken en tot uiting komen in de relatief hoge en dichte bebouwing. Het centrum wordt omzoomd door singels en parken, waarmee de identiteit en herkenbaarheid ervan is versterkt. De centrale ligging, de veelheid en variatie aan functies en de hoogteverschillen maken van Leidsche Rijn Centrum een herkenbaar gebied.

De orthogonale opzet van de wijk is afgestemd op de lange lijnen waarmee het plan is verankerd in de wijk. De diagonaal waar de bus overheen rijdt, articuleert de overgang van bovenstad naar benedenstad. Ze zorgt bovendien voor een formele verbijzondering in het rationele grid. De openbare ruimtes in het plan zijn uitgesneden uit de stedelijke massa die een continue hoogte heeft van vijf tot zeven lagen.

Voor de openbare ruimte maakt Jo Coenen gebruik van de klassieke trilogie van straten, pleinen en parken. Zij krijgen een specifieke betekenis door verschillen in afmetingen, inrichting, textuur en beoogd gebruik. Naast de blauwe en groene omzoming (in de vorm van singels en parken), zijn dat de stadstuin (in de vorm van een slinger), een stedelijk manifestatieplein op de A2 (het Berlijnplein) en het in het kernwinkelgebied gelegen Brusselplein waar de meeste horeca is gevestigd. Publieke gebouwen waaronder de bibliotheek, het busstation en de bioscoop, geven gezicht aan deze publieke ruimtes.

Leidsche Rijn Centrum Plan Luchtfoto

Op deze maquette is goed de ligging van Leidsche Rijn Centrum op de A2 te zien. Het gebied wordt begrensd door de spoorlijn van Utrecht naar Gouda (voorgrond), het Amsterdam-Rijnkanaal (links) en de Grauwaartsingel (rechts).

Woelige tijden

De financiële en economische crisis die zich in 2008 aftekende, wierp een forse schaduw over het oorspronkelijke plan. Vrijwel alle betrokkenen reppen van een mirakel dat het plan desondanks tot uitvoering is gekomen. Een aantal zaken droeg daaraan bij. Op het plan zat een bouwplicht. Dit was voor de gemeente een stok achter de deur om de ontwikkelaars te dwingen door te gaan met de realisatie.

Ook heeft het plan een aantal essentiële aanpassingen ondergaan. Het winkelprogramma is fors teruggebracht (van 45 tot 30 duizend vierkante meter) en 15.000 m2 detailhandel is op de lange baan geschoven. Ook het stedenbouwkundige deelplan zelf ging op de schop. Het gebied is in omvang teruggebracht en een kwartslag gedraaid. Tot slot is op initiatief van de ontwikkelaar het plan gerationaliseerd, onder andere door het aantal trappenhuizen te verminderen en daarmee het aantal woningen per trappenhuis op te voeren. Het is de kracht van het oorspronkelijke stedenbouwkundige plan dat het al deze veranderingen moeiteloos opving.

Projectdirecteur Richard Lokhorst rept van een voortdurende situatie van onderhandeling, waarin een gezond evenwicht ontstond tussen de rationalisaties van de ontwikkelaar en de weerstand van architecten en gemeente. Toen de ontwikkelaar bezuinigingen ging doorvoeren zonder overleg met de architecten, zijn deze onder druk van de gemeente, Jo Coenen en de betrokken architecten weer teruggedraaid. Zouden standaard puien zijn doorgevoerd, een van de voorgestelde bezuinigingen, dan was het een standaard winkelcentrum geworden. Maar doordat alle architecten hun eigen puien konden uitwerken, is een vele malen rijker gebied tot stand gekomen.

Luxemburgpromenade, rechts een gebouw van Dok Architecten, links Geurst & Schulze Architecten. Beeld Luuk Kramer

Luxemburgpromenade, rechts een gebouw van Dok Architecten, links Geurst & Schulze Architecten. Beeld Luuk Kramer

Percelering van de blokken

De blokken uit het stedenbouwkundige plan zijn uitgewerkt op basis van stedelijke perceleringen. De resulterende, kleine en grote gebouwen hebben alle een eigen gevel, architectuur, functie en ontsluiting. Aan deze gebouwen is door de betrokken architecten gewerkt in een collectief ontwerpproces onder leiding van Jo Coenen. In een serie workshops is aan de hand van 1:200 piepschuimmaquettes uitgezocht hoe de gebouwen op elkaar aansluiten. Als bijvoorbeeld een gebouw hoger was, trad de voorrangsregel in werking en mocht het hogere gebouw breder en het lagere smaller worden.

Onder het winkelcentrum bevinden zich een ondergrondse parkeergarage (ontworpen door architectenbureau Kokon) en een ondergrondse expeditiestraat waar vrachtwagens in kunnen rijden en keren. Voor de afstemming met de bovenwereld maakte eveneens Kokon een structuurontwerp, met een stramienmaat van 8.10 meter voor de woningen. Naast de stramienen, regelt dit structuurontwerp de constructieprincipes, de woninggroottes en de portiekontsluitingen. In dit ontwerp is verder vastgelegd waar het ene gebouw begint en het andere ophoudt.

De positie van de entrees van de woningen en de kernen van de winkels is in eerste instantie bepaald door de onderwereld. Toch zie je dit in de bovengrondse wereld niet terug. Ook al is deze in een keer gebouwd, ze kent een grote verscheidenheid en ze oogt als een organisch gegroeide stad. De percelering speelt daar een grote rol in. Iedere architect heeft gebouwen ontworpen die in een goede mix over de blokken zijn verdeeld. Twee voorbeelden helpen dat verduidelijken.

Gebouw aan Hof van Bern, ontwerp Kollhoff & Pols Architecten. Beeld MWA Hart Nibbrig

Gebouw aan Hof van Bern, ontwerp Kollhoff & Pols Architecten. Beeld MWA Hart Nibbrig

Drie gebouwen van Kollhoff & Pols

Kollhoff & Pols ontwierp drie gebouwen in Leidsche Rijn Centrum. Bij het station Utrecht Leidsche Rijn ligt een kantoorgebouw met woningen. Verderop, tussen de Parijsboulevard en de Hof van Bern, verheft zich een woongebouw. Tot slot realiseerde het bureau aan de Grauwaartsingel een grootschalig woonblok.

De gebouwen zijn door de architect ontworpen tot en met de ontsluiting, in de vorm van een entreehal aan de straat. De wereld van de uitwerkbureaus bevindt zich achter deze entreehallen. De projecten liggen op strategische plekken in de binnenstad. Ook onderscheiden ze zich door hun materialenpalet dat verschilt van wat elders is voorgeschreven: oranje baksteen, naast licht beton en hardsteen dat in de tijd licht verkleurt.

De gebouwen kennen steeds een vergelijkbare verdeling van plint, bouwlichaam en dak. Gebouwen zijn in de ogen van Hans Kollhoff en Alexander Pols personificaties. Om ze een eigen gezicht te geven maakt het bureau gebruik van de colonnade, de timpaan en het dak. Het karakter van een gebouw wordt gevormd door de proportionering ervan, in de hoogte, breedte en diepte van een gebouw. Daarbij is de analogie met een gezicht nadrukkelijk opgezocht.

Leidsche-Rijn-Centrum-Uffizi-Geurst-Schulze-Beeld-Stefan-Muller

Uffizi gezien vanaf Brusselplein, ontwerp Geurst & Schulze Architecten Beeld Stefan Muller

Vijf gebouwen van Geurst & Schulze

Anders dan Kollhoff & Pols die op stedelijke knooppunten bouwde, werkte Geurst & Schulze aan en in de tussenliggende blokken. Het bureau oriënteerde zich voor haar panden op de structuur van de onderliggende parkeergarage. Deze zette het naar boven door als bouwstructuur. De blok-dieptes van 16.20 meter corresponderen daarmee met de maten van de parkeergarage (2x 8.10 meter). Het stramien van de parkeergarage loopt door in de kolommen van de gebouwen. Slechts op een paar plekken is dit stramien van 2x 8.10 en 3x 5.40m aangepast, om ruimte te bieden aan belendende gebouwen.

In de gevels van de gebouwen maakte Geurst & Schulze op steeds weer andere manieren combinaties van beton en baksteen. Het bureau ontwikkelde daarvoor een maatsysteem dat is geënt op baksteen. Door iedere trede in een gebouw van drie lagen baksteen te maken, is het mogelijk op gemakkelijke wijze betonelementen en baksteenwanden uit te wisselen. Ook de banden die in een gevel worden gemaakt, zijn gerelateerd aan deze tredemaat.

Geurst & Schulze ontwierp op deze basis vijf gebouwen in Leidsche Rijn Centrum, waaronder het gebouw tussen het Brusselplein en de Parijsboulevard, dat de Uffizi wordt genoemd. De koppen van deze stedelijke passage zijn opgenomen in de wanden van zowel het plein als de boulevard. De Uffizi vormt een belangrijke schakel in de figuur van een 8, die het winkelen in Leidsche Rijn Centrum op gang moet houden. Met de interieurs had het bureau, evenals de andere architecten, geen bemoeienis.

Hoogwaardig nieuw stadscentrum

De winst van de hiervoor geschetste werkwijze is een kwalitatief hoogwaardig nieuw stadscentrum dat er over honderd jaar nog steeds zal staan. Richard Lokhorst weet het zeker: “We zijn erin geslaagd de kwaliteit van de oude binnensteden te vertalen in een compleet nieuw en in één keer gebouwd stadshart.” Het meest opmerkelijke is dat je dit laatste bij een bezoek aan Leidsche Rijn Centrum nauwelijks zal opvallen, anders dan bij veel planmatig gerealiseerde winkelcentra vaak wel het geval is.

Leidsche Rijn Centrum is gebouwd op de schouders van de Midden-Europese stad. Jo Coenen liet zich onder meer inspireren door het stadhuis dat Rafael Moneo ontwierp in Murcia, de binnenstad van Mannheim en de straatprofielen in de Habsburgse wijken van Triëste. Kollhoff & Pols verrichtte uitgebreide studies naar de Hollandse stad. Gemeenschappelijk is de opvatting dat gebouwen geen op zichzelf staande objecten zijn, maar deel uitmaken van een bredere context.

De stedelijke gebouwen, verdeeld over de verschillende blokken en het resultaat van een collectieve ontwerpinspanning, zoeken nadrukkelijk een verhouding tot de stedelijke ruimte. Ontwerper Willem Lucassen van Jo Coenen Architects & Urbanists rept van eenheid in verscheidenheid. Het centrumgebied bezit dusdanige kwaliteiten dat het toekomstige wijzigingen in gebruik gemakkelijk kan opvangen. Richard Lokhorst verwacht dan ook dat de komende 15 jaar in Leidsche Rijn Centrum geen rigoureuze renovaties nodig zijn.

Leidsche Rijn Centrum, Utrecht

Opdrachtgever Leidsche Rijn Centrumplan B.V. Utrecht (een samenwerkingsverband tussen a.s.r. vastgoed projecten en Vesteda)
Stedenbouwkundig Ontwerp Jo Coenen Architects Urbanists, Maastricht
Projectarchitecten AWG Architecten, Antwerpen; Cruz y Ortiz Arquitectos, Amsterdam; Dok Architecten, Amsterdam; Geurst & Schulze Architecten, Den Haag; Kollhoff & Pols Architecten, Den Haag; De Zwarte Hond, Groningen; RPHS+, Voorburg
Adviseur constructie Zonneveld Ingenieurs, Rotterdam
Adviseur installaties Huygen, Utrecht
Adviseur akoestiek DGMR, Arnhem
Aannemers Trebbe/Dura, V.d. Ven, Sprangers, Hurks/Slokker, Smitsbouwbedrijf/De Nijs
Structuurontwerp Kokon, Rotterdam
BIM uitwerking HFB, Rotterdam
Landschapsarchitect Lodewijk Baljon landschapsarchitecten
Bruto vloeroppervlakte 250.000 m2
Bruto inhoud 800.000 m3
Programma Jumbo Foodmarkt 5.600 m2 retail 22.400 m2 kantoren 10.000 m2, horeca 4.000 m2 dienstverlening 3.000 m2, maatschappelijke voorzieningen 3.000 m2, 322 koopappartementen en 440 huurappartementen, parkeergarage (1.370 publieke- en 700 private plaatsen, plus fietsenstalling) en ondergrondse expeditiestraat
Voorlopig ontwerp juni 2011
Definitief ontwerp februari 2014
Aanvang bouw mei 2014
Oplevering mei 2018
Bouwsom inclusief installaties € 250.000.000 excl. Btw
Bouwsom exclusief installaties € 200.000.000 excl. btw

Lees ook

 

Foto's

Reageer op dit artikel