artikel

Kijk, zo woon en werk je in Leidsche Rijn Centrum – drie gebouwen van Kollhoff & Pols

Stedenbouw

Door Harm Tilman – In Leidsche Rijn Centrum realiseerde Kollhoff & Pols Architecten in het centrumplan van Jo Coenen drie gebouwen die zich voegen naar stedelijke conventies. De gebouwen vormen een adres in de stad en zijn opgebouwd rond een gemeenschappelijke ontsluiting. Verschillen treden slechts aan het licht bij geconcentreerde waarneming van de huizen.

De architecten werkten op basis van het masterplan van Jo Coenen aan het centrum van Leidsche Rijn. Vanaf de singel het centrum in worden de blokken fijnmaziger. Deze blokken zijn uitgewerkt op basis van parcellering en zijn daardoor samenstellingen van kleine en grote gebouwen. Hiervoor is al gekozen in de prijsvraagfase vanuit de opvatting, dat je een stad niet maakt met alleen grote gebouwen, maar dat je dient te parcelleren. Fortis en Vesteda waren opdrachtgever en gingen akkoord met deze benadering.

Parcellering van het blok

Parcelleren wil zeggen dat je een blok opdeelt in meerdere huizen. Ieder huis heeft een eigen gevel, architectuur, functie en ontsluiting. Bewoners komen een gebouw binnen en wonen daarboven op de verdieping.

De ontwerpen zijn besproken aan de hand van 1:200 maquettes en 1:500 maquettes. Ook na de gunning ging dit proces door. In tweewekelijkse besprekingen is overlegd hoe de gebouwen op elkaar aansluiten. Als een gebouw hoger was, mocht een architect buiten het stramien treden. Op dat moment trad de voorrangregel in en mocht het hogere gebouwen breder worden en het lagere gebouw smaller. Anders dan in klassieke steden waar je vaak dubbele bouwmuren hebt, staan in Leidsche Rijn de gevels op zichzelf, niet de constructie.

Tussen de gebouwen zit herhaling en overeenkomstige details, maar omdat ze verspreid liggen over de blokken, zijn ze gebouwd met verschillende aannemers. Deze hebben alle hun eigen kozijnleverancier en werkwijze. Dit vormde voor de architecten een hoge mate van inefficiëntie.

Onder- en bovenwereld

Ander belangrijk punt van afstemming was de samenspel van onder- en bovenwereld. Onder de straten bevindt zich een wereld van parkeren en logistiek. Via deze wereld worden ook de winkels bevoorraad. Vrachtwagens kunnen de garage inrijden en keren. Je waant je op een luchthaven. Deze onderwereld moest samenkomen met de bovenwereld. De coördinatie hiervan werd verzorgd door Kokon architecten. Dit bureau ontwierp ook de parkeergarage.

De onderwereld heeft grote invloed op de bovenwereld gehad. De positie van de entrees van de woningen en de kernen van de winkels zijn in eerste instantie bepaald door de onderwereld. Toch zie je dit aan de bovengrondse wereld niet terug. Ook al is deze in een keer gebouwd, kent ze een grote verscheidenheid en oogt ze als een organische natuurlijk gegroeide stad.  De parcellering speelt daar een grote rol in. Iedere architect heeft gebouwen ontworpen en die zijn in een goede mix over de blokken verdeeld.

Uiteindelijk heeft de parkeergarage zich gevoegd naar de wensen vanuit de bovenwereld. Wat een winkelcentrum met parkeergarage had kunnen zijn, is een vanzelfsprekende, gevarieerde stedelijke structuur geworden. Jo Coenen is in dit proces de regisseur geweest en heeft dat voor elkaar gekregen.

Geregisseerde ontwikkeling

Leidsche Rijn Centrum is een geregisseerde ontwikkeling. De architecten hebben, verdeeld over het plan en binnen de blokken, verschillende gebouwen in uiteenlopende groottes gemaakt. Het is een vorm van stedenbouw waarin bewust is gestuurd op plattegrond en opstand en minder op het beeld, zoals in vergelijkbare stadscentra het geval is. De gebouwen zijn geen vrijstaande sculpturale ‘Einzelgänger’, maar zijn onderdeel van het gebouwfront. Ze maken straten. Kollhoff & Pols beschouwt de gevels met hun reliëf en tektoniek als het behang van een kamer.

Ook de materialen ervan zijn op elkaar afgestemd. In Leidsche Rijn Centrum kwam men uit op een familie van aardse tinten. Donkere hardgebakken baksteen was niet toegestaan. Jo Coenen stond een gele, zandige stad voor ogen.

Drie huizen van Kollhoff & Pols

Kollhoff & Pols heeft drie gebouwen in Leidsche Rijn Centrum  gemaakt. Als je het station uitkomt, loopt je tegen een kantoorgebouw met woningen op. Verderop, tussen Parijsboulevard en Hof van Bern, ligt een woongebouw. Tot slot heeft het bureau aan de singel een grootschalig woonblok gerealiseerd.

Bij het ontwerp stond Kollhoff & Pols voor ogen dat ieder gebouw een eigen adres zou vormen. Dat betekent dat ze allemaal beschikken over een eigen ontsluiting, met een entreehal aan de straat. Ook deze is door het bureau ontworpen. De wereld van de uitwerkbureaus bevindt zich achter deze entreehallen.

De projecten liggen op strategische plekken in de binnenstad, nabij een knooppunt of langs een pleinwand. Ook het materialenpalet verschilt van wat elders gebruikelijk is: oranje baksteen, naast licht beton en hardsteen dat in de tijd licht verkleurt.

Deze gebouwen onderscheiden zich van de tussenliggende gebouwen die grote massa’s vormen en zijn gemaakt door Geurst en Schulze, Liesbeth van der Pol en AWG. Zij hebben een eigen palet ontwikkeld van prefab beton en baksteen variaties. Als een catalogus waarmee ze ieder gebouw anders konden maken.

Repertoire aan vormen

Ook Kollhoff & Pols diende een systeem te ontwikkelen waarmee in korte tijd een grote variatie aan gebouwen mogelijk is. Zij putte hiervoor uit het repertoire aan gebouwen die het bureau in Nederland heeft gerealiseerd. Tussen 98 en 08 bouwde Kollhof & Pols onder andere in Rotterdam, Breda en Maastricht. Het zijn gebouwen met steeds een vergelijkbare verdeling van plint, bouwlichaam en dak.

Tot de elementen waarover het bureau beschikte, behoren de colonnade, de timpaan en het dak. Gebouwen zijn in zijn ogen personificaties en met behulp van de elementen is het mogelijk ze een eigen gezicht te geven. Het karakter van een gebouw heeft met de proporties ervan te maken: de hoogte, breedte en diepte van een gebouw. Daarbij wordt de analogie met een gezicht nadrukkelijk opgezocht.

In de projecten heeft Kollhoff & Pols geëxperimenteerd met de expressie in de gevels. We wilden ons ondergeschikt maken aan het geheel, aldus Pols. Het bureau deed daarvoor uitgebreide studies naar de architectuur van Hollandse steden. Het overgrote deel van de bebouwing daarvan is volstrekt middelmatig, zoals Alexander pols het uitdrukt: ze voegt zich naar de gewenste plinthoogte. Hoewel ze verschillend zijn, spreken ze daardoor toch dezelfde taal.

Deze middelmaat, conventionaliteit is wellicht een beter woord, laat zich lezen als een provocatie naar vakgenoten die het beeld vieren. Maar het komt ook voort uit de opvatting dat een architect zijn of haar vormwil het beste ondergeschikt maakt aan het publieke domein en zijn buren en voorgangers alleen probeert te overtreffen door gevels te maken, die in hun expressie nog rijker zijn.

Plattegrond van woon- en kantoorgebouw tegenover station Leidsche Rijn

Plattegrond woongebouw aan Parijsboulevard

Plattegrond woongebouw aan Grauwaartsingel

Drie huizen door Kollhoff & Pols Architecten

Opdrachtgever Leidsche Rijn Centrumplan BV, Utrecht (een samenwerkingsverband tussen a.s.r. vastgoed projecten en Vesteda) Ontwerp Kollhoff & Pols architecten, Den Haag Projectarchitect Alexander Pols Medewerkers  Jan Beelen, Daan Brolsma, Elmar Koers, Martin Busch Bouwmanagement CBB, Arnhem Adviseur constructie Zonneveld Ingenieurs, Rotterdam Adviseur installaties Huygen installatieadviseurs, Zwolle Adviseur bouwfysica DGMR, Den Haag & Arnhem

Dit is het derde deel van een serie artikelen over Leidsche Rijn Centrum, In het eerste deel kwamen de Europese aanbesteding, programma en planproces aan de orde. In het tweede deel is het stedenbouwkundige plan van Jo Coenen besproken.

Lees ook

Reageer op dit artikel