nieuws

‘Het bestaande beter maken vinden we het leukst’

Architectuur

‘Het bestaande beter maken vinden we het leukst’

Het gaat goed in de Nederlandse architectuur. Deze week maakte diederendirrix de benoeming van Rob Meurders, Tom Kuipers en Theo Hauben tot nieuwe partners van de organisatie bekend. Onderstaande dialoog is afkomstig van het bureau zelf.

Bureau diederendirrix voor architectuur en stedenbouw draagt de signatuur van oprichters Paul Diederen en Bert Dirrix. Betrokken architecten met een sterk gevoel voor context, materialisering en een uitstekend vakmanschap. Veel van de 35 medewerkers werken al lang bij het bureau. Zo ook creatief directeur Rob Meurders (20 jaar) en technisch directeur Tom Kuipers (19 jaar). Directeur business development Theo Hauben is sinds een aantal jaren werkzaam voor het bureau. Het driemanschap vertelt over de dynamische realiteit in de architectuur, de rol van de business units bureauEAU en ANEW en waar ontwerpen volgens hen over gaat.

Van links naar rechts: Tom Kuipers, Theo Hauben en Rob Meurders

Het vak van architect is nooit saai. Het enige zekere is de voortdurende verandering.

Deze woorden van Paul Diederen vormen de inleiding van het bericht over henzelf als nieuwe partners. Dat is niet voor niets. Theo legt uit dat in de huidige realiteit de architect zich in een groter krachtenveld bevindt dan vroeger. Het gaat niet meer alleen over de architectuur of een mooi beeld. Rob knikt: “Het aantal variabelen is enorm toegenomen.” De communicatie rondom een project is door de vele betrokken partijen bijna geëxplodeerd. En iedere partij spreekt een andere taal. Tom: “De architect ziet al die partijen voorbijkomen. Hij is een soort constante die kennis heeft van alle achtergrond met betrekking tot de opgave. En blijft die achtergrond vertellen.” Dat niet iedereen op die informatie zit te wachten mag duidelijk zijn in het krachtenveld der belangen. “Toch zullen wij altijd ter discussie stellen: ‘Is het er fijn wonen, werken en leven?’” zegt Rob. Want het gaat om het belang van de gebruiker en de stad.

Tom: “De architect ziet alle partijen van het bouwproces voorbijkomen. Hij is een soort constante die kennis heeft van alle achtergrond met betrekking tot de opgave. En blijft die achtergrond vertellen.”

Als de heren toevoegen dat dat ze op alle niveaus kwaliteit willen leveren komt het gesprek op de communicatievaardigheid naar de verschillende partijen. Om een volwaardige gesprekspartner te blijven, zullen ze zich moeten verdiepen in de juridische en economische kant. Bouwen is een proces geworden. Als het proces stokt, loopt het geld weg. Theo beargumenteert dat het gaat om wat het oplevert, wat de waarde is die je toevoegt en niet persé over bezuinigen. Het kunnen benoemen en berekenen van de opbrengsten. In die zin verandert het kunstenaarschap van een architect. Minder autonomie en meer samenwerking.

diederendirrix benoemd drie nieuwe partners Theo Hauben, Rob Meurders en Tom Kuipers

Theo Hauben, Rob Meurders en Tom Kuipers voor het in aanbouw zijnde project, de Picuskade door diederendirrix

Drie voordeuren

Zo schetsen ze in enkele minuten de dynamische realiteit waarin ze zich bevinden. Om de organisatie te preparen voor de toekomst hebben ze de expertises binnen het bureau opgedeeld in aparte business units: diederendirrix, bureauEAU en ANEW. Ontwerp en visie op het gebied van architectuur en stedenbouw blijft diederendirrix. Het uitgebreide portfolio met projecten als woon- en schoolgebouw Musa, transformatie van industriegebouw Anton en herbestemming van fabriekshal de Ploeg laat tijdloze en flexibele ontwerpen zien. Rob Meurders is als creatief directeur vooral betrokken bij de architectuur en stedenbouw.

Het bouwkundige engineering en advies bureauEAU kenmerkt zich door het creëren van effectieve en innovatieve oplossingen, sterke bouwtechnische detaillering en een praktische uitvoering van ontwerpen, ook voor derden. Tom Kuipers is technisch directeur en begeleidde onder andere de renovatie van het voormalige hoofdgebouw van de Technische Universiteit Eindhoven voor de aannemer die het project realiseerde. “Dat het gebouw nu bovenaan de BREEAM-lijst staat is absoluut een meerwaarde maar een Breeam-score moet niet heilig zijn. Het gaat om de beste oplossing voor de opgave.” De ontwikkel- en onderzoeksunit ANEW is het jongst en vindt zijn oorsprong in de transformatieprojecten.

Theo Hauben is de verantwoordelijke directeur business development. “Het blijkt dat opdrachtgevers soms niet goed weten wat ze moeten doen met een locatie. Wij kunnen ze adviseren over mogelijk toe te voegen programma, de financiële onderbouwing aanleveren, uiteraard een ontwerp tekenen en zelfs participeren in de projectontwikkeling. Hiermee nemen we initiatief in het bouwproces.”

Het drietal ziet de units als drie voordeuren, niet als drie losse entiteiten. Door de deuren te openen naar de markt kunnen ze meer opdrachtgevers bedienen. De kennis groeit omdat specifieke deelopgaven uit de bouwketen bij de units terecht komen. “Je stelt je open voor andere partijen en werkt daar mee samen. Dat levert nieuwe kennis op.” Tom geeft aan dat het verfrissend is om iedere keer met andere mensen om tafel te zitten en daar een oplossing voor te bedenken. Rob: “Het geeft nieuwe energie.” Theo resumeert: “We zijn geëngageerd zonder dogmatisch te zijn.”

Theo: “We zijn geëngageerd zonder dogmatisch te zijn.”

Lol van het bouwen

Dit brengt ze op de lol van het bouwen. Een gebouw karakter meegeven, mooi laten verouderen. De geur van vers cement. Theo: “Als ik geen architect was geweest, was ik kok geworden. Je eigen planten verbouwen, je eigen ingrediënten bepalen.” Rob: “Lijkt op architectuur. Het grote verschil is dat het heel lang duurt voordat het gerecht op tafel komt.” Theo vindt het een goede vergelijking al heeft een kok meer invloed op de hele keten dan een architect. Een kunstenaar had Theo niet willen worden. “Ik hou van iets praktisch. Techniek en toewijding, het ambacht. Dat wil ik proeven.”

Dan volgt een verhaal over een kok die met ingewikkelde technieken lucht bereidt. Tom: “Wordt de ‘gebakken lucht’ daar beter van? Of gaat het om het verhaal?” Rob ziet weer de parallel met architectuur waar de lifestyle het grote podium heeft. Theo nuanceert de stelling: “Het is belangrijk om het verhaal te vertellen, alleen je eindproduct moet wel goed zijn.” Ze zijn het met elkaar eens;  wat je doet moet wel van waarde zijn. Dat is precies waarom Tom graag traumachirurg was geworden. Eén van de beroepen die er echt toe doen. Hij houdt van de actie, het oplossen van acute problemen en het contact met verschillende mensen. Elementen die Tom in het bouwproces ook dagelijks tegenkomt en waarvan hij heeft gemerkt dat daar zijn kracht ligt.

Rob: “Opdrachtgevers geven aan dat onze medewerkers professioneel gewetensvol en inhoudelijk zijn.”

Eigen kracht als leidraad

Rob, Theo en Tom zijn alle drie in Eindhoven tot architect opgeleid. De opleiding stond destijds bekend om haar vrijheid je eigen kaders te mogen bepalen. De nadruk lag op jezelf ontdekken en vanuit je eigen kracht te werken. Dit gedachtengoed proef je terug in het bureau. Theo: “Een evenwicht vinden tussen ervaring en vernieuwing is een zoektocht. Door dicht bij je eigen kracht te blijven, gaat dit soepel.” Wat is die eigen kracht dan? Rob vertelt dat opdrachtgevers aangeven dat medewerkers professioneel gewetensvol en inhoudelijk zijn. In de rol als communicator zijn zij het geweten en het geheugen. De intrinsieke motivatie van het hele team is groot. Waarbij het drietal durft te stellen dat ze niet economisch gedreven zijn.

Wel levert de virtuele werkplaats van bureauEAU een grote bijdrage aan het economisch inzicht om een keuze te kunnen maken. Revisiemodellen, restwaardes na sloop, of flexibele indelingen, de opdrachtgever en zijzelf krijgen steeds betere controle op het kostenproces van bouw, onderhoud, verbouw of sloop. De kracht van het bureau ligt eveneens besloten in de integrale werkwijze. ”We kijken altijd naar wat past bij de opgave en context. Wat zit er op die plek en wat betekent dat in de stad.” Theo vervolgt dat transformatieopgaven daarom goed bij het bureau passen. Tom: “Je kunt laten zien wat de historie is, in plaats van het weg te smeren.” Rob: “Door een bestaand gebouw te laden met nieuwe verhalen en mogelijkheden krijgt het een ongekende kwaliteit.” Ook voor de stedelijke omgeving geldt dit. Theo: “Het bestaande beter maken vinden we het leukst.”

Bevlogen en open

Voor ze het gesprek beëindigen wil Theo nog één ding weten. Welke opleiding zou Rob gekozen hebben als hij opnieuw mocht beginnen? Rustig doch gedecideerd antwoordt Rob: “Architect.” Niets anders? “Nee,” geeft hij aan, “Ik hou van het maken in alle facetten, iets te scheppen. “Opscheppen bedoel je,” zegt Theo. Ze lachen alle drie smakelijk om de ridicule opmerking, want opschepperij is het laatste waar je het drietal op kan betrappen.

Wel hebben ze het afgelopen uur bevlogen over hun vakmanschap, motivatie en betrokkenheid gesproken. Over de mooie groep mensen om hen heen met wie ze elke opgave kunnen realiseren. Het vertrouwen in hun eigen kracht en de toekomst is groot, maar de toon blijft immer bescheiden en onderzoekend. Met een voordeur die altijd openstaat. Of drie.

Picuskade door diederendirrix

Picuskade in Eindhoven door diederendirrix

Het Picusterrein maakte onderdeel uit van het historische industriegebied langs het Eindhovens Kanaal. De unieke ligging van het plangebied als schakel tussen verschillende sferen is uitgangspunt voor de stedenbouwkundige opzet.

De architectuur en het materiaalgebruik van de nieuwbouw zijn geïnspireerd op verschillende typologieën van industriegebouwen, maar er is nadrukkelijk geen sprake van herbouw. Samen met het contrast tussen hoog- en laagbouw ontstaat de meerwaarde, waarbij met betrekking tot de historische ontwikkelingen in het gebied, de volumes van drie bouwlagen onder zadeldak een voortzetting zijn van de cultuurhistorische ontwikkeling. Het hoofdvolume vormt een omhulling van het bestaande DAF museum. Het markante getrapte gebouw huisvest appartementen en een uitbreiding van het museum aan de kanaalzijde. Lees meer>>

Lees ook:

 

 

Reageer op dit artikel