blog

Blog – Han van Loghem: architect als wereldverbeteraar

Architectuur

Blog – Han van Loghem: architect als wereldverbeteraar

Door Harm Tilman – Architect Han van Loghem vertrok in de jaren twintig naar Siberië om daar zijn geluk te beproeven en de wereld te verbeteren. De film ‘Bouwen te midden van eenzaamheid’ van Pim Zwier laat aan de hand van uniek beeldmateriaal zien hoe zijn zoektocht naar de nieuwe wereld afliep. Hoe zit dit in de huidige tijd?

De Haarlemse architect Han van Loghem (1881-1940) had in Nederland verschillende woongebieden ontworpen, waaronder Betondorp in Amsterdam en Tuinwijk-Zuid in Haarlem, voordat hij in 1926 op uitnodiging van de Nederlandse civiel ingenieur Sebald Rutgers naar Rusland vertrok. In de slipstream van Lenin’s Nieuwe Economische Politiek werd hij belast met het ontwerp en de uitvoering van diverse wijken en gebouwen in de mijnstad Kemerevo, diep in Siberië.

Absolute aanrader

Over deze episode in de Nederlandse architectuur maakte de Nederlandse filmer Pim Zwier een uitermate boeiende documentaire, ‘Russia: Building Amidst Solitude’ (Bouwen te midden van eenzaamheid) die afgelopen weekeinde bij het AFFR was te zien. De documentaire is gebaseerd op de brieven en teksten van Van Loghem en zijn vrouw, kunstenaar Berthe Neumeijer, aangevuld met beelden uit Russische en familie archieven.  Juist dit maakt deze film bijzonder boeiend en tot een absolute aanrader.

Han van Loghem en Berthe Neumeijer Still uit film ‘Russia Building Amidst Solitude’ Archief Kohnstamm

Architect als wereldverbeteraar

Opvallend aan Van Loghems positie is dat hij de situatie in de Sovjet Unie na de Oktoberrevolutie idealiseerde en met zijn architectuur deze grote maatschappelijke verandering in de goede richting dacht te kunnen sturen. Groot was dan ook zijn teleurstelling toen de Russen de leiding overnamen en in een andere richting gingen werken. Van Loghem zag zichzelf als wereldverbeteraar, hij beschouwde dit als de belangrijkste taak van een architect.

Mart Stam en Johan Niegeman

Dat gold voor veel architecten uit die tijd. Ook architecten als Mart Stam (1899-1986) en Johan Niegeman (1902-1977) trokken naar Siberië. Beiden waren begin jaren dertig van de vorige eeuw betrokken bij de planning en het ontwerp van de industriestad Magnitogorsk. Mart Stam werkte samen met de Duitse architect Ernst May die naam en faam had verworven met de Siedlungen in Frankfurt am Main. Ook Johan Niegeman maakte deel uit van dit team.

Mart Stam, ontwerp voor Magnitogorsk, 1930

Leefgewoonten

De woningen die zij ontwierpen bleken echter niet aan te sluiten op de leefgewoonten van de bevolking. Niegeman zei daar later over: ‘Wij vinden het geweldig dat voor arbeiders zulke mooie woningen worden neergezet. Maar de bewoners komen uit verschillende landstreken en behoren tot verschillende volkeren. Welnu deze “nieuwe bewoners” slaan hun tenten op tussen de strokenbouw en gebruiken de woningen als toilet en rommelberging. Wij, die dit gadeslaan zijn ontsteld over ons eigen wanbegrip, onze lichtvaardigheid en onze domheid’.

Eerste huizen in aanbouw in Magnitogorsk, 1931 Beeld Johan Niegeman

Gemeenschappelijke idealen

Tegenwoordig ligt dit onder architecten anders. In zijn veelbesproken boek NRA neemt de Zwitserse architect Valerio Olgiati de wereld zoals deze is tot uitgangspunt. Olgiati stelt onomwonden; “Dit boek is zo non-ideologisch als mogelijk en situeert architectuur in de non-referentiële wereld van vandaag.” Gebouwen zijn volgens hem dan ook niet meer de belichaming van een samenleving. Architecten hoeven zich in zijn ogen niet langer meer als dragers van gemeenschappelijke maatschappelijke idealen te zien. Ze zijn auteurs die ruimtelijk gezien zinvolle gebouwen maken, die toegevoegde waarde hebben, je aan het denken zetten en daarmee een samenleving in beweging brengen.

Valerio Olgiati, ontwerp Elysée Mudac Museum . Lausanne

Autonome positie

Dat wil niet zeggen dat Olgiati terugvalt op een ‘l’art pour l’art’ benadering of een autonome positie claimt. Architecten nemen met hun praktijk weliswaar een geheel eigen positie in, maar ze worden daarin geconfronteerd met mogelijkheden en beperkingen die op zichzelf ook weer een vorm hebben. Architecten hebben in hun praktijk altijd te maken met het onderscheid tussen wat je kunt zien en begrijpen, en wat je niet kunt zien en zich daarmee aandient als mogelijkheid.

Empathie voor gebruikers

Jasper van Kuijk’s angst, afgelopen zaterdag in de Volkskrant, dat architecten weinig empathie hebben voor gebruikers, lijkt me daarmee nogal ongegrond. Zijn voorbeeld dat dit zou moeten illustreren, is ongelukkig. Rijnstraat 8 in Den Haag (ontwerp OMA) is tot stand gekomen in een DBFMO waarbij de opdrachtgever het aantal werkplekken dwingend voorschreef. Bovendien was in de ontwerpfase geen enkel contact toegestaan met de toekomstige gebruikers. Ook de selectie van het winnende ontwerp was geheim en zonder publiek debat.

Architectuur die honderd jaar mee kan

Het is dan ook puur de verdienste van de architect dat de architectuur van Rijnstraat 8 zo goed is en honderd jaar mee kan. Dit onverlet de discussie over het interieur, die nu al een jaar woedt en ertoe heeft geleid dat dit zal worden aangepast. De stelling echter dat architecten worden opgeleid om te experimenteren en statements te maken en zich niet opstellen als dienende ontwerpers maar als geruchtmakende auteurs, wordt met Rijnstraat 8 op geen enkele wijze onderbouwd. Sterker nog, dit gaat eigenlijk vooral op voor architecten die zich zelf zien als wereldverbeteraars.

Rijnstraat in Den Haag door OMA, winnaar ARC17 Architectuur Award Beeld Delfino Sisto Legnani en Marco Cappelletti

Architect van je eigen leven

In de non-referentiële wereld die Olgiati schetst, wordt van iedereen verwacht dat hij of zij zich constant op een lijn plaatst met de wereld, aangezien betekenissen zich niet langer laten fixeren. Tegenwoordig is iedereen de architect van zijn eigen leven en bouwt daarmee aan zijn eigen en gemeenschappelijke wereld. Het feitelijke werk van architecten gaat hiermee hand in hand.

Ruimtelijke ordening

Voor het maken van gebouwen hoeft een architect dan ook niet meer een beroep te doen op metaforen om gebouwen een betekenis te geven, of een verhaal te vertellen. Gebouwen kunnen nu zelf zin maken en als zodanig een fundamentele rol spelen in de maatschappelijke opgave van sociale of ruimtelijke ordening.

Lees ook

Reageer op dit artikel