blog

Blog – Hebben architecten nog een agenda voor de toekomst?

Architectuur

Blog – Hebben architecten nog een agenda voor de toekomst?
De parkmeester in Pluk van de Petteflet Beeld ©Fiep Amsterdam bv; Fiep Westendorp Illustrations

Door Juliette Bekkering – Wie is niet groot geworden met een van de meest navrante scenes uit het kinderboek Pluk van de Petteflet, waarin de ongerepte Torteltuin moet wijken voor een zielloos tegelplein en asfalt? De ontwerper die obstinaat zijn potloodpunten slijpt en met strakke lijnen het laatste stukje wildernis wegtekent.

In de ogen van de schrijfster Annie M.G. Schmidt, illustrator Fiep Westendorp en de lezers leidt de tussenkomst van architecten en stedebouwers bijna altijd tot verlies. Kennelijk is in de (kinder)literatuur en bij het grote publiek het beeld ontstaan dat de architecten zich laten verblinden door de status van hun vak en de verleidelijkheid van de mooie opdrachten waaraan ze werken.

Architecten en stedebouwers verschuilen zich vaak achter het standpunt dat zij ontwerpen wat de opdrachtgever vraagt en dat de plannen moeten passen binnen wettelijke kaders: het bouwbesluit, de omgevingsvergunning en allerlei stedebouwkundige en ruimtelijke kaders die ervoor zorgen dat plannen vaak een optelling zijn van beslissingen buiten het reguliere ontwerptraject. Ontwerpers dienen zich er rekenschap van te geven dat veel ontwerpbeslissingen al genomen zijn voordat er een streep op papier is gezet, tegelijkertijd klinkt dit toch als een gemakkelijk excuus: heeft de ontwerper geen ethische positie die kan worden bevestigd of verdedigd in het plan?

Twee posities

Daarnaast ziet de architect zichzelf vaak als de enige persoon met het juiste perspectief: de hoeder van de goede smaak met het vizier gericht op een stralende toekomst, wanneer zijn grootse ideeën eindelijk tot realisatie gekomen zijn. Er gaapt kennelijk een groot gat tussen het zelfbeeld van de architect en de publieke appreciatie van ons werk: zijn we niet in staat om uit te leggen waar we mee bezig zijn of houden we ons inderdaad bezig met de verkeerde zaken, zodat er ook geen resonantie is van onze ideeën in het openbare debat?

Cadenza winnaar Gemma Smid Architectuurprijs 2018 Zoetermeer. Beeld Alex Berendsen

Cadenza Zoetermeer. De nieuwste uitbreiding van Zoetermeer Centrum. Beeld Alex Berendsen

Architecten hebben in het verleden baanbrekende plannen gemaakt voor de toekomst. We kennen allemaal de pijnlijke gevolgen daarvan: van Le Corbusiers Plan Voisin om de halve binnenstad van Parijs af te breken tot het mislukken van de Bijlmer of het onooglijke Zoetermeer. Het gevolg van deze architectonische fiasco’s is dat de architecten en stedebouwers zich hebben teruggetrokken op twee posities: ofwel de (vastgoed)markt wordt zonder dralen bediend ofwel het heil en de goede ideeën moeten voortkomen een uit bottum-up aanpak.

Ville Radieuse Le Corbusier 

Hernieuwd idealisme

Er zijn genoeg vraagstukken in de ruimtelijke ordening die om een ideologische positie vragen. Hoe gaan we om met de klimaatverandering en wat betekent dat voor ons vak? De grote opgave van de energietransitie 2050 grijpt direct in op de structuur van de gebouwde omgeving, maar tot nog toe blijft het ongemakkelijk stil binnen het vakgebied, een enkele uitzondering daargelaten. Opvallend is dat de architecten nagenoeg geen rol spelen in het debat over deze belangrijke taak. Geen architecten in de media, geen architecten in het openbare debat. Zijn we irrelevant geworden bij de implementatie van deze agenda, of hebben we weinig toe te voegen?

Varkens ondergebracht in hoogbouw, in Pig City. Een idee van MVRDV

Kunnen we het verlies van biodiversiteit compenseren met ontwerpen? Zodat waar architectuur verschijnt de spreekwoordelijke Torteltuin uit Pluk van de Petteflet niet meer verdwijnt maar juist wordt toegevoegd. Hoe kunnen architecten en stedebouwers een relevante agenda voor de toekomst stellen? Wetende dat ons werk is opgespannen tussen wettelijke kaders, politieke ambities, maatschappelijke haalbaarheid en het rendement van de marktpartijen. Hoe kunnen we de plaats aan tafel weer verwerven en een plek in het debat krijgen? Kunnen we de discrepantie tussen wat je moet tekenen en wat je misschien eigenlijk wilt ontwerpen nog overbruggen? Vragen deze tijden niet om een hernieuwd idealisme, wars van ideologische preoccupaties, gericht op een architectuur en stedebouw die de wereld mooier achterlaat?

Deze column is eveneens verschenen in het septembernummer van de Architect. Wil je deze editie van de Architect graag ontvangen? 

Vul vrijblijvend het aanvraagformulier in >

 

Reageer op dit artikel