blog

Blog – Privatisering en de publieke ruimte: is het publieke karakter van de openbare ruimte ten dode opgeschreven?

Architectuur

Door Els Leclercq – Het eigendom maar ook het onderhoud van de openbare ruimte komt steeds vaker in handen van private actoren, zowel ‘corporate’ bedrijven als organisaties zonder winstoogmerk zoals bewonersverenigingen of andere belangengroepen. Deze partijen stellen vaak andere, (voor hen) specifieke eisen met betrekking tot toegang en gebruik van de ruimte waardoor de publieke waarden (zoals we die toekennen aan publieke ruimte) in het nauw kunnen komen. Vormt privatisering hiermee een bedreiging voor het publieke karakter van de openbare ruimte?

Deze vraag wordt in een serie van vijf artikelen vanuit verschillende perspectieven beantwoord. In dit eerste deel wordt ingegaan op wat er onder privatisering van de openbare ruimte wordt verstaan en hoe een bredere definitie van de publieke ruimte bij kan dragen aan het debat over de aard van het publieke karakter van de ruimte. De artikelen zijn geschreven naar aanleiding van een promotieonderzoek naar privatisering van de publieke ruimte in een drietal casussen in Liverpool, UK.

Publieke ruimte

Met publieke sfeer werd in de Griekse oudheid gerefereerd aan het samenkomen van vrije individuen om zaken te bespreken die het individu overstegen en die een gezamenlijke aanpak behoefden. Een verheven ideaal maar in de praktijk gold dit alleen voor welgestelde mannen die de economische ruimte hadden om zich in de publieke sfeer te begeven, en niet voor vrouwen, kinderen en slaven. Publieke ruimte functioneert hierin als een mogelijke ruimtelijke context voor de publieke sfeer[1].

Sinds de zestiende eeuw refereert ‘publiek’ echter aan de Staat als representatie van haar burgers (en niet meer aan een groep actieve burgers die gezamenlijk zaken bespreekt)[2].  Publieke ruimte verwijst dan naar de Staat (en dus het volk) als eigenaar, als tegenhanger van privaat eigendom. De publieke ruimte, in haar meest idyllische vorm, is hierbij toegankelijk voor iedereen en er gelden gelijke normen en regels.

Privatisering

Privatisering van de publieke ruimte komt in vele vormen voor. De meeste directe vorm is wanneer het eigendom van, of de controle over de grond van publieke naar private handen gaat, zoals bijvoorbeeld de Koopgoot in Rotterdam of King’s Cross in Londen. Vaak zijn mensen die de ruimte gebruiken zich er niet van bewust dat de ruimte in feite in private handen is omdat ze deze gewoon kunnen betreden.

Andere vormen van privatisering zijn te vinden in voorbeelden waar de ruimte overgenomen wordt door een bepaalde groep mensen, maar waarbij niet per sé ‘corporate’ private actoren betrokken zijn. Zoals bijvoorbeeld buurtparkje Nomadic Park in Londen waar een groep bewoners een eigen park heeft ingericht op een ongebruikt terrein. Een ander vaak aangehaald voorbeeld zijn de moestuinen die vaak geprezen worden om hun bijdrage aan lokale voedselproductie en sociale buurtcohesie. Bij het park in Londen kun je je nog voorstellen dat het ook toegankelijk is voor anderen dan de initiatiefnemers, maar bij een moestuin wordt de ruimte op een dusdanige manier ingenomen dat andere mensen deze niet meer kunnen gebruiken; er kan niet gevoetbald of gepicknickt worden.

Het publieke karakter van de openbare ruimte gaat dus over toegankelijkheid: wie mag er komen en wie niet?

Voorbeelden van privatisering van de openbare ruimte: King’s Cross and Nomadic Park, beeld Els Leclercq

Voorbeelden van privatisering van de openbare ruimte: King’s Cross and Nomadic Park, beeld Els Leclercq

Andere vormen van privatisering waarbij niet het eigendom of controle in private handen is maar waar wel het gebruik van de openbare ruimte voor commerciele doeleinden ingezet wordt, zijn bijvoorbeeld de uitdijende terrassen in onze binnensteden, of de festivals en events die vaak worden georganiseerd om de burgers te vermaken. Daarnaast kan onder privatisering ook het tijdelijk en spontaan toe-eigenen van de ruimte worden geschaard, zoals het voorbeeld op de foto waarbij een groep jongeren de middenberm gebruikt als barbeque plek.

Uitingen van tijdelijk en spontaan gebruik kunnen ook een culturele of politieke vorm aannemen, zoals het onderstaande voorbeeld van dit kleine theater in Rotterdam of bepaalde vormen van graffiti.

Hiermee is dus niet gezegd dat alle vormen van privatisering per definitie slecht of schadelijk zijn voor het publieke karakter van de stedelijke ruimte. Sommige vormen dragen juist bij aan de specifieke kenmerken en sfeer van de stad.

Het publieke karakter heeft dus naast toegankelijkheid ook te maken met wat je in de ruimte kunt doen of juist niet kunt doen.

Voorbeelden van toe-eigening van de openbare ruimte met een tijdelijk en spontaan karakter, beeld Els Leclercq

Voorbeelden van toe-eigening van de openbare ruimte met een tijdelijk en spontaan karakter, beeld Els Leclercq

Toe-eigening als component van de definitie van publieke ruimte

Naast het eigendom van en de controle over de openbare ruimte en de mate waarin deze ruimte toegankelijk is, lijkt dus de mate van toe-eigening een graadmeter voor het publieke karakter. Met toe-eigening wordt hier bedoeld de manier waarop burgers de ruimte reproduceren door individuele dagelijkse interventies die een tijdelijk en spontaan karakter hebben. Deze bezigheden worden nu juist vaak aan banden gelegd wanneer private actoren de controle over de ruimte overnemen, omdat ze onverwachte wendingen en een element van verrassing met zich mee kunnen brengen.

Commercieel ingestelde actoren hebben graag een risicoarme ruimte waarin mensen zich manifesteren als passieve consumenten en niet als actieve burgers. Het belang van commercieel ingestelde actoren is het best gediend met een gecontroleerde werkelijkheid. In het geprivatiseerde stedelijke winkelgebied Liverpool One (Liverpool) blijken spontane interventies met een culturele of politieke insteek inderdaad niet toegestaan door de ongeschreven ‘corporate rules’ die de private ontwikkelaar heeft opgelegd. Deze regels worden gehandhaafd door een grootschalig gebruik van CCTV camera’s en beveiligingsbeambten die het gebied patrouilleren en ongenode gasten (daklozen, hangende jongeren etc.) en ongewenst gedrag (uitdelen van flyers, maken van straatkunst of muziek, filmen etc.) weren.

In het publieke deel van de hoofdwinkelstraat, Paradise Street, gelden deze regels niet en wordt de ruimte veelvuldig toe-geëigend. Nu moet hier uiteraard aan toegevoegd worden dat private actoren niet de enige zijn die controle mechanismen gebruiken in de openbare ruimte. Ook de publieke overheid gebruikt deze om bepaalde gebieden ‘veiliger’ of ‘aantrekkelijker’ te maken.

Geprivatiseerde deel van Paradise Street vs publieke gedeelte, beeld Els Leclercq

Geprivatiseerde deel van Paradise Street vs publieke gedeelte, beeld Els Leclercq

De introductie van het begrip toe-eigening biedt een interessant perspectief om de publieke ruimte in bredere zin te definiëren en te analyseren, naast de meer gangbare noties van eigendomsstructuur/controle en toegankelijkheid.

[1] Zie Arendt, A., (1958) The Human Condition

[2] Zie Habermas, J. (1989) The Structural Transformation of the Public Sphere

Reageer op dit artikel