artikel

Nathalie de Vries: “Dit jaar bemerkte ik voor het eerst dat we het trauma van de crisis achter ons hebben gelaten.”

Architectuur

Door Harm Tilman – Deze maand neemt Nathalie de Vries afscheid als voorzitter van de BNA. De Vries, architect en partner bij MVRDV, trad in 2015 aan als voorzitter van het bestuur. De afgelopen vier jaar zette zij zich, in nauwe samenspraak met BNA-directeur Fred Schoorl, in voor de zaak van de architectuur. Het duurde even voordat een afspraak tot stand komt, maar afgelopen maand ontmoette ik haar in een fraai etablissement aan de Coolsingel in Rotterdam. Een gesprek over het trauma van de crisis, ondernemerschap in architectuur, opdrachtgeverschap als uitdaging en honoraria onder druk.

Je bent 2×2 jaar voorzitter van de BNA geweest. Hoe gaat het met de sector en heb je het gevoel deze beter achter te laten dan toen je begon?

Toen ik begon kwamen we net uit de crisis en moesten we veel verlies nemen. De afgelopen vier jaar gaat het gelukkig beter. Dit jaar bemerkte ik voor het eerst dat we het trauma van de crisis achter ons hebben gelaten. De veerkracht van de sector is blijkbaar groot. Overigens zitten daar regionaal veel verschillen in. Oostwaarts begint de druk al weer op te lopen en trekken de opdrachten aan. In het zuiden en in de Randstad was men al eerder uit de crisis en doet men veel aan herstructurering en verdichting.

Toen je  aantrad sprak je in een interview in Cobouw onder andere als ambitie uit, dat je de rol van de architect beter voor het voetlicht wilde brengen. Is dat gelukt?

Voor een deel wel, maar we zijn er nog niet. Destijds werd de architect in sommige kringen als luxe beschouwd. Ook ontbrak het elan dat we in de periode daarvoor zagen in de architectuur en woningbouw. Afgelopen tijd hebben we ons geprobeerd terug te vechten.

De  BNA Beste Gebouw van het Jaar zet de architect anders neer, op basis van maatschappelijke meerwaarde. Verder besteden we aandacht aan concrete maatschappelijke thema’s zoals de problematiek van vluchtelingen of het aardbevingsgebied. Daar zie je de impact van de architect. Ook heb ik me ingezet om inclusiviteit en diversiteit binnen de branche te agenderen, hier is nog een wereld te winnen.

Architecten onderkennen nu dat je zakelijk moet zijn en jezelf moet verkopen en dat je niet meer kunt afwachten. De BNA heeft laten zien hoe je dat op verschillende manieren kunt doen. Architecten moeten bedenken waarin ze goed zijn en wat hun meerwaarde is. Iedereen is nu bezig met zijn specifieke plek op de markt. Dat is winst.

Naast dit realisme, bestaat het besef, dat samenwerking belangrijk is. De BNA heeft daar sterk aan bijgedragen Autonoom groeien is geen doel meer, strategische allianties afsluiten wel. Dat verhoogt je kansen als architect. Zo gaat het Noordelijk architectencollectief nu aan de slag in het Groningse aardbevingsdorp Overschild.

 

Nathalie de Vries, architect en partner van MVRDV, neemt deze maand afscheid als voorzitter van de BNA, een functie die ze sinds 2015 vervulde

Ondernemerschap in architectuur

Ook zei je de relevantie van de BNA te willen versterken door het omarmen en verbeteren van creatief ondernemerschap. Ben je daarin geslaagd?

Zeer zeker en het laatste jaar was een echt oogstjaar. Toen ik begon was het een jammerklacht: aanbesteding dit, onderbetaling dat. Nu is het nog niet zoals het wezen moet, maar er komt wel iets los. Architecten nemen maatregelen en denken veel strategischer na over hun onderneming. Het bewustzijn, dat je je zaken gewoon goed op orde dient te hebben is gegroeid.

Op dit moment verandert veel, bijvoorbeeld hoe contracten worden gesloten en hoe opdrachten worden verleend. Ook de verwachtingen van opdrachtgevers en gebruikers aangaande gebouwen wijzigen zich. De handreiking Gezonde Architectenselecties biedt met faire vergoedingen en een helder proces. Die heeft grote impact gehad in de Tweede Kamer en bij staatssecretaris Keijzer. We zitten hiermee in een versnelling.

De BNA ziet zich in dit krachtenspel steeds meer als partner. Ze geeft handreikingen aan en maakt handleidingen voor zowel haar leden als inkopers bij de overheid. In concrete gevallen kunnen architecten bij de BNA terecht met vragen over bijvoorbeeld auteursrecht. We zijn voortdurend bezig met de vraag wat we als collectief aan de orde kunnen stellen. Ook hebben we een meldpunt voor klachten over aanbestedingen opgericht. Tegelijkertijd is het aan de bureaus zelf om kritisch te blijven en met opdrachtgevers in gesprek te gaan over een gezonde aanbesteding.

Vooralsnog zien we de honoraria niet stijgen.

Bij bijna de helft van de bureaus zien we de omzet en resultaten van bureaus stijgen. Maar faire vergoedingen zijn er nog niet.

De volgende stap is dat we meerwaarde aantonen en ons daarvoor laten betalen. Je ziet een verschuiving in de werkzaamheden optreden. Onder invloed van digitalisering nemen we afscheid van bestaande begrippen en systemen. Dat moeten we omrekenen naar de werkelijke waarde van onze activiteiten en van de producten die architecten leveren.

Een voorbeeld? Er zijn nog steeds namen voor fasen als VO, DO en bestek, maar als je daar je honorarium op berekent, kan het zomaar zijn dat je jezelf tekort doet. Zeker ook met de voortgaande digitalisering is een nieuw begrippenkader nodig. Je kunt verder als architect beter kijken naar wat je levert aan producten of stukken en daar je honorarium op bepalen. Je moet je dus  een eerlijke vergoeding laten betalen voor wat je doet en niet steeds werken met een terugverdienmodel in een latere fase.

Deze ‘pricing’ vind ik een oplossing, maar dat dient ieder bureau zelf te doen. Omdat we in Nederland een branchebrede  cao hebben, leggen we een fatsoenlijke basis en hoeven de prijzen elkaar niet gigantisch te ontlopen.

Aanbestedingstrajecten op de schop

Onlangs zei Francine Houben dat de aanbestedingstrajecten voor Europese tenders op de schop moeten. Opdrachtgevers moeten zich bewust zijn van wat ze vragen aan tijd en geld van architecten die zich inschrijven op tenders. Wat vind jij hiervan?

Er komt veel schokkends voorbij. Natuurlijk is er een verschil tussen publieke en private tenders, maar de laatsten kijken wel naar de publieke opdrachtgevers. We hebben de betrokken partijen uitgenodigd aan de aanbestedingstafel van de BNA. Daarna hebben we een handleiding gemaakt van wat architecten diensten kosten. Deze handleiding hebben we gepitcht bij Mona Keijzer, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, als inbreng in de discussie over het verloop van aanbestedingen. Zij heeft de handleiding laten opnemen in de Handreiking Tenderkostenvergoeding van de Rijksoverheid.

De populariteit van Europese aanbestedingen neemt af, ook onder de inschrijvers, omdat er geen verdienmodel in lijkt te zitten

Bij aanbesteden is de vraag of iedereen gelijke kansen heeft. Het Rotterdamse model zorgt voor meer gelijkwaardigheid, aangezien je als architect gebouwen met vergelijkbare complexiteit mag opvoeren. Tegelijkertijd zijn architecten strategischer gaan denken en samenwerken.

We richten ons nu sterk op het aanpassen van de aanbestedingsregels. De volgende stap is om de gehele aanbestedingscultuur in de breedte te verbeteren. De onevenredigheid van eisen baart grote zorgen en ik vraag me af of de kundigheid onder inkopers toeneemt. Er is duidelijk behoefte aan eisen en voorbeelden op een hoger niveau.

Wat mij opvalt is dat je van aanbestedingen zo weinig hoort. Aanbestedingen lijken zich vooral in achterkamers af te spelen. De betrokkenheid op architectuur neemt daardoor af, terwijl de plannen evengoed de publieke meningsvorming kunnen voeden. Wat is daar aan te doen?

Als eerste: het aantal onderhandse aanbestedingen neemt toe ten opzichte van de Europese aanbestedingen. De populariteit daarvan neemt af, ook onder de inschrijvers, omdat er geen verdienmodel in lijkt te zitten. Dit speelt breed in de bouw.

Openbaarheid zou heel prettig zijn, de plannen kunnen daarmee onderdeel van een cultuur worden. Een ander punt is dat de bij de beoordeling nauwelijks architecten zijn betrokken. De BNA geeft daar architecten en opdrachtgevers handreikingen voor, zoals Kompas Light. Jeroen de Willigen probeert in Groningen vakgenoten in jury’s te zetten.

Architecten hebben kortom hun zaken op orde. De vraag is nu: What is Next?

De vraag stellen is hem beantwoorden …

We hebben ons huiswerk gedaan, het is klip en klaar wat moet gebeuren. De volgende stap ligt bij de politiek.

Opdrachtgeverschap als grootste uitdaging

Ik volgde onlangs de presentatie van het Jaarboek. Evelyne Merkx zei iets heel opmerkelijks. Volgens haar ligt de grootste uitdaging nu in het opdrachtgeverschap. De nieuwste ontwikkelingen op elk gebied halen opdrachtgevers steeds weer in. Volgens haar zou je een manier moeten vinden om daar rustiger mee om te gaan.

Onze meerwaarde is dat we opdrachtgevers kunnen adviseren over de opgave. De meeste architecten voeren daar discussie over, maar dan moet daar wel ruimte voor zijn. Als je via een bepaalde procedure een opdracht hebt verkregen, is er weinig ruimte voor dialoog. Als je alles vast. timmert qua eisen en honorarium, mis je kansen.

Opdrachtgevers willen zekerheden. De afgelopen 3 jaar stonden bij ons in het teken van duurzaamheid en digitalisering. De laatste ontwikkeling is inmiddels uitgekristalliseerd. We hebben opgeroepen om de circulariteit op te pakken. Er is veel kennis nodig en het is nog nauwelijks helder hoe je dat moet doen.

Onze meerwaarde is dat we opdrachtgevers kunnen adviseren over de opgave

De komende drie jaar willen we aandacht besteden aan het welbevinden van mensen. We zijn terecht gekomen in een samenleving waarin veel  met outputspecificaties geregeld wordt. Alles is ‘performance based’ geworden. De prestaties van gebouwen staan voorop, maar dan moet je wel weten waarover je het hebt. Opdrachtgevers eisen dit steeds meer, maar zijn lang niet altijd in staat dit goed te verwoorden. Architecten kunnen op dit vlak een grote rol spelen.

Bij het maken van gebouwen worden we steeds vaker gevraagd op meetbare prestaties te leveren. Ik wil de vraag agenderen of en in hoeverre gebruikers zich daarmee automatisch ook prettiger voelen. Ik durf te beweren dat dit automatisme niet bestaat. Hoe kwantificeren we welbevinden? Het is interessant te bedenken met welke methodes je ook zachte waarden explicieter kunt omschrijven als specificatie.

Vanuit de BNA besteden we aandacht aan ontwikkelingen die het vak veranderen. We leveren daar voor architecten de kennis en kunde bij. Voorts organiseren we bijscholing en we gaan in discussie met overheid over wet- en regelgeving zodat we deze kunnen vertalen in voor architecten hanteerbare eisen en verplichtingen.

Deze nieuwe opdrachtgeverscultuur leidt er soms toe dat architecten verantwoordelijk worden gesteld voor zaken waar ze feitelijk geen enkele invloed op hebben. In Rijnstraat 8 werden bijvoorbeeld 6000 ambtenaren in een gebouw met 3000 werkplekken geplaatst, maar uiteindelijk zou de architect het hebben gedaan. Is dat niet een uitwas?

De architect moet als een van de eerste alle zaken op een geïntegreerde manier bij elkaar brengen en daar een interpretatie aan geven. Het kan zijn dat deze interpretatie de opdrachtgever niet bevalt, maar dan moet deze wel bij zichzelf te rade gaan en uitzoeken waarop zijn uitgangspunten dan waren gebaseerd.

Stel dat bij een groot gebouw de brandveiligheid en de bekabeling niet klopt. Stel ook dat de opdrachtgever uit meerdere partijen bestaat. Deze opgave is geen invuloefening, maar biedt ook kansen. De discussie hoe je je als overheid wilt representeren, lijkt me gerechtvaardigd. Daar is beslist  een update voor nodig. Als architect zie je een toekomst voor je maar hoe je daar komt en met welke methoden en middelen, is het ontwerp.

Maar is het punt niet dat het bij gemeenten en provincies aan grote visies ontbreekt, wellicht ook  omdat bij de overheid veel ontslagen zijn geweest en daarmee kennis en capaciteit is weggevloeid.

Achter wat we willen met de gebouwde omgeving, moet een visie zitten en tegelijkertijd een beeld van de omgeving en de ruimtes waarin we willen verblijven. Als architecten helpen we opdrachtgevers die visie te realiseren. Als die visie ontbreekt, ontstaat idealiter een dialoog tussen opdrachtgever en architect. In iedere opdracht en situatie moet een mogelijkheid tot interpretatie en herinterpretatie bestaan.

Maar ik kan wel zeggen dat ik het beeld van een gebrek aan human capital bij overheden herken. Met Stad van de Toekomst hebben we daar samen met de G-5 concreet aan gewerkt. Dat laat zien hoe je als gemeente ontwerpend onderzoek kunt benutten.

Onbalans in de sector

In de architectuur worden opdrachten binnengehaald via prijsvragen. Dat is een moeilijk traject; je investeert als architect veel geld, zonder de zekerheid dat iets terugkomt. Dat maakt architectuur tot een wereld van competitie en strijd, om een collega van je te citeren. Hoe kom je als branchevereniging op voor gemeenschappelijke belangen?

Door te blijven hameren op eerlijke en transparante processen, gebaseerd op èchte deskundigheid. Daar werken we hard aan, maar de praktijk is weerbarstig, ook in andere branches.

We zorgen er verder voor dat architecten worden geholpen om vanuit hun kracht die competitie  aan te gaan. Architecten moeten zich er bewust van zijn wat ze kunnen en wat ze waard zijn. Wij helpen ze daarbij. Belangrijk is ook dat architecten een goede dienstverlening naar opdrachtgevers toe kunnen verlenen. We houden ze aan de gedragsregels die we met elkaar hebben opgesteld.

Je hoort de laatste tijd wel dat een groot tekort is aan capaciteit in het bouwen, aan geschoold personeel. Het lijkt een georganiseerde onbalans, wat is daaraan te doen?

De laatste jaren zijn veel mensen uit de sector weggevloeid en ander dingen gaan doen. De bureaus moeten voor een deel van hun personeel concurreren met sectoren waar de lonen harder stijgen. Ook treden demografische ontwikkelingen als vergrijzing op.

De aanvoer van architecten vanuit de scholen is verzekerd, maar het is met name moeilijk om aan specialisten te komen. Vooral goed technisch geschoold personeel is een probleem. Wellicht moet in aan het traject van MTS en HTS het nodige veranderen.

De aanvoer van architecten vanuit de scholen is verzekerd, maar het is met name moeilijk om aan specialisten te komen.

De manier waarop bureaus werken, is door de digitalisering sterk veranderd. We moeten de sector aantrekkelijker maken om daarin te willen werken. De vraag is ook of je er wel genoeg kunt verdienen. De bouwsector worstelt met het gegeven dat er veel cross overs zijn en dat alles is gedigitaliseerd.

Daarvoor zijn nieuwe opleidingen nodig. Ook de continue scholing gedurende de carrière van mensen. Dit vergt van de zijde van de bureaus investeringen in opleidingen. Op een dergelijke wakkerheid onder onze leden hebben we ons als BNA de afgelopen jaren sterk toegelegd.

Binnenkort geef je het stokje door aan je opvolger. Wat wil je hem meegeven?

De rol van de voorzitter is een boegbeeld en verbinder. Dat werkte het beste als je je hart volgt en passie hebt. Ik raad hem (Francesco Veenstra, redactie) dus vooral aan om zijn eigen intuïtie te volgen.

Lees ook

Reageer op dit artikel