artikel

Architectuur in tijden van klimaatverandering – Platteland als nieuwe grens van transformatie

Architectuur Premium

Architectuur in tijden van klimaatverandering – Platteland als nieuwe grens van transformatie
In het project Productief Peppelland stellen Job Wittens, Joost van der Waal, Frans van Boeckel, Paul van Limpt en Marco Vermeulen een grootschalige inzet van verlijmd populierenhout in de bouw voor. Aan de Dommel wordt een CLT fabriek gevestigd.

Op het platteland vinden grote veranderingen plaats. Volgens velen gaat te veel aandacht uit naar de grote steden en wordt het tijd te gaan kijken naar de radicale transformaties in rurale gebieden. In deze processen spelen architecten en stedenbouwkundigen een geheel andere rol dan in de stad en zijn nieuwe denkwijzen vereist.

Door Harm Tilman – In het Guggenheim Museum in New York zal in 2020 de langverwachte tentoonstelling ‘Countryside: Future of the World’ te zien zijn. Volgens samensteller Rem Koolhaas is het feit dat 50 procent van de wereldbevolking in steden leeft een excuus om de andere 98 procent van de oppervlakte van de wereld te negeren: het platteland. In zijn optiek zijn de uitgestrekte, niet-stedelijke gebieden van het platteland de grens van transformatie geworden.

Koolhaas presenteert de toekomst van het platteland geenszins als de onvermijdelijke uitkomst van een globale ontwikkeling. De modernisering van het platteland wordt niet verheerlijkt maar juist ter discussie gesteld. Ook blijft hij weg bij het idee dat we ooit terug kunnen keren naar een verloren land. Beide opvattingen bieden immers een gebrekkig inzicht in de ontwikkelingen die de aarde doormaakt.

Verwachtingen van het platteland

Eind vorig jaar ging Koolhaas alvast in debat met professor Louise Fresco van Wageningen University & Research. Volgens Fresco wordt van het platteland tegenwoordig enorm veel verwacht. Er is in de geschiedenis geen moment aan te wijzen waarop zo veel zaken op het platteland zijn geprojecteerd: voedselproductie, biodiversiteit, landschappelijk kwaliteit, werkgelegenheid, ouderenzorg, industrie en vervoer, om er een paar te noemen. Zo doemen de contouren op van een complexe opgave.

Fresco schetst twee reacties op het platteland. Nu het ver weg is komen te liggen van de stad, is vaak niet meer duidelijk waar het voedsel wordt geproduceerd. Dit voedt volgens haar tal van onterechte angsten over de voedselproductie. Naast deze dystopische visioenen bespeurt ze tegelijkertijd een enorme hunkering naar vroeger, in de vorm van een geïdealiseerd platteland dat feitelijk nooit heeft bestaan. Een platteland dat zich onderscheidt door kleinschaligheid, geslotenheid en diversiteit.

Beide richtingen gaan volgens Fresco voorbij aan twee essentiële ontwikkelingen. Om te beginnen is dat de technologische ontwikkeling. Daarbij kun je denken aan de inzet van drones in de precisie-landbouw. Daarnaast wees ze op de enorme gevolgen die bijvoorbeeld een oplaaiende handelsoorlog tussen Amerika en China zal hebben. Dit vraagt om na te denken over een toekomst waarin ook jongeren zich herkennen.

Ook voor Rijksbouwmeester Floris Alkemade is het platteland en de vernieuwing ervan een belangrijke speerpunt. Twee derde van het Bruto Nationaal Product wordt hier verdiend. Velen denken nog steeds dat de Randstad dominant is. In een uitzending van Buitenhof beweerde criticus Tracy Metz bijvoorbeeld dat in Nederland al het geld wordt verdiend in de Randstad. Volgens Alkemade een aperte leugen: “Zonder de vier grote steden is Nederland altijd nog de vijfde economie van Europa en groter dan de economie van België.”

Grootboek van ideeën

Om het belang van het platteland te onderstrepen organiseerde het College van Rijksadviseurs afgelopen jaar de prijsvraag ‘Brood en Spelen’. Deze prijsvraag heeft een keur aan boeiende ontwerpen opgeleverd, zowel in ideeën als uitvoering. Het project ‘Productief Peppelland’ van Job Wittens, Joost van der Waal, Frans van Boeckel, Paul van Limpt en Marco Vermeulen zoekt naar een alternatief voor het gebruik van mineralen in de bouw. Beton zorgt voor een grote CO2 emissie. Door het gebruik van populieren in de bouw wordt de uitstoot van CO2 teruggedrongen, terwijl CO2 voor langere tijd wordt opgeslagen. ‘Productief Peppelland’ pleit dan ook voor een grootschalige inzet van verlijmd populierenhout in de bouw.

Om de productie van populierenhout tot een goed einde te brengen, zochten de ontwerpers naar manieren om de kringloop te sluiten. Het probleem is nu juist dat verschillende schakels die ooit wel in Nederland bestonden, de afgelopen veertig jaar zijn afgestoten. Een andere barrière vormen de nu nog hoge kosten die zijn gemoeid met de houtproductie, in vergelijking met andere bouwmaterialen. Dit kan worden verholpen door de werkelijke kosten in beeld te brengen. Op dit punt kan een belasting op de uitstoot van CO2 wonderen verrichten.

In het project ‘Hofsteden aan de Dreef’ doen Ad Schoenmakers en J.A.J. Braspenning het voorstel voor een sloopbonusregeling. Kern daarvan is de gedachte dat je om woningen te realiseren, elders in het buitengebied woningen sloopt. In de gemeente Zundert gaan ze daar nu voorzichtig mee experimenteren. Beide ontwerpen vormen boeiende bladzijden in het omvangrijke grootboek van vernieuwende ideeën en perspectieven voor het platteland, dat de prijsvraag heeft opgeleverd. Doordat grondeigenaren aan ontwerpers zijn gekoppeld, hoeft het daar niet bij te blijven. Volgens Floris Alkemade moeten ontwerpers zich niet al te snel laten ontmoedigen. Als je tegen barrières oploopt, zit je juist goed, aldus Alkemade. “Als je dat overkomt, weet je dat je de kern te pakken hebt.”

Klimaatverandering

‘Heart of the matter’ is het klimaatprobleem dat in Nederland eindelijk de aandacht krijgt die het verdient. Volgens klimaatwetenschappers warmt de aarde op dankzij menselijke activiteiten. Dat is minder vanzelfsprekend dan het lijkt. Zoals bleek uit de discussie die eind vorig jaar losbarstte op Twitter na een kritische beschouwing van Andy van de Dobbelsteen, wordt deze ontwikkeling door de elite om politieke redenen glashard ontkend. Deze houding hangt volgens analisten samen met twee fundamentele ontwikkelingen: enerzijds de deregulering die begin jaren negentig ook in Nederland is doorgevoerd en intussen enorm is uitgedijd; anderzijds de enorme toename van ongelijkheden in de wereld.

De analyse die de socioloog Bruno Latour in zijn pas verschenen boek ‘Waar kunnen we landen?’ ( Bruno Latour, Waar kunnen we landen? Politieke oriëntatie in het Nieuwe Klimaatregime, Octavo, Amsterdam 2018) over het nieuwe klimaatregime geeft, sluit hierop aan (1). Nog steeds is het het globale dat schittert, zegt hij. Je kunt daarbij aan van alles denken: van het beeld van Kim Kardashian die topless noodles naar binnen slurpt tot de manier waarop president Donald Trump op globaal niveau handelspolitiek bedrijft.

Dit globale bevrijdt, enthousiasmeert en heeft de schijn van de eeuwige jeugd. Alleen bestaat het niet. Het lokale evenmin. De aarde is niet langer een passieve ontvanger van onze handelingen, maar handelt zelf ook. Het is daarom van belang, aldus Latour, zoveel mogelijk koele kennis te verwerven over de warme activiteiten van de aarde. Alle handelende instanties moeten zich de vraag stellen, hoe ze afstemmingslijnen kunnen herkennen die duurzaam zijn en hoe zij zich binnen deze afstammingslijnen kunnen plaatsen.

The urge to sit dry - Boris Maas - Beeld: Design Academy Eindhoven, Foto Ronald Smits

Met deze stoel op hoge poten, een ontwerp van Boris Maas, kun je vooralsnog veilig boven NAP leven, terwijl de zeespiegel rijst. The urge to sit dry – Boris Maas – Copyright: Design Academy Eindhoven, Foto Ronald Smits

Stoel op hoge poten

Dit werpt de vraag op in welk medium een dergelijke zoektocht het meest op zijn plek is. Over het klimaatprobleem kun je dikke boeken schrijven, maar ook het medium van het meubel kiezen om dit probleem aan de orde te stellen. Dat doet bijvoorbeeld de jonge ontwerper Boris Maas in zijn project ‘The Urge to Sit Dry’. Meubels zijn objecten met expressieve vormen, details en componenten. Ze kunnen mensen uitdagen en ervoor zorgen dat ze hun dagelijkse gewoonten aanpassen.

Maas bestudeerde de klimaatverandering en ontwierp een stoel op hoge poten. Met deze stoel laat hij op een overtuigende manier zien hoe ver we straks onder zeeniveau komen te leven. Dankzij de extra-hoge poten gaat het toch nog lukken boven NAP te leven, zij het voor korte tijd. De archetypische stoel laat geen twijfel dat dit een stoel is. Hij is gemaakt van donker eikenhout en staat op een stapeling van lichteiken blokjes die de stoel in een droge positie brengt.

Dit project laat zien dat architectuur als fysiek object een enorme impact heeft op economische, culturele en ecologische condities. Maas maakt van dit stedenbouwkundige gegeven dankbaar gebruik. De keuze voor meubilair als ontwerpmedium vormt een even geslaagde als fraaie opstap naar de discussie over de vraag hoe globale problemen ons allemaal raken. 

Groen maar niet groen genoeg

Het Rijksbrede Programma Circulaire Economie stelt dat Nederland het in 2030 met de helft minder grondstoffen moet zien te rooien (Nederland circulair in 2050. Rijksbreed programma Circulaire Economie, uitgave Ministerie van Infrastructuur en Milieu en Ministerie van Economische Zaken, mede namens Ministerie van Buitenlandse Zaken en Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Den Haag 2016). Twintig jaar later dient de economie volledig circulair te zijn. Volgens onderzoeker Trudy Rood van het Planbureau voor de Leefomgeving is een drastische omschakeling van de economie noodzakelijk willen deze doelstellingen van het kabinet haalbaar zijn. Ze adviseert experimenten buiten de gevestigde orde om.

Dat het hier in het klimaatbeleid nog aan ontbreekt wordt elke dag pijnlijk duidelijk. Uit een artikel begin dit jaar in het blad The Economist blijkt dat de inspanningen om gebouwen groener te maken niet werken en dat de regels voor ‘nul-energiegebouwen’ lang niet ver genoeg gaan (‘Efforts to make buildings greener are not working’, The Economist, January 3, 2019). Ook andere bronnen tonen dat de groene economie niet echt van de grond komt.

Eind vorig jaar bracht de Royal Institute of British Architects (RIBA) in Groot-Brittannië een rapport uit over de aanpak van de meest urgente problemen van onze huidige wereld, van de klimaatverandering tot de uitputting van natuurlijke hulpbronnen en de regionale ongelijkheid (RIBA Ethics and Sustainable Development Commission, Key findings and Recommendations, 29 November 2018). Volgens de ‘Ethics and Sustainable Development Commission’ van deze organisatie dienen architecten zich in te zetten voor de ‘2030 Sustainable Development Goals’ (SDGS), het actieplan van de VN voor mensen, welvaart en de planeet.

De RIBA zou zich opnieuw en ondubbelzinnig hard moeten maken voor het behartigen van het publiek belang, maatschappelijk doelstellingen, ethisch gedrag en duurzame ontwikkeling. Dit vraagt van het Instituut vastberaden leiderschap op het gebied van ethiek en duurzame ontwikkeling, een strategie om de vraag naar een ethische en duurzame architectuurpraktijk te bevorderen en engagement met het algemeen belang, maatschappelijk doel en duurzame ontwikkeling in de architectuur.

Bij de presentatie van het rapport stelde commissievoorzitter Peter Osborn dat het architectenberoep zichzelf met het oog op deze toekomst dient te hervormen. Zeker is dat deze omschakeling niet van vandaag op morgen is gepiept. Maar als ze met overtuiging gebeurt, kan ze de gewenste ‘verandering in paradigma’ op gang brengen. Uit het Engelse rapport blijkt, dat onderwijs, bijscholing en transparantie goede plekken zijn om daar een begin mee te maken.

Office Winhoven render Trippenhuis

Het Trippenhuis is een stadspaleis dat is ontworpen door Justus Vingboons (1660-1662) en dat zich kenmerkt door een stelsel van kamers en zalen (waaronder de Rembrandtzaal) dat onderling is verbonden door gangen, trappen en lichthoven. Office Winhov neemt dit stelsel als uitgangspunt voor het ontwerp dat ze in opdracht van het Rijksvastgoedbedrijf maakt voor het ontvangstgebied van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW). Het ontwerp biedt een enfilade van ontvangstruimtes vanaf de bestaande entree tot de vernieuwde auditorium. Aan de Kloveniersbrugwal krijgt de KNAW een nieuwe representatieve ontvangstruimte.

Office Winhoven Render Trippenhuis

Giftige utopieën

Waaruit bestaat een dergelijke paradigmaverandering? In een recent artikel in de Financial Times hekelt criticus Edwin Heathcote de huidige nostalgie voor de toekomst van het verleden (Edwin Heathcote, ‘Toxic utopias: how radical 1960s architecture got it so wrong’, Financial Times). Hij beschrijft de hiermee verbonden escapistische fantasieën als een manier om ons bewustzijn van de klimaatverandering te sublimeren. De kosten van deze ‘giftige utopieën’ worden pas nu duidelijk. Het visionaire utopisme uit de jaren zestig en zeventig is beladen met de kennis van wat sindsdien is gebeurd. De wispelturige behoefte aan groei manifesteert zich in eindeloze, energie-slurpende gebouwen.

Het meest verstandige wat je tegenwoordig dan ook kunt doen, aldus Heathcote, is deze verleidelijke beelden vergeten en je bezighouden met het hergebruik en de acceptatie van bestaande structuren. Dankzij de technische ontwikkelingen van de laatste tien jaar behoort dat nu tot de mogelijkheden. Dat is ook precies wat een groot aantal architecten op dit moment doet: bestaande situaties behouden, opnieuw programmeren en tot leven wekken. Zo levert Office Winhov dit jaar ten minste drie projecten op, waar we al enige tijd reikhalzend naar uitkijken. Tot deze behoren de renovatie en uitbreiding van Station Amsterdam Amstel, de transformatie van het voormalige V&D-complex in Amsterdam en het Trippenhuis in Amsterdam. Minstens zo benieuwd zijn we naar de uitbreiding van Museum De Lakenhal in Leiden door Happel Cornelisse Verhoeven Architecten (HCVA). Office Winhov en HCVA behoren tot een generatie die de verplichting voelt om bestaande situaties zo zorgvuldig mogelijk te lezen, te beschrijven, te analyseren en te interpreteren. Op deze manier slaagt ze erin een zekere graad van authenticiteit te bewaren, die zowel in het modernisme als het lokalisme verloren gaat.

Koopvaardersplantsoen Bureau SLA

Aan het Koopvaardersplantsoen in Amsterdam Noord ontwierp en bouwde Bureau SLA kopwoning in een rij zelfbouwwoningen. Door het bouwproces anders te organiseren is de ontwerper erin geslaagd geheel andere architectuur te realiseren.

Pop 2.0

De architectuur maakt daarmee eenzelfde ontwikkeling door als de popmuziek. Lange tijd dreef deze op twee succesfactoren: publiek en genre. Dankzij streaming is dit systeem compleet ontmanteld, aldus Jon Caramanica in New York Times (Jon Caramanica, ‘How a New Kind of Pop Star Stormed 2018’, The New York Times, 20 December 2018). Sterren als Katy Perry en Justin Timberlake verliezen snel aan relevantie.

Caramanica spreekt in dit verband over Pop 2.0. Deze komt voort uit de verschillende muziekscènes en werkt met een onderscheidende set regels. Je hoeft niet altijd de centrale ster te zijn in een stuk. Samenwerking is eerder regel dan uitzondering.

Voorheen moesten hiphop, country of metal artiesten als ze popmuziek gingen maken, iets van hun authenticiteit en urgentie inleveren. Tegenwoordig bereiken deze musici ongefilterd de top. Voorbeelden zijn musici als Drake, Post Malone, Bad Bunny, Lil Peep en J. Balvin. Maar grappig genoeg ook Ed Sheeran, volgens Caramanica een overlever terwijl zijn metgezellen van weleer langzaam uitsterven.

Architectuur van het platteland

Op het platteland is iedereen architect, zoals in Pop 2.0 iedereen muzikant is. Bureau SLA dat naam verwierf met het People’s Pavilion in Eindhoven, ontwierp en bouwde zelf een woonhuis aan het Koopvaardersplantsoen in Amsterdam Noord. Met dit gebouw doorbreekt het de lineaire bouwkolom van opdrachtgever – architect – hoofdaannemer – onderaannemer. Deze keten maakt de bouw in de ogen van Bureau SLA star en moeizaam. Een opdrachtgever kan immers van inzichten wijzigen, terwijl een architect nog niet alles heeft getekend. Ook komt het voor, dat een hoofdaannemer zijn materialen niet op tijd krijgt en de onderaannemer niet komt opdagen.

Bureau SLA wil de bouw zo reorganiseren dat ze kan inspelen op een wereld die steeds maar verandert en dat tegenvallers of gewijzigde inzichten het eindresultaat niet slechter, maar juist beter maken. “Wij hadden er genoeg van steeds maar discussies te moeten voeren met een hoofdaannemer, terwijl we de metselaar zelf nooit te spreken kregen. Wij wilden zelf met de bouwvakker om tafel zitten, om iets te leren en het geleerde direct toe te kunnen passen in de bouw”, aldus Peter van Assche van Bureau SLA.

Het woonhuis aan het Koopvaardersplantsoen was op een andere manier vermoedelijk nooit zo gebouwd. Bureau SLA hield de regie tot het allerlaatste moment in handen en voerde het ontwerpconcept tot in alle details door. Met de metselaar ontwikkelde het een speciaal mengsel voor het gesluierd voegen van de gevel, terwijl het met een stukadoor een verre van perfecte wandafwerking uitdacht. De draaikiepramen vallen weg in het kozijn, in plaats van er op te liggen: een co-creatie van de timmerfabriek en de architect.

De Maasbode

De Familyscraper ‘De Maasbode’, een ontwerp van Van Bergen Kolpa Architecten, ligt op de grens van de Rotterdamse binnenstad de een negentiende eeuwse woonwijk Cool. Boven de plint met stedelijke voorzieningen en de bel etage met studio’s en appartementen liggen trapsgewijs oplopende gezinswoningen met een buitenruimte op het zuiden.

Amateur architectuur

Bewoners kunnen zelf hun huizen bouwen. Ook ontwikkelaars en corporaties hebben steeds meer oog voor de gebruikers, getuige bijvoorbeeld het voornemen van BPD om in te spelen op de behoefte aan gestapelde, niet-grondgebonden woningen voor families met kinderen. Dat komt naar voren komt in Family Scraper de Maasbode in Rotterdam door Van Bergen Kolpa Architecten. Mede daardoor ontwikkelt de architectuur zich tot wat we wellicht het beste een amateur-architectuur avant la lettre kunnen noemen. Deze architectuur voor en met mensen is bij uitstek de architectuur van het platteland.

Dit artikel is gepubliceerd in maart 2019 in de Architect

 

Foto's

Reageer op dit artikel