artikel

Beste boeken 2018: Over stad en landschap (deel 3)

Architectuur

Door Harm Tilman – In 2018 verschenen veel interessante publicaties op het gebied van architectuur. De Architect selecteerde de meest opmerkelijke boeken van het afgelopen jaar. In deze aflevering besteden we aandacht aan de drie essentiële publicaties over stad en landschap.

Frits Palmboom, IJsselmeergebied, een ruimtelijk perspectief, Vantilt

Het IJsselmeer is de binnenzee van Nederland. Frits Palmboom beschrijft hem in het boek ‘IJsselmeergebied. Een ruimtelijk perspectief’ als een weidse ruimte die een bewogen geschiedenis kent. Het boek brengt het IJsselmeergebied in kaart vanuit verschillende invalshoeken en presenteert ontwerpvoorstellen voor de toekomst. De dynamiek van de metropoolregio waarmee het gebied is vergroeid, het stagnerende ecosysteem, de gevolgen van de klimaatverandering en de recreatiedruk passeren de revue. Tekeningen, kaarten en foto’s vormen een wezenlijk onderdeel van het verhaal en ‘ontwerpen’ het landschap zoals het was, nu is en kan worden.

Richard Sennett, Building and Dwelling, Allen Lane (Nederlandse vertaling: Stadsleven, Meulenhoff)

In dit boek vraagt de mateloos populaire stadsocioloog Richard Sennett zich af hoe je een open stad kunt ontwerpen. Volgens Sennett sluiten de fysieke stad en het stadsleven nooit naadloos op elkaar aan. De ambitie moet zijn beide zo dicht mogelijk bij elkaar te brengen. Open betekent in dit verband ook: open staan voor veranderingen en voor toe-eigening door de bewoners. In zijn bespreking stelt Hans Teerds dat de ideeën die Sennett naar voren schuift niet origineel zijn, maar dat zijn vloeiende pen en de doordachte manier waarop hij voorbeelden beschrijft, analyseert en met elkaar in verband brengt, een lekker leesbaar en stimulerend pleidooi voor een behoedzame stedebouw hebben opgeleverd.

Benedikt Boucsein, Kees Christiaanse, Eirini Kasioumi, Christian Salewski, The Noise Landscape. A spatial exploration of airports and cities, nai010 Uitgevers

Luchthavens hebben in hun omgeving te maken met geluidsoverlast, infrastructuur en tijdelijke vormen van architectuur. In dit boek worden ze gepresenteerd als geluidslandschappen met afmetingen die in veel gevallen die van naburige steden overtreffen. Ook steken ze, in termen van economisch belang, die steden soms naar de kroon. Aan de hand van acht Europese cases (Amsterdam, Zürich, Londen-Heathrow, Frankfurt, München, Madrid en de twee Parijse luchthavens) laat dit boek zien hoe deze landschappen tot stand komen, wat erin plaatsvindt en hoe ze kunnen worden geïnterpreteerd. Het is de uitkomst van een onderzoek dat aan de leerstoel van Kees Christiaanse aan de ETH Zürich is verricht.

Lees verder

Reageer op dit artikel