artikel

Acht duurzaamheidslabels voor elk project

Architectuur Premium

Acht duurzaamheidslabels voor elk project

Duurzaamheid krijgt een steeds belangrijkere rol in de gebouwde omgeving. Waar het vroeger werd gezien als idealisme, is het in de meeste nieuwbouwprojecten inmiddels een basisvoorwaarde. Gemeenten eisen bepaalde minimale energieprestaties. Ontwikkelaars zoeken onderscheidend vermogen door gebouwen op te leveren met een duurzaamheidslabel. Gebruikers nemen vaak geen genoegen meer met een Bouwbesluitwoning of -kantoor, maar hebben steeds meer interesse in een gezonde en comfortabele woon- en werkomgeving.

door Bas Hasselaar en Merlijn Huijbers (adviseurs Bouwfysica en Duurzaamheid bij DGMR)

In dit artikel geven we een kort overzicht van de meest gebruikte duurzaamheidskeurmerken op de (Nederlandse) markt. We benoemen de belangrijkste kenmerken per keurmerk. De verschillende labels zijn middelen om keuzes en maatregelen meetbaar en projecten onderling vergelijkbaar te maken. Keurmerken zijn instrumenten om duurzaamheidthema’s onderling te wegen en de keurmerken hebben verschillende doelgroepen en focuspunten. Ieder label wordt hieronder kort toegelicht.

Lees, luister en bekijk hier het Digimagazine Duurzaamheid >

BREEAM(-NL)

is een van de bekendste duurzaamheidslabels, gericht op ontwikkelaars en investeerders. Het is in 1990 uitgebracht door de BRE in Engeland en in 2008 door de Dutch Green Building Council (DBGC) geschikt gemaakt voor de Nederlandse markt. Het label is internationaal erkend als maat van duurzaamheid en beoordeelt op negen thema’s: management, gezondheid, energie, transport, water, materialen, afval, landgebruik en ecologie en vervuiling. Er zijn in totaal 68 parameters (credits) waarop kwantitatief getoetst kan worden, het uiteindelijke aantal hangt af van het nagestreefde niveau (een tot vijf sterren).

Het instrument richt zich voornamelijk op commercieel vastgoed, maar ook overheden en semioverheden maken in toenemende mate gebruik van BREEAM. Op gebouwniveau is het alomvattend en dient de aanvrager veel informatie te verzamelen als bewijslast om een label te krijgen. Een onafhankelijke assessor controleert de bewijslast voordat de DGBC, na een steekproefsgewijze tweede controle, een label uitreikt. Deze complexe bewijslast is een van de redenen dat BREEAM bij beleggers en ontwikkelaars populair is: het biedt een bepaalde mate van garantie over de duurzaamheid van het gebouw. Het BREEAM(-NL)-label wordt eenmalig uitgereikt.

BREEAM(-NL) In-Use

BREEAM(-NL) In-Use toont aan dat een gebouw (ook) in het gebruik duurzaam is. Het label kent drie categorieën: Asset, Beheer en Gebruik. Binnen BREEAM(-NL) In-Use wordt gebruikgemaakt van dezelfde thema’s als voor BREEAM(-NL), alleen de parameters variëren. Het is niet noodzakelijk dat een gebouw al voorzien is van een BREEAM(-NL)-nieuwbouwlabel, maar dat maakt de certificering voor BREEAM(-NL) In-Use wel gemakkelijker.

GPR

dat sinds 1995 beschikbaar is, richt zich vooral op gemeenten die een bepaalde duurzaamheidsambitie willen opleggen aan nieuwe ontwikkelingen. GPR is het enige label dat zich alleen op de Nederlandse markt richt. Er wordt op vijf thema’s getoetst: energie, milieu, gezondheid, gebruikskwaliteit en toekomstwaarde. De tool is relatief eenvoudig te gebruiken en bestaat uit een digitale checklist waarop men gebouwmaatregelen kan aanvinken. De eenvoud van de tool maakt hem geschikt om ook als checklist gedurende het ontwerp in te zetten en daarmee de duurzaamheidsambities en bijbehorende maatregelen inzichtelijk te maken.

Fitwel

is rond 2011 in de VS opgericht en is een nieuwkomer op de Nederlandse markt. Fitwel onderscheidt zich, samen met WELL, van andere duurzaamheidskeurmerken door zich voornamelijk op gezondheid en welzijn te richten. Het label onderscheidt twaalf thema’s: locatie, gebouwtoegang, buitenruimte, entree en begane grond, trappen, binnenklimaat, werkplekken, gemeenschappelijke ruimten, water, catering, snackautomaten, noodprocedures. Net als GPR is de tool relatief eenvoudig te gebruiken, met een checklist om de toegepaste maatregelen af te vinken. Een label wordt verkregen door bewijslast van deze maatregelen te overleggen.

LEED

is vergelijkbaar met BREEAM en wordt sinds 1998 vooral in de VS gebruikt. Het label is daar vaak verplicht voor overheidsgebouwen. LEED beoordeelt op de volgende aspecten: stedebouwkundig plan, waterefficiëntie, energie en klimaat, materialen en grondstoffen, binnenmilieukwaliteit, innovatie in gebruik. Anders dan bij BREEAM is er geen onafhankelijk assessor nodig om bewijslasten te controleren, deze wordt alleen gecontroleerd door de US Green Building Council. Er is wel een uitgebreide documentatie, volgens de Amerikaanse standaarden en in het Engels, als bewijslast nodig. LEED is, samen met BREEAM, internationaal het meest gebruikte en vertrouwde duurzaamheidslabel en beschikbaar voor bijna alle gebouwcategorieën.

Passiefhuis

wordt voornamelijk toegepast op woningen, hoewel andere gebouwtypen ook aan de passief-standaard kunnen voldoen. De principes stammen uit de jaren zeventig, maar de methodiek is in 1996 officieel uitgebracht in Duitsland. Passiefbouwen is erop gericht zo energiezuinig mogelijk te bouwen. Er zijn strikte grenswaarden opgelegd waaraan een passiefhuis moet voldoen, wil het in aanmerking komen voor een label. Een passiefhuis gebruikt zo min mogelijk energie om een aangenaam binnenklimaat te realiseren en schrijft daarbij voor welke maatregelen genomen moeten worden op het gebied van installaties, thermische isolatie en kierdichting. Certificering wordt gedaan door de Stichting Passief Bouwen.

WELL

is in 2014 gelanceerd door het International WELL Building Institute (IWBI) in de VS en staat inmiddels ook in Nederland volop in de belangstelling. Het is gericht op ontwikkelaars en gebouweigenaren en richt zich volledig op de gezondheid en het welzijn van de gebruikers van een gebouw. Er zijn in totaal 117 parameters (features) binnen tien toetsingsthema’s: lucht, water, voeding, licht, beweging, thermisch comfort, geluid, materialen, geest en gemeenschap. Het gestelde ambitieniveau bepaalt op hoeveel parameters getoetst wordt.

Een certificaat is maximaal drie jaar geldig. Daarna moet uit een nieuwe beoordeling blijken of het gebouw nog steeds aan de standaard voldoet. Dit zorgt ervoor dat het label niet slechts een momentopname is, maar dat het gebouw de kwaliteiten voor zijn gebruikers blijft behouden. Voor de bewijslast is veel documentatie nodig, inclusief controles in het gebouw zelf, voordat het label wordt uitgereikt. In Nederland gebeurt dat sinds 2018 door het Blue Building Institute, de lokale partner van WELL.

Active House

is een label gericht op architecten, ontwikkelaars en eindgebruikers. Het benadert de thema’s comfort, energie en milieu als holistisch geheel, met de gebruiker als uitgangspunt. Active House richt zich voornamelijk op woningen, maar wordt ook gebruikt voor musea, scholen, kantoren et cetera. Er zijn negen kwantitatieve en dertien kwalitatieve parameters gedefinieerd voor de toetsing. Daarbij zijn alleen de prestatieniveaus gedefinieerd en is het aan de ontwerper om zelf met oplossingen te komen. Dit geeft veel vrijheid in het ontwerpproces. Het label is relatief eenvoudig en toegankelijk te verkrijgen en is eveneens als ontwerpinstrument te gebruiken om duurzaamheidsambities inzichtelijk te maken.

Lees, luister en bekijk hier het Digimagazine Duurzaamheid >

Welk label?

Wanneer is nu welk label de beste keus voor een project? Deze vraag is uiteraard afhankelijk van het gebouw zelf en met name van de opdrachtgever/eigenaar en het beoogde gebruik van het gebouw. Als dan toch een antwoord gegeven moet worden, volgt hier een volledig platgeslagen leidraad:

  • Voor hen die garantie willen dat hun gebouw een internationaal duurzaamheidslabel heeft en daarmee extra marktwaarde geeft: BREEAM of LEED.
  • Voor hen die een duurzaamheidsambitie willen vastleggen met beperkte kosten en dus administratie: GPR-gebouw.
  • Voor hen die de duurzaamheid van een hele gebouwportefeuille ook in het gebruik willen borgen: BREEAM In-Use.
  • Voor hen die met name heel energiezuinige woningen willen maken: Passiefhuis.
  • Voor hen die het welzijn van hun gebruikers voorop zetten: WELL of (laagdrempeliger) Fitwel.
  • Voor hen die op alle vlakken iets met welzijn, energie en milieu willen, maar moeite hebben hier een coherent verhaal van te maken: Active House.

Uiteraard spelen budget, type project en ambities een rol bij de te maken keuze. En natuurlijk zijn er flinke overlappen tussen verschillende labels. Mocht je meer willen weten, neem dan vooral een keer contact op met een deskundige.

Digimagazine Duurzaamheid

Dit artikel is afkomstig uit het Digimagazine Duurzaamheid. Lees nu online >
Nog geen abonnee? Vraag een proefmaand aan en lees de Architect direct.

Reageer op dit artikel