artikel

Lezen van het landschap – Ontwerpen aan het IJsselmeer

Architectuur Premium

Lezen van het landschap – Ontwerpen aan het IJsselmeer

Het watervlak van het IJsselmeer is de grootste aaneengesloten open ruimte van Nederland: een van de weinige plekken waar het ’s nachts echt donker kan zijn en soms bijna niets te zien is. De openheid spreekt tot de verbeelding; zij is een van de kernwaarden van het gebied. Toch is het er niet ‘leeg’; het water is een wereld op zich en heeft een eigen geschiedenis. Hoe wordt de openheid ervaren en gewaardeerd, van plek tot plek? Hoe kun je die in de vingers krijgen en er zelfs aan ontwerpen?

door Frits Palmboom

Het ‘lezen van het landschap’ is iets wat iedereen, hoewel meestal onbewust, in het dagelijks leven doet: het herkennen van de wijze waarop de ruimte gestructureerd is, daaraan betekenis toekennen, kiezen hoe je je erin beweegt of hoe je haar naar je hand kunt zetten (1). Normaliter gebeurt dat terloops en worden deze keuzen nauwelijks onder woorden gebracht.

Het lezen van het landschap vindt niet plaats in het luchtledige, maar bedient zich van een wijdvertakte, meestal impliciete cultuur van woorden en beelden. Het is geenszins aan professionals voorbehouden, maar kan wel worden geoefend en ontwikkeld; je kunt er zelfs voor studeren. Deze expertise heeft zich ontwikkeld tot een waar vakgebied dat zich voortdurend ten overstaan van de alledaagse ervaring moet bewijzen.

Kunst van het weglaten

Het begint met het serieus nemen van hoe de ruimte van stad en landschap op dit moment, voorafgaand aan planprocessen en ingrepen, in elkaar zit: de ruimte die bewoners en gebruikers dagelijks met elkaar delen, de ruimte die door de geschiedenis aan ons overgeleverd is.

Enerzijds vereist dit om (lopend, met fiets, auto of boot) zelf het gebied in te trekken en bevindingen al schetsend te noteren; anderzijds vraagt het om het bekijken en reconstrueren hoe het gebied in de loop van de tijd in uiteenlopende media door anderen is weergegeven. Daarbij kun je denken aan de cartografie, de historische en eigentijdse kaartbeelden, maar ook aan tekeningen, diagrammen, schilderijen, foto’s, affiches en kunstwerken.

Waarneming en weergave zijn nauw met elkaar verbonden. Door dat wat je waarneemt weer te geven in tekst en tekening wordt de waarneming zichtbaar voor anderen; het wordt deel van een taal waarmee er onderling over gesproken kan worden.

Het visualiseren is essentieel. Alleen daarmee wordt recht gedaan aan het object van onderzoek, de zintuigelijke ruimte van stad en landschap. De kunst van het weglaten speelt daarbij een belangrijke rol. Veel ontwerpprocessen blijven hangen in het stapelen van informatie en het verorberen van big data. Het vatten van de essentie in een trefzekere lijn is echter minstens zo belangrijk als het streven naar volledigheid en objectiviteit. Daarin wint de handschets het vaak van de GIS-kaart.

Render IJsselmeer

De verkenning van de Zuiderzee, schetsversie John Aborough, 1539

IJsselmeer als binnenzee

Het IJsselmeer is geen open zee, waar het land geheel uit het zicht verdwijnt. Het is een binnenzee, waar altijd wel een strook land is te ontwaren. Zijn aantrekkingskracht schuilt niet in een totale leegte of in afwezigheid van wat dan ook. Openheid is geen  grootheid die je meetkundig kunt vastleggen en garanderen. De aantrekkingskracht zit hem in de ervaring van de ruimte: de gecombineerde ervaring van ‘place’ en ‘space’, van de intimiteit in kajuit, kroeg of havenkom tot de onbegrensde blootstelling aan de ruimte en de elementen buitengaats. Een glimp van de oneindigheid doet al veel; het vermoeden van een flinter land aan de horizon trekt de blik al naar de verte. Het oog springt van kaap naar eiland naar baken aan de verre kust – een spannend spel dat de aantrekkingskracht van het gebied vergroot.

Het samenspel van zee en kust is kenmerkend voor het IJsselmeer. Dankzij de grote inpolderingen zijn de horizonnen elkaar dichter genaderd. De polders vormden vlak na hun aanleg pijnlijk harde grenzen, technische lijnen zonder perspectivische diepte. Maar ook die horizonnen zijn volwassen geworden; ze tonen nu landschappen met volgroeide bossen en stedelijke silhouetten, die verwachtingen oproepen van wat men er kan aantreffen: kusten die niet meer alleen als harde grens, maar ook als vaardoel gezien kunnen worden.

Echte eindeloosheid

De hoekpunten van het IJsselmeer – het IJmeer, de Hoornse Hop, het Ketelmeer en de ‘baai bij Lemmer’ – zijn in één blikveld te vangen; daarachter lokt de oneindigheid. In de dwarsrichting van het meer zijn bij helder weer de tegenoverliggende oevers nog net te ontwaren: Stavoren en Enkhuizen kunnen elkaar zien liggen. Maar in de lengterichting van het IJssel- en Markermeer heerst echte eindeloosheid. Hier verdwijnen zelfs de scheidslijnen van Houtribdijk en Afsluitdijk achter de bolling van de aarde.

De lengteassen dragen de openheid van het IJsselmeergebied; zij vertegenwoordigen de ultieme dimensie van ‘space’. Deze openheid kan niet overtroffen worden, maar wel teniet worden gedaan. Zij is van cruciale betekenis voor het ruimtelijke karakter van het IJsselmeergebied. Plaatsing van windturbines langs de Afsluitdijk en/of Houtribdijk moet daarom worden voorkomen: het zou deze lengteassen onderbreken. Het zou een driedimensionaal scherm optrekken in de vervloeiende ruimte van het deltalandschap en leiden tot extra compartimentering.

Render IJsselmeer

Eindeloosheid van het IJsselmeer in de lengterichting

Waaigat en Enkhuizerzand

Het watervlak is niet homogeen en niet statisch. Historisch gezien houdt het het midden tussen ondergelopen land en drooggemalen water. Het noordelijk deel wordt van oudsher gedomineerd door de uitstroom van de IJssel naar de Waddenzee en Noordzee. Het zuidelijk deel ondervindt daarvan slechts zijdelings invloed. Ooit was dit een afgesloten meer, een waaigat in het uitgestrekte veenlandschap van omstreeks het begin van de jaartelling.

Op de overgang van de twee delen ligt al sinds mensenheugenis de ondiepte van het Enkhuizerzand, als een landtong-onder-water. Deze ondiepte dwong de scheepvaart vanuit het noorden eerst ver richting Urk te varen en van daaraf de steven te wenden richting Amsterdam. Wie nu de ondiepten en geulen in kaart brengt, kan dit karakterverschil nog steeds herkennen. Door de Houtribdijk is dit onderscheid versterkt en door het verschil in naamgeving – IJsselmeer versus Markermeer – wordt het onbedoeld bestendigd.

Gigantisch verkeersplein

Het watervlak vormde eeuwenlang het centrum van de economie. Het fungeerde als een gigantisch verkeersplein, voor handelsnetwerken die Noordwest-Europa omspanden (de Hanze) en de thuisbasis vormden voor koloniale exploitatie op wereldschaal (VOC, WIC). Stromen vis, graan, zout, hout, kaas, peper, kalk, baksteen, turf, specerijen en vloten van zilver vonden hun weg over het water, met een florerende scheepsbouw als bijeffect.

Veranderende internationale economische verhoudingen beïnvloedden dit stelsel , maar ook het krachtenspel dat zich in en onder het water afspeelde. De voortgaande verzanding van de Zuiderzee veroorzaakte steeds meer ondiepten, die met name de bereikbaarheid van Amsterdam ondermijnden. Met de aanleg van het Noordzeekanaal werd de rol van de Zuiderzee als verkeersruimte beperkt tot regionaal niveau.

De aanleg van de Afsluitdijk en de inpolderingen illustreerden de omslag van een op watertransport georiënteerde economie naar een die vooral op land- en later zelfs luchttransport is gericht. De getijdenwerking verdween, maar de ondiepten bleven. De huidige betonde geulen volgen in grote lijnen nog steeds de vroegere vaarrouten. Het hele historische waternetwerk ligt klaar voor een nieuwe rol in een meer op diensten, creativiteit en beleving gerichte economie.

Ecologische schatkamer

Daarnaast zijn watervlak en onderwaterwereld steeds meer (her)ontdekt als een ecologische schatkamer. Variatie in grondsoorten en waterdiepten biedt een bijpassende variatie aan biotopen voor planten, vissen en vogels. De kapen zorgen ten opzichte van de overheersende windrichtingen voor luwten in de baaien. Gradiënten in helderheid van het water bieden vissoorten bescherming en vogels doorzicht. Wisselend waterpeil in de loop van het jaar draagt daaraan bij.

De gradiënten zijn in het IJsselmeergebied ongelijk verdeeld. De Houtribdijk heeft het water van beide meren scherp en hard van elkaar gescheiden. Het IJsselmeer is steeds helderder geworden, het Markermeer steeds troebeler. De toekomstige behandeling van de Houtribdijk is daarom cruciaal. Kunnen beide meren – ondanks of juist dankzij hun karakterverschil – opnieuw met elkaar in verband worden gebracht? Kan de dijk van een scheidslijn worden omgevormd tot een membraam: dicht indien nodig, doorlaatbaar waar mogelijk?

Ruimtelijke compositie

Als ruimtelijk verschijnsel doet het gebied een beroep op onze zintuigen en verbeelding. Juist vanwege zijn vlakheid en leegte roept het een wereld van dromen en verwachtingen op: als een vlak dat openligt voor reflectie.

De vorm van het lege landschap doet ertoe: het verloop van de kustlijn, de opeenvolging van baaien en kapen, de vernauwingen en verwijdingen, de breedtematen en lengteassen; maar ook de relaties met het achterland, de dwarslijnen en schakelpunten tussen binnendijks en buitendijks gebied.

Door middel van tekeningen kunnen de uiteenlopende schaalniveaus met elkaar in verband worden gebracht: de schaal van het hele gebied, die het fysieke blikveld te buiten gaat en doorgaans in droge kaarten en legenda’s wordt weergegeven, en de schaal van de details die voor bewoner en bezoeker op ooghoogte waarneembaar zijn en lichamelijk kunnen worden ervaren.

Buitelen door de schaalniveaus

Het tekenen doet een beroep op het wonderbaarlijke menselijke vermogen om dat wat ver weg is naar je toe te halen en dat wat groot is te miniaturiseren tot iets wat binnen je blikveld valt en wat je in je hand kunt houden. Het is een ‘cognitieve manoeuvre’, om een ongelooflijke hoeveelheid indrukken en informatie terug te brengen tot een samenspel van lijnen en dit gecomprimeerd weer te geven – of het nu op een stuk rotswand, kleitablet, perkament, papier of beeldscherm is. Het is een ‘magisch’ talent, waarmee grote artistieke hoogten bereikt kunnen worden, maar tegelijk is het een heel alledaagse activiteit die door iedereen van kinds af aan is beoefend.

In zijn proefschrift wijst Egbert Stolk erop dat dit vermogen tot ‘verschalen’ ook de sleutel is tot de kunst en kunde van het ruimtelijke ontwerp (2). Naarmate de schaal toeneemt, is de waarnemer/ontwerper sterker afhankelijk van tekeningen, schaalmodellen of kaartbeelden; het zijn onontkoombare hulpmiddelen om de schaal van de ruimte terug te brengen tot een formaat dat overzichtelijk en hanteerbaar is in relatie tot onze lichamelijke begrenzingen.

De oudste kaart

Dit is een spel van alle tijden. De oudste kaart van het IJsselmeergebied stamt uit 1539: de schipper John Aborough maakte een verkenningstocht vanuit Engeland naar de toenmalige Zuiderzee. Op het eerste gezicht is het een raadselachtige schets; primitief en tastend als een kindertekening. Maar wie beter kijkt, ontdekt een ongekend informatief reisverslag, getekend vanuit Engels perspectief (het noorden ligt links).

De tekening is stripverhaal en kaartbeeld ineen. Je wordt de zeereis ingezogen: de nadering vanuit Engeland, het opdoemen van de flauw gebogen kustlijn. Het zeegat bij Texel kondigt zich buitengaats al aan door een sterke stroming; na het passeren van het zeegat doemt aan stuurboord eerst met drie kerktorens het eiland Wieringen op en later de op een hoekpunt gelegen stad Enkhuizen. In het midden ligt Urk en daarachter diverse stadjes aan de oostelijke kust van de Zuiderzee die zich naar het zuiden voortzet. Wie aan het eind de steven weer naar het westen richt, ziet de grote stad Amsterdam opdoemen. Het perspectief is nu volledig gekanteld: vanuit Engels gezichtspunt ligt de stad inmiddels geheel op zijn kop.

Afstand en directheid

De tekening maakt voelbaar hoe met opperste concentratie de horizon is afgetuurd, hoe vaste en vloeiende lijnen zijn geïdentificeerd en met tastende hand op het papier zijn getrokken. Het papier is meegedraaid met de koers van het schip. Minieme details aan de horizon, zoals huisjes of kerktorens, zijn opgespoord, ontcijferd en uitvergroot; ze zijn ‘nabij gehaald’ en half realistisch, half diagrammatisch als iconen op het papier gezet.

Weergave leidt tot nieuwe weergave: de tekening van Aborough is meerdere keren gekopieerd, becommentarieerd, verbeterd en verfraaid. Zij draagt de kiemen van de cartografie in zich, die inmiddels door driehoeksmeting, lucht- en satellietfotografie en GIS het blote oog niet meer nodig lijkt te hebben. Waarneming en weergave zijn opgegaan in een supergeavanceerde beeldcultuur. Niettemin hebben Aboroughs krabbels een directheid die over vijf eeuwen heen ons oog nog steeds treffen kan en als inspiratie kan dienen voor het hertekenen van het gebied – ook in zijn huidige grootstedelijke constellatie.

Nieuwe opgaven

Vorm en structuur van het IJsselmeergebied zijn de neerslag van een lange geschiedenis, van een voortdurend samenspel tussen natuurlijke dynamiek en menselijke interventies. De Zuiderzeewerken vormden hierin de meest revolutionaire episode, waarin het ideaal van de maakbare samenleving vooropstond.

In de loop van de uitvoering heeft zich – misschien wel onvermijdelijk – de omslag voltrokken naar een adaptieve benadering. Het gebied wordt niet meer beschouwd als het blanco projectievlak voor een gewenste werkelijkheid, maar als een gegeven landschap, een tijdruimtelijk systeem met een ingebouwde weerstand, dat het speelveld is voor toekomstige veranderingen. Niet meer de bedoelingen van het oorspronkelijke plan zijn leidraad voor de toekomst, maar een aantal tegenstrijdigheden die in zijn voorgeschiedenis liggen opgesloten en de tendensen die van buitenaf op het gebied afkomen. Daaronder vallen de noodzaak tot ecologisch herstel, de energietransitie, de combinatie van krimp en voortgaande verstedelijking, de toeristisch-recreatieve ontwikkeling, nieuwe concepten voor landbouw en visserij, waterbeheer en waterveiligheid et cetera. Zij vragen om allerlei ruimtelijke interventies, sommigen relatief subtiel van aard, maar anderen mogelijkerwijs ook grootschalig en ingrijpend.

De inpassing van grootschalige windenergie springt daarbij het meest in het oog. Voor deze opgaven liggen eenduidige oplossingen niet voor het oprapen; verkenningen door middel van ontwerpend onderzoek zijn noodzakelijker dan ooit. Het vraagt telkens weer om een nieuwe lezing van het landschap – en dus om het telkens weer opnieuw te tekenen.

Noten

1. Zie ook Frits Palmboom, IJsselmeergebied. Een ruimtelijk perspectief, Nijmegen 2018.
2. Egbert Stolk, Een complex-cognitieve benadering van stedebouwkundig ontwerpen, proefschrift TU Delft, Delft 2015.

Reageer op dit artikel