artikel

Hoe mensen willen wonen

Architectuur Premium

Hoe mensen willen wonen

Woningbouw is een belangrijk architectonisch vraagstuk, maar onder druk van de crisis raakte dat eenflinke tijd op de achtergrond. Nu de discussie over
geschikte huisvesting weer oplaait, verdient de architectuur van het wonen een prominente plek op de ruimtelijke agenda.

Tekst Harm Tilman

Berichten over de overspannen woningmarkt domineren al maanden het nieuws. Zo maakte ABN AMRO onlangs bekend dat de huizenprijzen dit jaar harder zullen stijgen dan aanvankelijk gedacht. Voor de zoveelste keer zijn de prijsstijgingen naar boven bijgesteld. Voor dit jaar van acht naar achtenhalf procent en volgend jaar van vijf naar zeven procent.

Woningtekort

Belangrijkste boosdoener is het woningtekort. “Het is voor potentiele kopers door het beperkte aanbod steeds lastiger om een geschikt huis te vinden”, aldus een econoom van ABN AMRO in het AD. De verkopers hebben het voor het zeggen en ze hoeven weinig tot geen concessies te doen. Door de NEPROM is becijferd dat er tot 2030 zo’n een miljoen woningen bij moeten komen. Het huidige ontwikkel- en bouwtempo is hiervoor te laag, aldus de vereniging. Om het tempo op te voeren, moeten we aan de randen van de steden gaan bouwen.

Mismatch

In opdracht van het blad Vastgoedmarkt deden Matthieu Zuidema en Thijs de Vries onderzoek naar de grondposities van ontwikkelaars, beleggers en bouwers in buitengebieden. Wat blijkt? De marktpartijen bezitten minimaal 16.000 hectare grond die geschikt is voor woningbouw. Hierop kunnen ze de komende vijf jaar gemakkelijk 75.000 woningen per jaar bouwen.

Maar is hieraan op deze plek ook behoefte? Eerder al concludeerde het Planbureau voor de Leefomgeving dat er sprake is van een forse ‘mismatch’ tussen publieke binnenstedelijke doelen en private buitenstedelijke belangen. Tegenover de grote voorkeur voor binnenstedelijk wonen staan de bouwers en ontwikkelaars die vooral onbebouwde gronden buiten de stad hebben verworven.

Differentiatie

Bij alle ophef over het woningtekort en de hoge woningprijzen is opvallend weinig aandacht voor de vraag aan welk type woningbouw behoefte is. Ook in de pleidooien om de sluizen open te zetten en het buitenstedelijk gebied vol te bouwen, wordt zelden gespecificeerd voor wie deze woningbouw is bedoeld. Het zou voor de hand liggen om degenen voor wie de woningbouw is bedoeld, meer zeggenschap te geven bij de vraag aan welke typologieen nu behoefte is. Het standaard huishouden bestaat niet meer, we moeten werk maken van differentiatie.

Tiny House, Jelte Glas. Foto: Walter Herfst

Ik noem een paar voorbeelden. De gestage groei van eenpersoonshuishoudens leidt bijvoorbeeld tot een groter aandeel van gezamenlijke voorzieningen en daarmee tot typologische veranderingen. Ook geven veel mensen de voorkeur aan lichtere vormen van stedebouw, zoals ‘tiny houses’. Zogenoemde ‘Baugruppen’ en wooncorporaties realiseren woongebouwen die een enorme verrijking van de stad betekenen.

En tot slot zien we dat steeds meer mensen zelfstandig hun woning bouwen en daarmee de stad maken. Hoe mensen willen wonen, is een wezenlijk onderdeel van het huisvestingsdebat, maar komt tot nu toe veel te weinig aan bod. De architectuur van de woningbouw verdient een prominentere plek op de ruimtelijke agenda.

Dit artikel verschijnt in de septembereditie van de Architect

Lees ook:

Resultaten voor ‘Tiny House’

 

 

Reageer op dit artikel