artikel

Organische architectuur – Frank Lloyd Wright at 150. Unpacking the Archive

Architectuur Premium

Frank Lloyd Wright wordt gezien als de beroemdste Amerikaanse architect ooit, de eerste popster van de architectuur en een man met een buitenproportionele persoonlijkheid. Dergelijke hyperbolen, gekoppeld aan de fascinatie voor zijn persoonlijke leven, overschaduwen vaak de onderliggende motivatie van zijn werk en zijn levenslange zoektocht naar wat hij ‘organische architectuur’ noemde, een doel dat heden ten dage opnieuw relevant en urgent is.

Het MoMA in New York speelde een cruciale rol in Wrights carrière. Het museum heeft zijn werk in liefst negen solotentoonstellingen geëxposeerd, te beginnen met de baanbrekende expositie ‘International Style’ uit 1932. Onlangs nam het museum, samen met Columbia University, het Wright-archief over van de Frank Lloyd Wright Foundation (Expositie ‘Frank Lloyd Wright at 150. Unpacking the Archive’, MoMA, New York, tot 1 oktober 2017).  Frank Lloyd Wright is ongetwijfeld een van ’s werelds meest productieve ontwerpers. In de loop van zijn 72 jaar durende carrière ontwierp hij meer dan duizend gebouwen, waarvan de helft daadwerkelijk is uitgevoerd. Wright liet een schat aan tekeningen, foto’s, modellen en films na, waaruit het museum nu vrijelijk kan putten.

Pamflet Systeembouwhuizen The Richards Company, 1915-1917

Volgens curator Barry Bergdoll is ‘Unpacking the Archive’ niet het zoveelste ‘Best of’-retrospectief, maar eerder het tegenovergestelde: een bloemlezing van zijn minder bekende werk, waarbij verder is gekeken dan het gebruikelijke verhaal. Vanuit een hedendaags perspectief gaat dit vergezeld van een open gesprek over het belang van Wrights werk en theorieën. De expositie is door veertien wetenschappers en een museumconservator samengesteld rondom twaalf van hun interesse- en expertisegebieden, variërend van thema’s als ‘Urbanism’ en ‘Ornament’ tot specifieke aspecten van minder bekende projecten als de ‘Rosenwald School’ en de ‘Nakoma Country Club’.

De indeling van de expositie is traditioneel te noemen. Ze bestaat uit themazalen op alfabetische volgorde, elk voorzien van een film van de curator en vol met de honderden legendarische tekeningen en perspectieven in kleurpotlood van Wright. De afwezigheid van een overkoepelend narratief zal de bezoeker in eerste instantie in verwarring brengen – het werk is immers niet chronologisch of thematisch geordend. Maar na een paar zalen beginnen zich relaties en dwarsverbanden, terugkerende thema’s en ook inconsistenties en tegenstellingen af te tekenen.

Wat uiteindelijk vooral blijft hangen, is Wrights caleidoscopische maar onophoudelijke zoektocht naar de betekenis van ‘organische architectuur’ en de centrale plaats die de natuur inneemt als zijn inspiratiebron en spirituele thuis. Geheel volgens de traditie van de Amerikaanse filosoof Ralph Waldo Emerson hing Wright het meer romantische dan religieuze geloof aan dat natuur, waarheid en schoonheid onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden.

In de zaal ‘Ecologies and Landscapes’ zien we hoe enorm diepgaand en gedetailleerd Wright de natuurlijke omstandigheden van zijn bouwplaatsen documenteerde. Zelfs individuele stenen en planten werden nauwkeurig gecatalogiseerd, inclusief een onderverdeling in ‘inheemse’ en ‘uitheemse’ soorten. In deze zaal vinden we aquarellen en potloodtekeningen in Wrights kenmerkende stijl (van de hand van Marion Mahony), waarin van een bijna symbiotische relatie tussen zijn gebouwen en de omgeving sprake is. Aan een andere wand hangt een studie van een cholla-cactus, gemaakt door een lid van Wrights Taliesin Fellowship. Dit werk laat zien hoe Wright natuurlijke plantenvormen placht te ‘conventionaliseren’. Het is een kunstwerk, maar ook een analyse van de logica waarmee patronen en aggregaties ontstaan; een haast algoritmische benadering die elke hedendaagse architect verrassend bekend zal voorkomen.

Datzelfde kun je zeggen over de ‘Little Farm Unit’, een prefab prototype van een duurzame gemeenschap waarin boeren in harmonie met de natuur landbouw bedreven en hun producten rechtstreeks op de markt afzetten. Dit model van zelfvoorziening, dat tijdens de Amerikaanse crisis van de jaren dertig uit nood werd geboren, stond centraal in het Taliesin Fellowship en diende ter inspiratie voor de in Broadacre City ontwikkelde systeembenadering van masterplanning. Deze benadering sluit veel van de milieustrategieën uit die in de huidige landbouw, voedselindustrie en stedebouw een rol spelen.

In de zaal ‘Circular Geometries’ draait alles om Wrights voorliefde voor geometrische systemen uit de natuur, die volgens hem een betere ordening van de ruimte en efficiëntere constructies opleveren. Dit heeft geleid tot iconische constructies als de op waterlelies geïnspireerde pilaren in het Johnson Wax Headquarters en de torens met de bijzondere penwortelfundering.

Tekening V.C. Morris Gift Shop, San Francisco, 1948-1949

In de zalen ‘Building Systems’ en ‘Ornament’ wordt gekeken naar de invloed van natuurlijke vormen op materialiteit, detail en productiemethoden, zoals het ‘Fabric Block’ en het bouwsysteem ‘Usonian Automatic’. Hier worden ook grotere kwesties aangeroerd, zoals de relatie tussen het individu en het collectief, de standaardisering van de bouw en de rol van de machine en de industriële massaproductie daarbij. Terwijl Europese architecten prefabricage en massaproductie zien als methoden om de bouwwereld efficiënter te maken, onderkende Wright de mogelijkheden die ze bieden voor individualisering en doe-het-zelfproductie op locatie.

Helaas moet het werk in de expositie grotendeels voor zichzelf spreken en wordt nauwelijks verwezen naar materiaal buiten het oeuvre van de architect. Waar dergelijke verwijzingen wél voorkomen, hebben ze een enorm effect. In ‘Reading Mile High’ worden bijvoorbeeld de immense tekeningen van Wrights visionaire megatoren geflankeerd door Mies van der Rohes iconische ontwerpen voor de glazen toren aan de Friedrichstraße in Berlijn en voor de Convention Hall in Chicago. Door beide beschermheren van het modernisme uit de Nieuwe en de Oude Wereld tegenover elkaar te zetten, worden niet alleen hun concurrerende filosofieën en ideologieën inzichtelijk, maar licht eveneens de strijd tussen hun ego’s op: wie zou de toekomst en het erfgoed van het Amerikaanse landschap gaan bepalen?

In hetzelfde deel van de tentoonstelling, in de zaal ‘Urbanism’, worden de tegenstellingen tussen Wrights radicale ruralisme en zijn pogingen om de stedelijke dichtheid op te voeren zichtbaar. Broadacre City en Mile High lijken lijnrecht tegenover elkaar te staan en de onvolkomenheden in beide ideeën zijn overduidelijk. Maar vergeet niet dat we het hier hebben over bouwkundige dromen; polemische statements van een hypothetisch, geïdealiseerd toekomstbeeld. Het zijn dan ook niet zozeer antwoorden maar eerder vragen; vragen die vandaag nog even relevant zijn als zestig jaar geleden.

Een van de meest veelzeggende onderdelen van de tentoonstelling is de vertoning van het interview dat tv-presentator Mike Wallace met de toen 88 jaar oude Wright hield. De architect voelt zich duidelijk op zijn gemak met het nieuwe medium televisie. Hij reageert af en toe gereserveerd en afstandelijk, maar geeft verrassend eerlijk antwoord op vragen over geloof, politiek en zichzelf. Ook spreidt hij een diepe minachting tentoon voor het eigentijdse stadsleven en de opkomst van de popcultuur. Als hij misprijzend naar New York verwijst als een plaats zonder plan of idee, niet meer dan ‘een groot monument voor de macht van het geld en de hebzucht’ en de tirannie van de ‘mobocracy’, wordt duidelijk hoezeer zijn romantische ideeën over natuur en individualisme botsten met de dagelijkse realiteit van Amerika.

Bij wijze van vergelding ontwierp hij in New York op 5th Avenue een ruimteschip in een oplopende spiraalvorm als een parkeergarage, waarbij hij de structuur van de stad zo veel mogelijk probeerde te negeren. En alsof dat nog niet genoeg was, wilde hij het gebouw ook nog eens roze schilderen – het kleurontwerp is te zien in een van de aquarellen in de tentoonstelling. Zo creëerde Frank Lloyd Wright te midden van een hem vijandige context zijn eigen stukje natuur. Dit Guggenheim Museum groeide in de jaren erna uit tot een van de meest gedenkwaardige en geliefde gebouwen van New York City en van de hele wereld.

Reageer op dit artikel