de Archtect februari 2004

De internationale reputatie van de Nederlandse architectuur berust op haar vermogen om maatschappelijke veranderingen vorm te geven in opwindende experimenten en plannen. Dit is versterkt door de in de afgelopen periode opgebouwde infrastructuur ter ondersteuning van de architectuur. Wat daarbij echter uit het beeld verdwijnt, is dat in Nederland vooral conceptueel wordt gewerkt, omdat de budgetten laag zijn en nauwelijks geld beschikbaar is voor detaillering. In ons land wordt de discussie over kosten scherp gevoerd. Alleen met een conceptuele inzet kan een vrije, ongebonden ruimte worden gecreëerd op een terrein dat financieel soms flink zit dichtgetimmerd. Gevolg is echter wel dat het eindresultaat –het gebouw– meestal minder aanspreekt dan het oorspronkelijke concept. Dit noopt architecten na te denken over het proces van architectuur naar bouwen en een nieuwe constructiewijze te introduceren
Delen:

Kcap maakt een architectuur die strikt verwijst naar de eigen constructieregels. Hun gebouwen zijn ware megavormen die keer op keer kunnen worden ingezet en eindeloos kunnen worden gemodelleerd. Kenmerkend is dat ze geen uitdrukking zijn van constructieve en technische elementen en dat ze zich dankzij hun sterke topologische eigenschappen moeiteloos vervlechten met de context waarin ze staan. De gebouwen bezitten sculpturale kwaliteiten die worden versterkt door de tektoniek van de gevels. Deze strategie is vooral adequaat als sprake is van een strakke planning en een overzichtelijk besluitvormingsproces. Ook Kees Christiaanse rekent de manier waarop kcap ‘Urban engineering’ en vormgeving combineert en zo complexe projecten van de grond krijgt, tot de kracht van het bureau.