De tijd van de architect als alwetende expert is voorbij

Om als architect je rol te pakken in een woonproject van collectief georganiseerde burgers is nog niet zo makkelijk. Hoe ga je om met toekomstige bewoners die tevens initiatiefnemers, cocreators of medeopdrachtgevers zijn? Als architect zijn verschillende rollen mogelijk, zoals die van medebewoner, de welwillende architect, de visionair of de codesign architect.
Le Village Vertical door Detry-Levy & Associés. Beeld Fabrice Ferrer

Tekst Darinka Czischke i.s.m. Sara Brysch en Stephanie Zeulevoet
Vertaling DUO Vertaalburo

Architecten als Walter Segal, N. John Habraken, Christopher Alexander en Frans van der Werf onderzochten in het verleden al ontwerpmodellen en -strategieën om de toe-eigening en productie van ruimte door bewoners mogelijk te maken. Op verschillende terreinen groeit het besef dat bewonersbetrokkenheid belangrijk is.

Toch heerst onder veel architecten en professionals in de gebouwde omgeving hardnekkig het idee van de architect als alwetende expert. Eindgebruikers worden gezien als passieve opdrachtgevers.

Daarnaast hechten de meeste architecten eraan om hun persoonlijk stempel achter te laten via hun ontwerpen. Zij gaan daarmee voorbij aan de middelen en creativiteit die eindgebruikers kunnen inbrengen als medeontwerpers (cocreators) van hun eigen woon- en leefomgeving.

Door de toenemende digitalisering van de maatschappij hebben leken steeds beter toegang tot zelfeducatie en training. Hierdoor verandert de waarde van professionals. Dit vraagt om nieuwe tools en ‘zachte’ vaardigheden zoals teamwerk, procesbegeleiding en gezamenlijke besluitvorming.

Tegelijkertijd maken factoren als tijd, planning, regelgeving en financiële kaders het ontwikkelen van collaborative housing-initiatieven niet eenvoudiger. Bewonersgroepen ontbreekt het meestal aan ervaring en kennis – die wel nodig zijn om te kunnen onderhandelen over de complexe procedures die bij huisvesting komen kijken.

Ook ondervinden zij weerstand van de gangbare ontwikkelingspartners: ontwerpers, ingenieurs, planologen, woningbouwcorporaties, financiers. Die beschouwen dit soort projecten vaak als te complex en te riskant. Desondanks ontstaan door de huidige collaborative housing-golf nieuwe professionals die groepen bijstaan bij ontwikkelings- en bouwprocedures. Dit geldt ook voor architecten.

De architect als medebewoner

In veel collaborative housing-projecten maken architecten deel uit van de bewonersgroep. Zij vervullen een voortrekkersrol bij de bouwkundige en beheeraspecten van het project. In deze gevallen vervagen de grenzen tussen het professionele en het persoonlijke, zoals blijkt uit het collaborative housing-project La Borda in Barcelona, waar twee bewoners ook de architecten van het project zijn (architectenbureau La Col).

Door de centrale binnenplaats doet het ontwerp van La Borda denken aan de corralas, een woontypologie die veel voorkomt in Midden- en Zuid-Spanje. Beeld Lluc Miralles
Door de centrale binnenplaats doet het ontwerp van La Borda denken aan de corralas, een woontypologie die veel voorkomt in Midden- en Zuid-Spanje. Beeld Lluc Miralles

Tijdens een aantal van de bijeenkomsten moesten ze de groep eraan herinneren dat zij de architect waren. Zij namen deel aan alle bijeenkomsten van de bouwkundige commissie van de groep. Deze commissie bestond uit een handjevol bewoners die in de eerste maanden elke twee weken bij elkaar kwamen om het materiaal samen te stellen voor de algemene vergadering. De aanwezigheid van de architecten bij alle bijeenkomsten waarborgde de noodzakelijke professionele expertise en begeleiding bij het bespreken van ontwerpzaken.

Dit was niet het geval bij de collaborative housing-projecten die ze daarna deden. Daar waren ze zuiver beroepsmatig bij betrokken en namen ze slechts aan enkele bijeenkomsten deel. Daarbij besteedden ze meer tijd aan La Borda, omdat dit hun eerste project in zijn soort was. Door vallen en opstaan hebben ze veel geleerd. Zo hebben zij bijvoorbeeld spijt van de grote mate van zelfbouw en dat ze niet één aannemer hebben geschakeld.

‘De uitgesproken visie van collectieve opdrachtgevers vraagt om een architect die zo’n visie kan vertalen en zich ook betrokken voelt.’

Darinka Czischke

De welwillende architect

De uitgesproken visie van collectieve opdrachtgevers vraagt om een architect die zo’n visie kan vertalen en zich ook betrokken voelt. Vaak benaderen groepen daarom architectenbureaus die bekendstaan om hun open houding tegenover samenwerken met hun opdrachtgevers. Of ze vinden een specifiek aspect van hun kennis belangrijk, zoals milieuduurzaamheid.

Zo wilden de initiatiefnemers van Le Village Vertical in Villeurbane in Frankrijk – mensen die in aanmerking kwamen voor sociale huisvesting – wonen in een project dat aan hun ecologische en sociale maatstaven voldeed. Ook wilden zij het woonproject openstellen voor huishoudens met een zeer laag inkomen, zoals werklozen en andere maatschappelijk kwetsbaren. Door een energiezuinig gebouw te ontwerpen konden huishoudens met een laag inkomen profiteren van een lagere energierekening, maar ook van de solidariteit van de gemeenschap.

De groep koos voor Detry-Levy & Associés, een architectenbureau dat zijn sporen had verdiend met ecologisch bouwen. Het was de eerste keer dat dit architectenbureau aan een door bewoners geleid huisvestingsproject werkte. Volgens een van de initiatiefnemers investeerden de architecten veel tijd in dit proces. Hoewel het commercieel gezien geen groot succes was, deden zij waardevolle ervaring op.

In het Zweedse cohousingproject Sofielunds Kollektivhus in Malmö, definieerde het architectenbureau Kanozi zijn rol als ‘mediator’ – begeleider van het collectieve ontwerpproces en de democratische besluitvorming. De architecten vertaalden de wensen van de bewoners in één samenhangend ontwerp.

In Sofielunds Kollektivhus wordt een ecologisch en economisch duurzaam leven vergemakkelijkt en gedijen mensen van alle leeftijden met uiteenlopende achtergronden. Beeld Kanozi Arkitekter
In Sofielunds Kollektivhus wordt een ecologisch en economisch duurzaam leven vergemakkelijkt en gedijen mensen van alle leeftijden met uiteenlopende achtergronden. Beeld Kanozi Arkitekter

De bewoners werden bij vrijwel alle beslissingen over het ontwerp betrokken, zoals milieuduurzaamheid (zeer energiezuinig), lagere bouwkosten (kleinere units, minder liften en trappen, geen parking, buitengalerijen die tevens als balkon dienen) en meer op de gemeenschap gerichte bouw (collectieve ruimtes, keukens met zicht op de buitengalerijen, buitengalerijen als balkons).

Hoewel het proces meer tijd in beslag nam dan een standaardproject, stelde het resultaat de bewonersgroep tevreden. Ook had het project meerwaarde voor de buurt door zijn architecturale kwaliteit en visuele integratie in de omgeving.

De visionaire architect

Projecten worden ook gestart door architecten met een eigen visie op huisvesting en de rol van architectuur in de maatschappij. Een goed voorbeeld is het huisvestingsproject voor vrouwen [ro*sa]²², in het 22ste district van Wenen. Initiatiefnemer was architect Sabine Pollak van architectenbureau Köb & Pollak, die geïnteresseerd is in gender en huisvesting.

Zij wilde een collaborative housing-project ontwikkelen dat zou voldoen aan de behoeften van vrouwen. Pollak was van mening dat niet alleen de wensen, maar ook de kennis van de toekomstige bewoners onderdeel moest zijn van de projectplanning.

In 2002 organiseerde zij discussies over haar projectidee bij verschillende feministische groepen. Er kwamen veel alleenwonende vrouwen op de bijeenkomsten af. Zij werden gevraagd naar hun voorkeuren.

Veelgehoorde ontwerpwensen waren kleine appartementen, goede toegankelijkheid, veel gemeenschappelijke ruimtes en grote overgangszones tussen gemeenschappelijke en privéruimtes. Dit leidde tot de oprichting van [ro*sa] dat de ideeën achter het project verder ontwikkelde.

De codesign architect

Soms nemen gevestigde woningaanbieders, zoals woningcorporaties, het principe van samenwerken met bewoners over. Zij ontwikkelen hybride modellen voor samenwerking. Een mooi voorbeeld is Space-S in Eindhoven, ontworpen en ontwikkeld door architectenbureau Inbo, woningcorporatie Woonbedrijf en de bewoners samen. Het project ging van start met een open oproep aan toekomstige huurders onder het motto “Create your own Space-S!” Ook zochten ze contact met maatschappelijk kwetsbare groepen.

Het gezamenlijk ontwerpen met zo’n grote groep van niet-professionals vroeg om nieuwe ontwerpmethoden. Zo waren er workshops met moodboards waar toekomstige bewoners konden aangeven welke afbeeldingen hen aanspraken. Ook werden er plattegronden van appartementen 1:1 opgebouwd met schuimrubber blokken.

Op een schaal zoals nooit eerder vertoond in de sociale huursector in Nederland, mochten de bewoners van Space-S vanaf het allereerste begin meedenken en meepraten over hun wensen en dromen. Beeld Mitchell van Eijk
Op een schaal zoals nooit eerder vertoond in de sociale huursector in Nederland, mochten de bewoners van Space-S vanaf het allereerste begin meedenken en meepraten over hun wensen en dromen. Beeld Mitchell van Eijk

Volgens de architecten hielden zij, ondanks de grote bewonersbetrokkenheid, zelf de leiding door de grenzen aan te geven en vragen te stellen achter het ontwerp, zoals: hoe breng je je dag door? Of: als je vrienden op bezoek hebt, waar ga je dan zitten? Ga je in de woonkamer zitten en kijk je tv, of zit je in de keuken en kook je samen?

Dit resulteerde in een veel grotere verscheidenheid aan plannen dan bij top-downgestuurde projecten het geval is en dit maakte het voor de architecten ook veel interessanter om aan te werken.

In september en oktober vindt in Nederland een programma plaats rond collaborative housing als bijdrage aan de oplossing voor de huidige huisvestingsopgave. Het programma wordt georganiseerd door Project Together!, een samenwerking tussen de Faculteit Bouwkunde van de TU Delft, de gemeenten Delft en Den Haag, Inbo Architecten, het ministerie van Binnenlandse Zaken en Platform 31.

Kijk voor meer informatie op www.projecttogether.nl.

Dit is het tweede artikel in een serie van twee over collaborative housing.
Lees ook het eerste artikel  van Darinka Czischke: ‘De architect als mede-ontwerper vraagt om zachte vaardigheden’
.

Lees ook: