De nieuwe standaard: hoogwaardig hergebruik vloersystemen

Losmaakbaarheid, hoogwaardig hergebruik en waardebehoud: wanneer Peter Musters over de rol van VBI in de circulaire bouweconomie praat, staan deze drie termen op zijn voorhoofd geschreven. Musters is adviseur Bouwconcepten bij VBI, marktleider op het gebied van prefab vloersystemen. “De inzet moet zijn dat een gebruikte kanaalplaat kwalitatief net zo goed moet zijn als een element dat net uit de fabriek komt rollen. Daarvoor is een losmaakbaar ontwerp noodzakelijk. Een tweede leven kan, als je maar de juiste keuzes maakt. Met elkaar.”

Heel af en toe krijgt VBI de vraag of ‘ze niet ergens nog een stapeltje gebruikte kanaalplaten hebben liggen’. Musters: “De vraag is nu nog moeilijk met ‘ja’ te beantwoorden, maar het is wat mij betreft wel de toekomst: hergebruik van kanaalplaten op een hoogwaardige manier. En als er vraag is naar iets, ontstaat er waarde. Soms weten we inderdaad dat een sloper ergens iets heeft liggen, maar het aanbod is nog erg klein. We weten in elk geval dat de vraag wordt gesteld vanuit een circulaire gedachte. Circulariteit is een maatschappelijke ambitie geworden. Sterker, het wordt steeds vaker gezien als maatschappelijke plicht. Niet alleen bij de overheid, maar ook bij opdrachtgevers. Als je een product van enig niveau kunt hergebruiken, hoef je de aarde niet uit te putten.”

Zaag

Als je er een zaag in kan zetten, is alles is in theorie herbruikbaar, aldus Musters. Dus ook kanaalplaten op basis van natte knopen en verbindingen die in eerste instantie niet losmaakbaar zijn.

‘Als je een product van enig niveau kunt hergebruiken, hoef je de aarde niet uit te putten

“Dat maakt hergebruik echter lastig, want dan kom je aan het economische aspect. Een kanaalplaat is immers een relatief goedkoop bouwmateriaal. Alle handelingen die je moet verrichten om ze herbruikbaar te maken kosten geld, vooral zagen. En dus gebeurt het niet want dan is het goedkoper om een nieuwe kanaalplaat te gebruiken. Het gros van afgeschreven steenachtig materiaal wordt granulaat en komt onder een snelweg te liggen.”

Tweede leven

De technische levensduur van kanaalplaatvloeren is echter 100 jaar of langer. Om een kanaalplaat in de toekomst een volwaardig tweede leven te geven, is dus een losmaakbaar en remontabel bouwkundig en constructief ontwerp noodzakelijk. Bij VBI noemen ze dit Design for Reassembly, een van de duurzaamheidsstappen die zorgen voor een lange levensduur, het voorkomen van afval en het verlagen van de CO2-emmissie. Musters: “De overheid werkt aan het invoeren van een CO2-taks waardoor nieuwe producten duurder worden. Zo stimuleert dit tevens hoogwaardig hergebruik van gebruikte materialen waaronder ook kanaalplaten.’’

Middel, geen doel

Musters benadrukt dat losmaakbaarheid een middel is om een doel bereikbaar te maken. En geen doel op zich. “Het gaat uiteindelijk om volwaardige herbruikbaarheid.” VBI is momenteel druk bezig met door-ontwikkeling van koppelingen die verbinding van systeemvloeren aan een draagconstructie bereikbaar en losmaakbaar maken. Deze verbindingen kunnen in het ontwerptraject al worden uitgeëngineerd. Hierdoor kunnen in de uitvoeringsfase van het project geen onjuiste keuzes meer worden gemaakt die hoogwaardig hergebruik in de toekomst belemmeren.

Dit laatste is helaas een aantal malen aan de orde geweest waardoor de ambities van opdrachtgevers alsnog niet zijn waargemaakt, aldus Musters. “Al de leermomenten tezamen maken dat de advisering steeds concreter wordt zodat we samen met marktpartijen de ambities van opdrachtgevers daadwerkelijk tot uitvoering brengen”.  VBI beschouwt zich dan ook niet louter als leverancier, maar ook als partner. Het bedrijf werkt graag samen met aannemers, constructeurs, architecten en projectontwikkelaars aan veiligere, slimmere en vooral duurzame oplossingen.

Voorbeeldprojecten

Musters noemt twee in het oog springende voorbeeldprojecten waarbij kanaalplaten een tweede leven krijgen/hebben gekregen: in Borne en in Enschede. Musters volgt ze met bovengemiddelde aandacht om de ervaringen te kunnen vertalen naar verbetering van ontwerpaanbevelingen.

‘Het gaat uiteindelijk om volwaardige herbruikbaarheid’

In Borne staat sinds kort een gebouw dat met alleen maar gebruikte materialen is gerealiseerd. Het gaat om een pand van Dusseldorp Infra Sloop en Milieutechniek. Bij de bouw zijn materialen gebruikt die onder andere afkomstig zijn van het Erasmus MC uit Rotterdam. Een groot deel van de staalconstructie maar ook 330 kanaalplaten uit de vierde verdieping van het Erasmus MC zijn hergebruikt in dit project. Musters: “Ik vind het een mooi voorbeeld van hergebruik alsmede het ontstaan en toekennen van waarde aan gebruikte materialen.”

Tijdelijke rechtbank

Een ander mooi voorbeeld is de tijdelijke rechtbank op de Zuidas in Amsterdam; dit gebouw wordt later dit jaar uit elkaar gehaald en krijgt in Enschede een tweede leven als kantoor.  De staalconstructie en de kanaalplaten zullen worden hergebruikt. VBI heeft tijdens het ontwerpproces van de rechtbank aandeel gehad in het ontwerp van de verbindingen, aldus Musters.

Tijdelijke rechtbank, Zuidas in Amsterdam. Foto: Léon van Woerkom

VBI werkt momenteel bovendien aan een eigen retournameprotocol als opvolging van de huidige terugnamegarantie. Dat protocol is een soort stappenplan in een proces waarin onder meer demontage, transport en keuring worden beschreven. Musters: “De inzet is dat wij elementen terugkrijgen, beoordelen en uiteindelijk weer gereedmaken voor een tweede leven. Samen met marktpartijen zijn we de milieu-impact van dat protocol op dit moment aan het toetsen.”

Standaard

Musters is er van overtuigd dat hoogwaardig hergebruik van prefab vloersystemen op termijn de standaard wordt. Het is goed voor het milieu, want deze aanpak spaart primaire grondstoffen uit en voorkomt afval. Tegelijkertijd wordt de economische levensduur van gebouwcomponenten verlengd waardoor gebouweigenaren deze restwaarde in hun financiële boekhouding kunnen opnemen.

De ambities van VBI op het gebied duurzaamheid reiken ver. Het bedrijf zet maximaal in op een circulaire economie. VBI is niet voor niets mede-initiatiefnemer en aanjager van het Betonakkoord, dat onder meer als doel heeft de CO2 footprint fors te verkleinen. Duurzaamheid kent in de ogen van VBI drie verschillende gradaties: van recycling van materialen, via hergebruik van onderdelen van de bouwconstructie, tot aan hergebruik van het gebouw als geheel. VBI heeft daarom een GreenScore-systematiek ontwikkeld met drie verschillende ontwerpniveaus: Design for Flexibility (met flexibel aanpasbare gebouwen als uitgangspunt), Design for Reassembly (draagstructuren dusdanig ontwerpen dat gebouwonderdelen in de toekomst opnieuw gebruikt kunnen worden) en Design for Recycling (spaarzaam materiaalgebruik en hergebruik van grondstoffen).

Dit artikel is gesponsord door VBI.