blog

Blog – Wat vinden gebruikers van geprivatiseerde ruimten in de stad?

Architectuur

Blog – Wat vinden gebruikers van geprivatiseerde ruimten in de stad?

Door Els Leclercq – Het eigendom en ook het onderhoud van de openbare ruimte komt steeds vaker in handen van private actoren. Dit zijn zowel ‘corporate’ bedrijven als organisaties zonder winstoogmerk zoals bewonersverenigingen of andere belangengroepen. Deze partijen stellen vaak andere, (voor hen) specifieke eisen aan de toegang en het gebruik van de ruimte waardoor de publieke waarden (zoals we die toekennen aan de publieke ruimte) in het gedrang kunnen komen. Vormt privatisering hiermee een bedreiging voor het publieke karakter van de openbare ruimte?

In dit derde deel – in een serie van vijf – staat de gebruiker centraal. Merkt de gebruiker het verschil tussen een publieke en een geprivatiseerde ruimte en zo ja, heeft de gebruiker bezwaren tegen een private ruimte? Gebruikt zij deze op een andere manier? Prefereert zij misschien wel juist een geprivatiseerde ruimte?  Wederom worden ter beantwoording van deze vragen de analyses gebruikt die zijn gedaan in een drietal casussen in Liverpool, UK.

Liverpool ONE: een geprivatiseerd stuk Liverpool

Het in 2008 opgeleverde project Liverpool ONE lijkt ogenschijnlijk een continuering van de bestaande winkelstraten van het centrum van Liverpool, zeker in ruimtelijk opzicht; de bestaande straten blijven keurig doorlopen. Het hele gebied is echter niet in handen van de lokale overheid maar van een private partij die met het beheer van het gebied maximale winst voor hun aandeelhouders wil behalen.

Grens tussen Liverpool ONE en publieke deel van Paradise Street wordt aangegeven met een rij paaltjes, beeld Els Leclercq

Grens tussen Liverpool ONE en publieke deel van Paradise Street wordt aangegeven met een rij paaltjes, beeld Els Leclercq

De gebruiker wordt gezien als consument en wordt geacht zoveel mogelijk geld uit te geven. De private organisatie bevordert dit door de buitenruimte zo schoon en veilig mogelijk te houden. Ook vindt een scala aan kleine en grote evenementen plaats. Dit is fundamenteel anders dan in de publieke ruimte, waar de gebruiker in de eerste plaats burger is en niet een potentiele klant.

Tijdelijke tafeltennistafels in Liverpool ONE, beeld Els Leclercq

Tijdelijke tafeltennistafels in Liverpool ONE, beeld Els Leclercq

Onderzoeksmethode: Color your Space

Om te onderzoeken hoe de gebruiker tegen deze privatisering van de openbare ruimte aankijkt, is een online enquête ontwikkeld in een App. De gebruiker kan op een eenvoudige manier zijn of haar mening geven over de kwaliteit van de ruimte. Deze App dient niet alleen voor de verzameling van data, maar is tegelijk een experiment om via digitale mogelijkheden de participatie van gebruikers in stedelijke ontwikkelingen te bevorderen. Middels deze digitale tool kunnen groepen gebruikers die via traditionele communicatiekanalen (bewonersavonden etc.) moeilijk te bereiken zijn, toch een stem krijgen. (zie www.coloryourspace.com)

In Liverpool zijn gebruikers in het geprivatiseerde Liverpool ONE en twee ‘publieke’ wijken, de Ropewalks en Granby4Streets, gevraagd naar hun waardering voor de ruimte en hoe schoon en veilig ze de wijk vinden. Daarnaast was een vraag of de geïnterviewden weten of de wijk door publieke of private actoren beheerd worden.

Over waardering, schoon & veilig

De geprivatiseerde ruimte wordt zeer gewaardeerd door de bevraagde gebruikers. Maar liefst 92 procent geeft aan dat ze de ruimte ‘zeer goed’ of ‘goed’ vinden, een hoger percentage dan in de twee publieke wijken. Ook wordt de geprivatiseerde ruimte veruit het best beoordeeld op de criteria ‘schoon’ en ‘veilig’. Gebruikers ervaren de geprivatiseerde ruimte dus als zeer plezierig en waarderen een zeer schone en veilige omgeving.

Visuele weergave van de antwoorden op de vraag “how do you rate this space”? Donkergroen = zeer goed en rood = zeer slecht, beeld Els Leclercq

Visuele weergave van de antwoorden op de vraag “how do you rate this space”? Donkergroen = zeer goed en rood = zeer slecht, beeld Els Leclercq

Publieke of private ruimte?

Op de vraag of gebruikers weten of de ruimte een publieke dan wel private ruimte was, antwoordde meer dan de helft van de ondervraagden in de geprivatiseerde ruimte dat zij denkt dat het om een publieke ruimte gaat. Private actoren kunnen kennelijk prima een stedelijke ruimte ontwikkelen en beheren die door haar gebruikers ervaren wordt als publieke ruimte.

Echter, op een vervolgvraag naar de mogelijkheden van het vertonen van ‘publiek gedrag’ (zoals bijvoorbeeld flyers uitdelen, straattheater of muziek maken, je skateboard gebruiken etc.) antwoordt het merendeel van de mensen die denken dat het een publiek gebied betreft, dat deze activiteiten hier verboden zijn. Ze vermoeden dat hun rechten hier worden ingeperkt. Hier hebben ze volledig gelijk in. In de regels die de private actor voor dit gebied heeft opgesteld, is dergelijk publiek gedrag inderdaad niet toegestaan. Deze uitingen van publiek gedrag worden door de patrouillerende beveiligingsbeambten meteen in de kiem gesmoord.

Voorbeeld van toe-eigening van de publieke ruimte in Granby, beeld Els Leclercq

Voorbeeld van toe-eigening van de publieke ruimte in Granby, beeld Els Leclercq

In de twee onderzochte publieke ruimten denkt het grote merendeel van de gebruikers ook dat deze ruimten publiek zijn, én geven zij ook aan dat publiek gedrag hier volkomen getolereerd wordt. Hiervan wordt ook veelvuldig gebruik gemaakt, waarbij de ruimte tijdelijk door individuen toegeëigend wordt. Voorbeelden hiervan zijn zit- en groenelementen, graffiti, straatartiesten, en zelfs een lokale markt, in Granby4Streets.

Voorbeeld van toe-eigening van de publieke ruimte in de Ropewalks, beeld Els Leclercq

Voorbeeld van toe-eigening van de publieke ruimte in de Ropewalks, beeld Els Leclercq

Conclusie

Liverpool ONE wordt dus wel ervaren als een plezierig gebied, maar wordt, zij het onderbewust, niet gezien als een publieke ruimte waar dezelfde normen en waarden gelden als in de ‘echt’ publieke ruimte. Kennelijk geeft het specifieke ontwerp of de aanwezige omgevingsfactoren, zoals gebrek aan zicht op ander publiek gedrag of het feit dat het gebied erg schoon is, signalen af aan gebruikers. Daardoor voelen zij kennelijk aan dat er in deze ruimte andere regels gelden.

De regels die de private actor in Liverpool ONE oplegt, vormen hierdoor een belemmering voor het publieke gebruik van de ruimte en beïnvloedt dus in negatieve zin de mate van het publieke karakter.

Reageer op dit artikel