In de jaren 60 leken 'de ambtelijke instanties' nog tevreden met de kwaliteit van woningen, schrijf D. de Jonge in 1970. Kritiek kwam voornamelijk van publicisten en deskundigen, vervolgt hij, en de miljoenste naoorlogse woning wordt door de ambtelijke instanties breed in de publiciteit gebracht. In 1968 treed verandering op, waarschijnlijk deels doordat er meer aanbod komt en huishoudens met midden en hoge inkomens hogere eisen gaan stellen. In het jaar wordt een regeling gemaakt om 'experimentele woningbouw' te stimuleren. Een subsidie van 3000 gulden per woning kan worden verkregen voor projecten die het predicaat 'experimenteel' verdienden, en zo de kwaliteit en diversiteit van nieuwbouw te verhogen. In 1970 schrijft De Jonge een kritisch stuk over hoe de commissie die de plannen moet beoordelen opereert, maar de regeling lijdt in de jaren die volgen tot spraakmakende woningbouwprojecten. Zoals twee projecten van Piet Blom: Kasbahplan in Hengelo en de Paalwoningen in Helmond die model zullen staan voor de Kubuswoningen in Rotterdam.

TIP:

Blader door de magazines van de Architect, verschenen tussen 1970-1970. Ga naar het archief >>

Een andere gebeurtenis die een stempel drukt op de jaren 70 is de voltooiing van De Bijlmermeer. De eerste woningen worden opgeleverd in 1968, de laatste in 1975 . de Architect wijdt vele, lange, kritische artikelen aan het project. De stedenbouwkundigen en architecten van de Amsterdamse dienst voor Publieke Werken wordt verweten te veel met 'technische, rationele en functioneel-esthetische' aspecten bezig te zijn geweest, en te weinig met sociale en gedragswetenschappelijke. Bovendien heeft de bouwmethode helemaal niet tot betaalbare woningen geleidt. G. Treep schrijft dat het lijkt of men vergeten is dat architectuur ook een uiting kan zijn van levensvreugde. De term 'woonecologie' is populair in deze periode , waarmee de relatie tussen de mens (als individu of als groep) en de fysische ruimte wordt bedoeld. De term wordt gebruikt om woningplattegronden te beoordelen, het gaat er om: "hoe de woningplattegrond er uitziet, hoe activiteiten en objecten over deze plattegrond verdeeld zijn, en hoe de daarbij optredende patronen zijn te verklaren." .. "Hier ligt het voor de hand, dat de ruimtelijke verspreiding van de verschijnselen niet willekeurig is en dat zich steeds weer min of meer specifieke patronen zullen aftekenen, die te herleiden zijn tot onderliggende, zich met grote regelmaat herhalende processen." Dr. D. de Jonge geeft een uitgebreide beschrijving van de woonecologie >> Ten slotte worstelen architecten en stedenbouwers met de dominante positie die de auto is gaan innemen. In de Bijlmer wordt een poging gedaan om het gemotoriseerd verkeer los te maken van voetgangersgebied. Het woonerf is een Nederlandse uitvinding uit die tijd, die internationaal aandacht krijgt.

Monografie: de jaren 70 & 80 in beeld

Het eerste deel van de reeks monografieën (Jaren '70&'80 / '90&'00  en '10) laat een selectie projecten uit de jaren 70 en 80 zien. Het was de tijd waarin cityvorming plaatsmaakte voor stadsvernieuwing en idealen over de samenleving, zoals democratie en gemeenschapszin, de architectuur vormgaven.

Inhoud dossier:

1. 1968 - 1975 - Bijlmermeer door Siegfried Nassuth/ Amsterdamse Dienst der Publieke Werken 2. 1970 - The Archigram Group 3. 1973 - Wijkcentrum ’t Karregat door Frank van Klingeren 4. 1974 - Terraswoning Geldrop door Inbo 5. 1975 - Paalwoningen Helmond door Piet Blom6. 1975 - Louvain la Neuve - div.7. 1977 - Rijksmuseum Kröller-Muller Hoge Veluwe door Prof. W.G. Quist8. 1978 - Centre Pompidou in Parijs en Lloys verzekeringsmaatschappij door Rogers en Piano 9. 1978 - Moederhuis in Amsterdam door Aldo van Eyck en Theo Bosch 10. 979 - Muziekcentrum Vredenburg door Herman Hertzberger

1. 1968 - 1975 - Bijlmermeer door Siegfried Nassuth/ Amsterdamse Dienst der Publieke Werken

Ir. G. Treep - In onze dagen is veel veranderd, veel oude dingen en waarden zijn afgebroken door een nieuwe generatie die nu eens zou laten zien hoe men de zaken moest aanpakken. Dat men daarbij onbewust een 19e-eeuwse erfenis meesleept is nu wel duidelijk gebleken. Toch waren er in die eeuw al mensen die ervaren hadden dat een fascinerende technische vooruitgang op zichzelf geen betere samenleving garandeert en daarom nooit een doel mag worden. Maar zoiets moet men kennelijk eerst zelf door mislukkingen ontdekken. Lees het artikel van G. Treep >> Dr. D. de Jonge - Omdat de stadsbestuurders van Amsterdam met de verwezenlijking van de Bijlmermeer iets spectaculairs tot stand wilden brengen en de ontwerpers de vrije hand hebben gegeven, valt de Bijlmermeer op door zijn afwijkende morfologische eigenschappen. Deze wens om iets unieks op stedenbouwkundig gebied te scheppen heeft geleid tot een te eenzijdige nadruk op technische, rationele en functioneel-esthetische aspecten. Bij de planning is onvoldoende rekening gehouden met gedragswetenschappelijke inzichten, concludeert dr. D. de Jonge. Zijn artikel is voor een groot deel ontleend aan een onlangs gepubliceerd rapport van het Centrum voor Architectuuronderzoek (afdeling Bouwkunde van de TH Delft). Lees het artikel van Dr. D. de Jonge uit 1973 >> Door zijn hoge kwaliteit zou dit woongebied Amsterdammers aantrekken met vrijmaking van goede woningen in de bestaande stad om zo een doorstroming van de bevolking op gang te brengen. Van deze doorstroming blijkt in de praktijk nog niet veel terecht te komen. De auteur constateert - zoekend naar redenen - een te optimistische presentatie en een, althans voor de beginfase, misleidende gemeentelijke voorlichting. Lees het tweede artikel van Dr. D. de Jonge >> Bijlmermeer in Amsterdam door Siegfried Nassuth (1973) Bijlmermeer in Amsterdam door Siegfried Nassuth (1973)

2: 1970 - The Archigram Group

Door Peter Cook - Engels fenomeen in de architectuur: The Archigram Group. Zes jonge, Britse architecten (Warren Chalk, Peter Cook, Dennis Crompton, David Greene, Ron Herron en Michael Webb). Allen na de academie begonnen op een bureau om „gewoon aardige architectjes te worden" (Cook). Al spoedig gedesillusioneerd door de manier waarop — met name in Londen — architectuur werd en wordt bedreven. Lees het artikel van Peter Cook >> Archigram: twaalf ogen op de toekomst Archigram: twaalf ogen op de toekomst

3: 1973 - Wijkcentrum ’t Karregat door Frank van Klingeren

Door dr. C. D. Saal - In de Nederlandse architectenwereld is Frank van Klingeren een bekende figuur. Zijn eigenzinnige architectuuropvattingen hebben vorm gekregen in veelbesproken projecten als De Meerpaal in Dronten en 't Karregat te Eindhoven. Vooral dit laatste gebouw heeft een massa stof doen opwaaien. Van Klingerens 'stoor'-theorie (laat de mensen elkaar maar hinderen, dan spreken ze elkaar tenminste) is daar met name ten aanzien van de scholen niet best uit de verf gekomen. Toen Van Klingeren begin dit jaar via de televisie zijn ideeën over Nederland uitstrooide kon socioloog dr. C. D. Saai van de Rijksuniversiteit te Groningen, het maar moeilijk met de inhoud ervan eens zijn. Daarom hierbij enkele kanttekeningen van Saai bij Van Klingerens poging tot 'ontklonteren'. Lees het artikel van der. C.D. Saal >> Door Ir. J.J.M. Niesten - Ergens midden in een met piramides overhuifde chaos, op een soort podium naast een tapkast, probeert een bont gezelschap het hoe en waarom van het wijkcentrum Karregat aan de weet te komen. Een wethouder tracht, dwars door een snerpende cirkelzaag, duidelijk te maken dat dit nou de materialisatie is van de ideeën van minister Van Kemenade: rapport Wiardi-Beckmannstichting - open school - gelijke kansen. Lees het artikel van J.J.M. Niesten >> Wijkcentrum ’t Karregat door Frank van Klingeren Wijkcentrum ’t Karregat door Frank van Klingeren

4: 1974 - Terraswoning Geldrop door Inbo

Door C. Zwinkels - Van het vrij grote aantal woningprojecten dat de laatste tijd het predicaat experimenteel krijgt opgespeld zijn de laagbouwprojecten veruit in de meerderheid. Het lijkt erop dat we van de weeromstuit het hoge wonen hebben afgezworen. Toch zijn er natuurlijk weer uitzonderingen. Een daarvan is het project van 188 terraswoningen in Geldrop, naar ontwerp van Architectenbureau voor Industriële Bouw Inbo nv te Woudenberg, dat onlangs definitief het begeerde predicaat verwierf. Het omvat twee gebouwen van 6 a 8 bouwlagen met 14 verschillende woningtypen. In feite is dit het eerste project volgens de ’ontwerpstructuur S 200’, waarvan het ideeënplan reeds in 1971 experimenteel werd verklaard. Over de achtergronden van deze ontwerpstructuur en wat er in de praktijk mee kan worden gerealiseerd spraken wij met de heer K. Geerts, architect HBO en directeur van Inbo nv. Lees het artikel van Cees Zwinkels >> Terraswoning Geldrop door Inbo (1974) De overvloedig verspringende terrassen en balkons vanaf de bovenste bouwlaag gezien.

5: 1975 Paalwoningen Helmond door Piet Blom

Door Cees Zwinkels - Daar staan ze dan, de drie paalwoningen in Helmond. Ze staan er als proef. Iedereen mag er wat van zeggen, ook zonder er geweest te zijn. Maar als ergens geldt: je moet het gezien hebben om er over te kunnen praten, is het wel hier. Afbeeldingen, hoe belangrijk ook om een globale indruk op te doen, schieten te kort in het weergeven van de meerwaarde aan ruimtelijke kwaliteiten die architect Piet Blom in zijn ontwerp heeft willen stoppen. Of hij daar ook in geslaagd is zal na een enkel bezoek zeker niet direct beoordeeld kunnen worden. Een gefundeerd oordeel over wel en niet aanwezige woonkwaliteiten en -mogelijkheden zal pas na proefbewoning gegeven kunnen worden. Leest het artikel van Cees Zwinkels >> Paalwoningen in Helmond door Piet Blom De proefbomen, op enige afstand van de plaats waar het werkelijke woud is gepland.

6: 1975 - Louvain la Neuve - div.

Rondom een nieuwe universiteit wordt net onder Brussel een nieuwe stad gebouwd, Louvain-la-Neuve. Over de opzet van deze Belgische new-town dit uitvoerige artikel van M. L. A. M. van Hezik, die de ontwikkelingen en het tot op heden gerealiseerde toetst aan de nogal ambitieuze doelstellingen. Van Hezik studeert Stedebouwkunde en is werkzaam bij de Vakgroep Planologie en Stedebouw, beide aan de T H te Delft. Lees het artikel van M.L.A.M van Hezik >> Dr. D. de Jonge stelt in een ander artikel vast dat het hier een schoolvoorbeeld van culturalistische stedenbouw betreft, dat wil zeggen: voornamelijk gebaseerd op kwaliteiten van oude steden. Ook de architectuur wordt vanuit sociologisch oogpunt overwegend positief beoordeeld. Louvain-la-Neuve: ontstaanswijze, uitgangspunten en uitwerking. Lees het artikel van Dr. D. de Jonge >> Louvain-La-Neuve (1975/3) De bibliotheek van de exacte wetenschappen, een schepping van A. Jacqmain, vormt met de ervoor liggende 'place des sciences' het karakteristieke middelpunt van de universitaire wijk. Het gebouw telt 5 niveaus en een entresol voor exposities. Men kan 200.000 boeken en 300 leesplaatsen aanbieden.

7: 1977 - Rijksmuseum Kröller-Muller Hoge Veluwe door Prof. W.G. Quist

Met de onlangs door Prinses Beatrix officieel geopende uitbreiding heeft het Rijksmuseum Kröller-Müller eindelijk de vereiste omvang gekregen. Prof. W. G. Quist, thans rijksbouw meester, maakte er het – in veel opzichten te waarderen – ontwerp voor. Het museum is voorbeeldig ingepast in de kwetsbare situatie van het Nationaal Park de Hoge Veluwe en voorzien van zeer goed uitgewerkte details. Dat het ook een optimaal expositie-milieu voor moderne kunst zou bieden, is daarmee nog niet gezegd. Lees verder >> Rijksmuseum Kröller-Muller Hoge Veluwe door Quist Het oude Kröller-Müllermuseum van Henri van de Velde

8: 1978 - Centre Pompidou in Parijs en Lloys verzekeringsmaatschappij door Rogers en Piano

Door Jord den Hollander - Na onder andere Yona Friedman en Buckminster Fuller kreeg in het voorjaar Richard Rogers, van het ontwerpersduo Rogers en Piano, het honourary fellowship van de Koninklijke Academie voor Beeldende kunsten in Den Haag aangeboden. Jord den Hollander bekeek de architectuur van Rogers en vooral zijn laatste schepping in Londen, een nieuw kantoor voor Lloyds verzekeringsmaatschappij. Lees het artikel van Jord den Hollander>> Centre Pompidou in Parijs door Rogers en Piano Centre Pompidou, gevel langs de Rue Renard

9: 1978 - Moederhuis in Amsterdam door Aldo van Eyck en Theo Bosch

Door Jord den Hollander - Ergens halverwege de statige Plantage Middenlaan in Amsterdam - vlakbij Artis - wordt de aandacht getrokken door een zeer kleurrijk gebouw. Dat is het tehuis voor alleenstaande ouders en hun kinderen, het 'moederhuis'. Het ontwerp voor deze nieuwbouw, en de renovatie van het naastliggende pand dat tot hetzelfde complex behoort, werd gemaakt door Aldo van Eyck en Theo Bosch. Jord den Hollander bezocht het gebouw kort nadat het (eerste deel) in gebruik werd genomen. Hij zocht de rode draad die dit ontwerp verbindt met vroegere werken van Van Eyck en meent die te hebben gevonden. Zijn conclusie: Van Eyck heeft met dit gebouw een manifest over architectuur geschreven zonder zich te binden aan een doctrine. Lees het artikel van Jord den Hollander>> Moederhuis in Amsterdam door Aldo van Eyck en Theo Bosch De twee classicistische gevels van het oude moederhuis met (links) daarnaast de nieuwe invulling van Van Eyck.

10: 1979 - Muziekcentrum Vredenburg door Herman Hertzberger

Door Jord den Hollander - 1979 is in meerdere opzichten voor Utrecht een historisch jaar, niet alleen wordt er op grootschalige wijze de Unie van Utrecht herdacht, maar ook is het het jaar waarin het Muziekcentrum officieel in gebruik wordt genomen en in een stad waar toongezette activiteiten al eeuwen de hoofdmoot vormen van het culturele leven mag dat laatste zeker een historisch feit genoemd worden. Een Muziekcentrum voor Utrecht en een toevoeging aan de palmares van Herman Hertzberger die tekende voor het ontwerp. Lees het artikel van Jord den Hollander >> Het Muziekcentrum met op de achtergrond Utrechts versteende hart: Hoog Catharijne. Foto: C. A. Otten.