Poppodium als nieuw theater
Effenaar in Eindhoven door MVRDV
De noodtrappen vormen een opvallend element aan de gevels. Foto Rob 't Hart
Poppodia zijn de laatste jaren veranderd van anarchistische gelegenheden voor alternatieve muziekstromingen tot professioneel en commercieel geleide instituten. Een voorbeeld hiervan vormt de Effenaar in Eindhoven. Na een jarenlang onderdak in een voormalige linnenfabriek heeft het poppodium nu een nieuwe huisvesting gekregen naar een ontwerp van MVRDV. Het gebouw vormt een introverte container, die aan de buitenzijde niets prijsgeeft van de activiteiten in de zalen.
Tekst: Harm Tilman
Poppodia behoren samen met winkelcentra, terminals en dergelijke volgens de Franse etnoloog Marc Augé tot de ‘nonplaces’ die de modernisering van de samenleving gedurende de laatste dertig jaar in het leven heeft geroepen. De supermoderniteit komt voort uit drie vormen van buitensporigheid: een overvloed aan gebeurtenissen, ruimtelijke uitbundigheid en sterk gepersonaliseerde referenties. Ze vindt in deze ‘nonplaces’ haar volle expressie, aldus Augé.1 Deze plaatsen waar de ruimtelijke beleving in toenemende mate wordt gevoed door een spektakel van licht, geluid en geur, hebben een heuse popindustrie voortgebracht. Het is niet toevallig dat poppodia aanvankelijk vrijwel zonder uitzondering zijn gehuisvest in voormalige fabrieksgebouwen, scholen, kerken, bioscopen en dergelijke.
Zo ook in Eindhoven. De Effenaar is sinds 1971 gevestigd in een voormalige linnenfabriek gelegen aan de Dommel en niet ver van het Centraal Station. Aanvankelijk was het een open jongerencentrum, gericht op maatschappijkritische en politieke activiteiten. In de loop der jaren zijn de kritische doelstellingen steeds meer in de ijskast gezet en verdween de sociaal-culturele inzet naar de achtergrond. De Effenaar ging over op het programmeren van muziek en wilde door de verbreding van het aanbod diverse publieksgroepen gaan aanspreken. Op dit moment is de Effenaar een professioneel poppodium dat landelijke bekendheid geniet en in Eindhoven wordt gezien als een alternatieve uitgaansgelegenheid met een attractieve programmering van dance en hiphop.
Naast de Effenaar bevinden zich de restanten van het oude gebouw. Foto Rob 't Hart
Om in te kunnen spelen op de eisen die de popindustrie stelt, investeert de Effenaar in organisatie, personeel en huisvesting.Het nieuwbouwbesluit in 1997 was een gevolg van dit beleid.2 Enerzijds bleek het bestaande gebouw in toenemende mate niet meer aan te sluiten op het uiteenlopende gebruik dat er van werd gemaakt. Het podium moet niet alleen onderdak kunnen bieden aan massa’s van verschillende omvang, maar ook aan groepen behorend tot verschillende subculturen. Daar komt bij, dat de wensen van publiek en musici sterk zijn gestegen. Terwijl het publiek snel geholpen wil worden bij de ingang, aan de bar en in het toilet, stellen de artiesten steeds zwaardere eisen aan de akoestiek, het podium, de laad- en losmogelijkheden en niet in de laatste plaats de kleedkamers. Tegelijk dient de Effenaar haar nationale en internationale concurrentiepositie veilig te stellen.Zaken als capaciteit, bouwkundige staat en architectonische uitstraling, publieksfaciliteiten en geluid- en lichtfaciliteiten spelen hierbij een doorslaggevende rol. Tot slot moet het voldoen aan de steeds hogere eisen die de wetgeving vooral op het terrein van de geluidsoverlast stelt.
In het ontwerp heeft MVRDV met succes geprobeerd de oude sfeer van het gebouw, die introvert, laagdrempelig en informeel is en die door Jacob van Rijs als ‘antitheatraal’ wordt getypeerd, te verenigen met de wens tot een verdere professionalisering van het poppodium. Het proces van totstandkoming laat zich kenschetsen als een turbulente geschiedenis waarin tal van alternatieven de revue passeerden, variërend van verbouwing van het bestaande complex tot complete nieuwbouw inclusief een woontoren voor studenten. Nog in een vrij laat stadium deed de gemeentepolitiek het voorstel om de Effenaar te verplaatsen naar de nieuw te stichten muziekfabriek op het voormalige industrieterrein Strijp. Uiteindelijkis de Effenaar gebouwd op een perceel naast de oude accommodatie die gedurende de bouw open kon blijven en daarna vrij snel kon verhuizen naar het nieuwe onderkomen.
Eén van de bars in de grote zaal. Foto Rob 't Hart
Om logistieke redenen is het gebouw zo ver mogelijk van de Dommel gesitueerd, zodat de aan- en afvoer van materiaal geen problemen oplevert en de tuin achter het gebouw kon worden gemaximaliseerd. Op een kleine footprint heeft MVRDV het gehele programma als het ware opgerold. Alle onderdelen van het programma hebben hun optimale omvang gekregen en zijn vervolgens in de doorsnede rondom de grote zaal gegroepeerd. Op de begane grond liggen aan weerszijden van de entree naar de grote zaal het café-restaurant en aan de andere kant de foyer die toegang verschaft tot de multifunctionele, kleine zaal. Een trap voert de bezoekers naar boven, de opgetilde, grote zaal in. Daar kunnen zij zich direct onderdompelen in de optredens, of uitwijken naar de bars aan de zij- en achterkant van de zaal. Aan weerszijden hiervan liggen de kleedkamers en de kantoren. MVRDV heeft daarmee de eisen van programma en locatie op indrukwekkende wijze met elkaar weten te verzoenen.
Het gebouw manifesteert zich op ingetogen wijze aan de buitenwereld.Het meest opvallend zijn de trappen aan de gevel die respectievelijk de kantoren en de kleedkamers ontsluiten. Op de voor- en achtergevel is op abstracte wijze de doorsnede van het gebouw zichtbaar gemaakt met donker spuitbeton. Aanvankelijk zouden de wanden van de grote zaal in glas worden uitgevoerd, maar dit voorstel heeft het niet gehaald. De activiteiten in de grote zaal zijn, in tegenstelling tot die in het café en het foyer, daardoor niet af te lezen aan het exterieur, ook ’s avonds niet. De muziek is daarmee een aangelegenheid van het overigens vakkundig vormgegeven interieur, waaraan naast MVRDV ook Anthony Kleinepier en Bob Copray een bijdrage leverden.3 Het gebouw ontpopt zich zo opnieuw tot een container, waarvan de betekenis losstaat van de bijzondere activiteiten die zich in het gebouw zelf afspelen. Eenmaal binnen is de buitenwereld nog slechts een magische, door comfort en spektakel aangelichte immanentie.4
1 Marc Augé, Non-places, 1995 (1992), pag. 109.
2 Zie de website van de Effenaar, www.effenaar.nl
3 Anthony Kleinepier en Bob Copray ontwierpen de vaste onderdelen van het
interieur, waaronder de bars, het meubilair, de douche eenheden, de kassa’s en
de garderobes.
4 Vergelijk Peter Sloterdijk, Im Weltinnenraum des Kapitals, 2005. In paragraaf
33 behandelt Sloterdijk het Crystal Palace, in de geschiedenis van de
architectuur te beschouwen als het eerste containergebouw.
Cultureel centrum Effenaar, Eindhoven
Opdrachtgever Gemeente Eindhoven
Ontwerp MVRDV
Adviseur constructie ARUP, Amsterdam
Adviseur installaties Nelissen Ingenieursbureau, Eindhoven
Adviseur akoestiek DorsserBlesgraaf Raadgevende Ingenieurs,
Eindhoven
Bouwkundige uitwerking Bureau Bouwkunde, Rotterdam
Aannemer Hurks Bouw & Vastgoed, Eindhoven
Interieurarchitect Bob Copray & Anthony Kleinepier
i.s.m.Frank Havermans (secretariaat) Boris Tellegen alias Delta
(garderobemeubel) Anthony van de Laar (interieur kassa unit) 24h Living
(meubilair artiestenfoyer) Customr (verlichting eetcafé)demakersvan - Joep
Verhoeven (hekwerk eetcafé)
Bruto vloeroppervlakte 4.551 m2
Voorlopig ontwerp februari 2000
Definitief ontwerp oktober 2000
Aanvang bouw mei 2004
Oplevering augustus 2005
Bouwsom bouwkundig €4.421.000
Bouwsom e-installaties €720.573
Bouwsom w-installaties €817.000
Bouwsom theatertechniek €900.000
Bouwsom totaal €6.858.573
Het artikel is eerder verschenen in de Architect 1, 2006, pp. 34-37.

