Platform voor vakkennis en inspiratie

Poppodium als nieuw theater

Dynamo Eindhoven

Zicht vanaf de kantoorgalerij in het atrium naar het plein. Foto Arthur Bagen

In Eindhoven heeft Bert Dirrix voor het centrum voor jongerencultuur Dynamo een contextuele monoliet gebouwd, die ruimtelijke tegenstellingen en uiteenlopendegebruiksfuncties concentreert in één enkel bouwvolume. Het jongerencentrum is tevens een stedebouwkundige bemiddelaar tussen het stadsdeel Smalle Haven, de neogotische Sint-Catharinakerk en het aangrenzende winkelcentrum.

Tekst: Claus Käpplinger
Vertaling: Marleen Zachte

In lijn met Eindhovens ambitieuze stadsvernieuwingsbeleid is het oude onderkomen van Dynamo, een voormalig gebouw van de Nederlands Hervormde kerk uit 1963, gesloopt en vervangen door grotere nieuwbouw van 5.000 vierkante meter. Het centrum, waarvoor Bert Dirrix in 2000 de prijsvraag won, biedt onderdak aan een grote concert-, film- en theaterzaal voor vijfhonderdvijftig personen, verscheidene leslokalen, een fitnessclub, een sportzaal en tal van secundaire faciliteiten.

Naast de om de hoek heen lopende vensterband is in de gevel een verticaal 'stedelijk venster' opgenomen, dat het openbare karakter van het jongerencentrum onderstreept. Foto Arthur Bagen 

Dirrix’ oplossing is een aan het Catharinaplein oprijzende monoliet met een markante scherpe hoek, die zich naar het plein en de stad toe opent met een 12 meter hoog stedelijk venster. De grote concertzaal die grenst aan de laagbouw in de Van Lieshoutstraat, ligt een etage diep verzonken, zodat het gebouw zich gesloten en bescheiden in zijn omgeving opstelt. Aan de buitenkant heeft het gebouw alles behalve een jeugdige uitstraling. Dat ligt mede aan de keuze van in twaalf verschillende bruintinten uitgevoerde betonelementen voor de buitengevels, om een contextuele band met dewoonwijk aan te gaan. In het licht van zijn openbare functie zou men hier een eigenzinniger presentie van het gebouw hebben gewenst, een lichter en brutaler omhulsel, dat ook iets van de jongerencultuur aan de stedelijke ruimte toont. De bruine betonelementen zijn net iets te contextueel en markeren een scherpe kloof tussen de stad buiten en de jongerencultuur binnen.

Het interieur van het gebouw maakt echter veel goed. Door een uitsnede op straatniveau in de hoek van het gebouw gaat de bezoeker een halve etage omhoog naar het atrium.Dit vormt het distributiecentrum van alle faciliteiten in het centrum en tevens een alternatieve concertruimte. Van daaruit leiden open en gesloten trappen naar de bovenetages.Doordat de plattegrond van het atrium een rechthoek met een diagonale uitsnede is, krijgt de lichte ruimte nog meer dynamiek.

In het atrium kunnen concerten worden gegeven. Foto Arthur Bagen

De lagere muurdelen en galerijbalustrades zijn organisch gevormd en bekleed met een donkerrode rubberen laag, waardoor het publieksgedeelte een warme uitstraling heeft gekregen. Volkomen onverwacht veranderen de kleuren en de vlakken in het gebouw. Zo bekleden glimmende vierkante metalen roosters de hogere regionen van het atrium. Ze zijn doorsneden door de vensterband van het centrumkantoor op de tweede verdieping en de grote glazen wand van de gymzaal op de derde. Nog hoger markeren neongroene wanden, vloeren en glazen galerijbalustrades de toegang tot het fitnesscentrum op de bovenste verdieping.

De jongeren moeten de faciliteiten echter ook weten te vinden.Een aangelichte open trap accentueert de weg naar boven. Naar beneden voert eenzelfde trap naar andere ruimtes, waaronder twee repetitievertrekken. Vóór deze trap bevindt zich de onopvallende ingang tot de grote concert- en toneelzaal, die geheel in zwart is uitgevoerd. Een smal podium, een galerij en zwarte houten akoestiekplaten, meer is er in deze ruimte niet te vinden. Doel is de bezoekers een intieme en intensieve concertbeleving te bieden, dicht op de muziek. Dat lukt onder andere doordat de zaal zich in de richting van het podium versmalt, waarmee wordt benadrukt dat het vloerplan geen rechthoek is. De zaal wil duidelijk een soort ‘undergroundsfeer’ uitdragen en oogt weldadig onpretentieus in het verder relatief chic en commercieel aandoende nieuwe culturele jongerencentrum.

Robuuste materialen karakteriseren het interieur. Foto Arthur Bagen

Tegenover de fraaie proportionering van de vele ruimtes en vertrekken staat de consumentgerichte wijze waarop de jongerenfaciliteiten zijn georganiseerd. Zo zijn de vertrekken in het souterrain commercieel verhuurd en biedt het gebouw naast werkplaatsen en enkele repetitieruimtes de jongeren maar weinig mogelijkheden om zich creatief en beeldend te doen gelden. Alle vertrekken zijn vormgegeven door professionele binnenhuisarchitecten en vooral de vormgeving van de fitnessruimte onderscheidt zich in niets van het gebruikelijke commerciële aanbod. Dat laatste klopt overigens niet helemaal, want een commerciële fitnessstudio zou zich niet schuchter naar het atrium hebben gericht, maar zijn aanbod zeker aan de stadskant hebben opengesteld.

Dit artikel verscheen eerder in de Architect 01, 2009, pp. 38-41.