Professionalisering popcentra
Poppodia zijn de laatste jaren sterk geprofessionaliseerd. Dit komt onder andere tot uiting in de huisvesting. Niet langer zijn ze ondergebracht in oude gebouwen, zoals kerken, scholen, fabrieken en bioscopen. Ze hebben tegenwoordig een eigen gebouw met een herkenbaar, eigen uiterlijk.
De typologie van popcentra wordt gekenmerkt door een introverte verschijningsvorm, die voortkomt uit de eisen met betrekking op akoestiek en reducte van geluidsoverdracht. Daarbij zijn het democratische instituten, waarin de tegenstellingen tussen hoge en lage cultuur zijn overbrugd. Hierdoor onderscheidt het zich van andere culturele gebouwen.
Opmerkelijk is daarom de uitbreiding van de Staddschouwburg in Amsterdam door Jonkman Klinkhamer architecten met een vlakke vloerzaal en een stadsfoyer (café-restaurant). Dit is gecombineerd met een de uitbreiding van de concertzaal van het achtergelegen poppodium de Melkweg dat ook de vlakke vloerzaal als concertzaal kan gebruiken.
Hiermee ontstaat een multifunctioneel complex waarin meer dan voorheen valt in te spelen actuele artistieke ontwikkelingen. Dit illustreert dat in navolging van de popcentra ook de meer traditionele zalen hun aanbod verbreden en gelijktijdig verschillende voorstellingen laten draaien. Daarbij toont de samenwerking tussen de schouwburg en de Melkweg aan dat het poppodium een gelijkwaardig cultureel instituut is geworden.


