blog

Blog – Detail 28: Circulair

Techniek

Door Marjolein van Eig – Toen werd aangekondigd dat de gloeilamp de wereld zou gaan verlaten, kocht ik er bakken vol van. Het stelt me elke dag weer gerust, te weten dat de rest van ons leven er voldoende gloeilampen in huis zijn. Vooral als ik bij de overburen naar binnen kijk, die boeken lezen, badend in het slechtste licht dat er bestaat: spaarlampenlicht. Alles wordt lelijk en vaal van spaarlampenlicht; het eten smaakt niet meer, het gezicht van je geliefde wordt oranje en wellicht nog belangrijker: je ziet niks. De kleur is niet goed, je mist elk detail.

In het Techniek Museum in Delft is te zien waaraan dat ligt; spaarlampenlicht heeft een veel kleiner spectrum dan dat van gloeilampen. Er bestaat nog geen lamp die het spectrum van de gloeilamp evenaart. Ledverlichting komt in de buurt, maar haalt het niet bij het spectrum van de gloeilamp. Gelukkig zitten wij voor de rest van ons leven goed in dat spectrum.

Nu hoor je de fanaten, en dat zijn er tegenwoordig vele, van de nieuwste religie, namelijk die van de circulariteit, al boe roepen. Gloeilampen zijn slecht voor het milieu, ze verbruiken in verhouding te veel energie. Nu is nuance bij fanaten en religie een moeilijk ding, want het is natuurlijk maar helemaal hoe je het bekijkt. Wij zijn op een doordeweekse dag ongeveer acht uur in wakkere staat thuis, waarvan het gemiddeld de helft van de tijd donker is. In die tijd branden we twee gloeilampen en drie halogeenlampen. Dat is weinig maar goed licht. In de verkeersruimten en keuken hangt een zuinige ledverlichting.

Gloeilamp

Gloeilamp

Schuldbewust als we zijn, draaien we de gloeilamp uit zodra we de ruimte verlaten. Dat doen we niet bij de ledverlichting; die brand altijd, want dat kost toch niks. De gloeilamp hangt daar al jarenlang kaal, zonder kapje. Het licht is niet alleen mooi, de lamp zelf is ook prachtig. Je ziet de weerstand in het wolfraam branden, dat vastgehouden wordt door twee fragiele metaaldraadjes. Het is genieten, alsof je bij een haardvuur zit. We hebben geen haard, dat is ons aandeel aan het milieubewustzijn. En we gaan met de fiets en ov naar het werk. Dat zie ik de gemiddelde spaarlampenbeliever nog niet doen. Die vliegt kerosine verbrandend de wereld over om op conferenties te praten over circulariteit.

Circl

Maar goed. Nog niet circulair? Het kan niet meer. Want je kunt er iets aan doen. Waaraan? Aan de klimaat#%$@&ering. Tenminste, misschien kun je er wel iets aan doen. Niemand weet het zeker. Maar baat het niet, dan schaadt het in ieder geval minder. Want als je er goed over nadenkt, is onze wegwerpmaatschappij allang toe aan een transitie, omslag, verandering, omdenken. Het was de reden voor ons bureau om mee te gaan met het idee van de BNA om ‘circulair te gaan’. Hypocriet? Vast en zeker. Maar ook een goede stok achter de deur om erin te duiken. Want de uitspraak “het duurzaamste gebouw is een mooi gebouw want dat blijft het langste staan”, is ondertussen wellicht wat dun geworden. En gelukkig organiseert de BNA allerlei cursussen om je circulaire kennis bij te spijkeren.

CIRCL

CIRCL

Zo zaten we op de stormachtigste dag van het jaar in het Circle-gebouw op de Zuidas met zijn allen te kijken naar stoelen waarvan de zitting gemaakt was van de oude ABN AMRO-uniformen en tweedehands kozijnen die waren hergebruikt. Het hergebruik van oude onderdelen in een nieuw gebouw is het meest circulair, leerden we. Het enige wat je hoeft te doen is het verplaatsen van het element van het oude gebouw naar het nieuwe, wellicht met een tussenpose waarin het opgeslagen wordt, en het vervolgens te monteren. Dit kost het minste energie. Het hergebruik van het gebouw waar ze vandaan komen kost natuurlijk nog minder energie, maar dat gebouw stond vast niet op de Zuidas of was niet mooi genoeg, dus dat kwam niet uit.

Baksteen

We leerden dat het goed is om bij het ontwerpen van gebouwen rekening te houden met het demonteren van de elementen, zodat ze gemakkelijk hergebruikt kunnen worden als het gebouw niet meer mooi gevonden wordt. Er ontstaan databanken waar materialen te vinden zijn en er is Madaster, waar gebouwen ingevoerd kunnen worden met alle informatie die erbij hoort, zoals tekeningen en eraan gekoppeld de elementen die erin gebruikt zijn. Er zijn slopers die steeds bewuster omgaan met wat ze slopen en die de markt opgaan met wat ze gesloopt hebben. Ook zijn er steeds meer leveranciers te vinden die de verantwoordelijkheid voor hun producten nemen en deze weer terugnemen voor hergebruik na verloop van tijd. Kortom, er wordt hard gewerkt aan de circulaire agenda.

Maar er was nog een reden om me te verdiepen in het principe van circulariteit: de baksteen wordt in zijn bestaan bedreigt. De baksteen is weliswaar biobased, deze wordt immers gewonnen uit de klei die door de rivieren afgezet wordt en dat is meer dan genoeg, maar niet circulair. Het kost heel veel energie om het ding te bakken. Daarnaast is het cement dat in de mortel zit niet al te best en is deze mortel zo hard, dat het niet meer los te krijgen is van de baksteen. Het gevolg is dat de baksteen slecht is her te gebruiken. De baksteen valt daarmee binnenkort af als gevelmateriaal. Hij past niet meer in de duurzaamheidsmodellen die op nul moeten eindigen. En dat is geen goede zaak. Want baksteen gaat eeuwenlang mee en je hoeft er zelden meer iets aan te doen als het gebouw eenmaal staat. Toch hoor ik de baksteenfabrikanten niet over dit aspect van hun product. Dat baart me zorgen.

Reageer op dit artikel