blog

Blog – Bouwfysica heeft de toekomst

Techniek

Door Marten Valk – We ontwerpen, adviseren en bouwen in een interessante tijd. Er is geen sprake van een tijdperk van verandering, maar van een verandering van tijdperk (Jan Rotmans). De Kennisdag Bouwfysica stond dit jaar in het teken van Bouwfysica in transitie. Een inspirerende dag met de blik op de toekomst. Durven we als bouwfysici een grotere broek aan te trekken, zoals prof. Hans Wamelink (TU Delft) ons prikkelend voorhield?

Blog – Bouwfysica heeft de toekomst

Rijksbouwmeester Floris Alkemade trapte af en presenteerde zijn verlanglijst voor ‘Bouwfysica in transitie’ binnen de veranderende bouwopgave. Die bouwopgave kent onder andere uitdagingen in maatschappelijke thema’s als het mondiale migratievraagstuk en de vergrijzende bevolking. De verlanglijst doet me terugdenken aan het verzoek van Dorte Kristensen (Atelier PRO) op de Kennisdag in 2011 om – heel terecht – onze dikke rapporten te verbranden en architecten met tekeningen van bouwfysisch advies te voorzien.

Bij mij rijst de vraag hoe de bouwfysicus van de toekomst zich verhoudt tot architecten en andere ontwerp- en bouwteamleden. Ondanks dat we in de ogen van architecten nog wel eens met ongewenste voorstellen komen, zetten wij van nature de volledige zintuiglijke comfortbeleving van de eindgebruiker centraal. Er is immers meer dan het visuele. Herkennen je de impasses in ontwerpen tussen de esthetisch gewenste oplossing en het bouwfysisch verantwoorde alternatief? Hoe komen we tot win-win?

De verlanglijst van de rijksbouwmeester

De verlanglijst van Floris Alkemade kent vier punten. Ten eerste het gebruikmaken van ‘nieuwe technieken’ om daarmee ‘nieuwe architectuur’ te creëren. Denk hierbij aan de snelgroeiende mogelijkheden met 3d-printing en het voorbeeld van doorzichtig beton.

Voorbeeld van doorzichtig beton Foto door Gilbert de Nijs Voorbeeld van doorzichtig beton Foto door Gilbert de Nijs

Als tweede ‘transformatie mogelijk maken door innovatie’. Hij stelt dat installaties de remmende factor zijn die belemmeren dat de leegstand in het Parijse kantoorparadijs La Défense momenteel wordt aangepakt. De hoge eisen aan duurzaamheid en comfort en de beperkte verdiepingshoogte zijn niet verenigbaar. Daar moeten we antwoorden op verzinnen.

Het derde punt betreft de vraag naar ‘lokale, individuele en verhuisbare klimaatregeling’. Het is een logisch punt in relatie tot de exponentieel groeiende technologische (oplossings)mogelijkheden enerzijds en de trend om de gebruiker meer centraal te stellen anderzijds.

En in contrast met de hightech besluit hij zijn lijst met de wens voor ‘een open relatie met de buitenwereld’. Hoe kunnen we weer gebouwen ontwerpen die niet hermetisch zijn afgesloten ten behoeve van de energiezuinigheid, maar zich openen naar de buitenwereld als de omstandigheden dat toestaan? Al met al verlangens die goed aansluiten bij de trend naar slimme en gezonde gebouwen met aandacht voor maatschappelijke winst, geformuleerd vanuit het perspectief van de architect.

Noodzaak tot vernieuwing

Waar Floris Alkemade zich – vanuit zijn rol als rijksbouwmeester natuurlijk valide – aansluit bij de traditionele rol van de architect als bouwheer in het ontwerptraject gooit Jan Willem van de Groep als tweede plenaire spreker olie op het vuur. Hij geeft ons mee dat de rol van de bouwfysicus zwaar wordt onderschat. Als repliek op Alkemade stelt  hij  dat ontwerpers niet de oplossing gaan bieden voor de vragen van tegenwoordig.

Gezamenlijke ontwikkelteams die disciplineoverstijgend te werk gaan zijn nu nodig. “Wat betreft innovatie staan we in de bouwsector op een schaal van één tot tien momenteel op min vijf.” Hoe kunnen we de hoognodige industrialisatie verbinden met het ambacht van ontwerpvraagstukken in de bouw? “Hoezo kost de voordeur van een nieuwbouwwoning aanmerkelijk meer dan de volledige koelkast in die woning, terwijl de deur van die laatste veel beter isoleert, luchtdichter is en ook nog eens vaker open en dicht gaat?”

In tegenstelling tot andere branches stijgt de arbeidsproductiviteit in de bouw al jaren niet, terwijl de prijzen in de bouw wel hard stijgen? Het is hoog tijd voor verfrissing in de bouw. De juiste kaderstelling, integrale samenwerking, industrialisatie, sensortechnologie en softwareprogrammeurs bieden de sleutel. Ik denk dat wij als bouwfysici die sleutel als geen ander op kunnen pakken.

Bouwfysicus als spin in het bouwweb?

In de parallelsessie over ‘De bouwfysicus en nieuwe contractvormen’ bleek  dat slechts 18% van de aanwezige bouwfysici in het visionaire perspectief van prof. Hans Wamelink durfde mee te gaan om als bouwfysicus de totale coördinatie in een ontwerpteam naar ons toe te trekken.

Uitkomst van enquêtering Interactie parallelsessie ‘De bouwfysicus en nieuwe contractvormen’, juni 2017 Uitkomst van enquêtering Interactie parallelsessie ‘De bouwfysicus en nieuwe contractvormen’, juni 2017

Als terughoudendheid werd in de groep (vanuit de overige 82%) genoemd dat er meer is dan bouwfysica en dat we voor die andere zaken niet hebben doorgeleerd. Mogelijk geen populaire uitspraak, maar naar mijn idee is dat precies ook het probleem met de andere ontwerpteampartners zoals de architect en de projectmanager. Iedereen bekijkt het vanuit zijn perspectief en heeft een blinde vlek voor de andere disciplines. Als je enige gereedschap een hamer is, zie je alles als een spijker.

Bouwprojecten zijn een samenhang van verscheidene vraagstukken. Het is opdrachtgevers om het even of een oplossing uit de bouwkundige, de installatietechnische of de organisatorische hoek komt. Ze willen simpelweg het beste. Een slimme combinatie van integrale oplossingen en de bouwfysicus heeft de potentie de meest natuurlijke spin in het web te zijn.

Visualisatie ‘bouwfysicus als spin in het web’ Presentatie Marten Valk, juni 2017

Een ander argument voor een richtinggevende rol voor de bouwfysicus bij ontwerpvraagstukken heeft een inhoudelijke aard. Als we de getallen van de Leesman-index mogen geloven zijn gebouwgebruikers het minst tevreden met de kwaliteit van de aspecten die gaan over de zintuigelijke comfortbeleving in gebouwen (zie visualisatie Leesman). Op waardenniveau is daar het meeste te halen om de leefkwaliteit van gebruikers in gebouwen te verbeteren.

Ook Sara Vellenga (M+P) haalde deze data aan in haar presentatie ‘De bouwfysicus als regisseur van de gezonde leefomgeving’. In haar presentatie legde ze ook de relatie met andere methodieken die gebruikelijk zijn in de wereld van omgevingspsychologie. Door samen te werken of kennis en ervaring op te doen op dit werkveld meen ik dat de bouwfysicus ook het organisatorisch perspectief beter mee kan nemen.

Hoge ontevredenheid gebouwgebruikers over bouwfysische aspecten in gebouwen Leesman-review-issue-17, 2015 Q2 Hoge ontevredenheid gebouwgebruikers over bouwfysische aspecten in gebouwen Leesman-review-issue-17, 2015 Q2

Tijd voor Smart Building Physics

Om samen tot de juiste oplossing in de vorm van betere gebouwen te komen, is een zorgvuldige vraagspecificatie een primaire vereiste. Vaak genoeg lopen we in de bouw aan tegen ongefundeerde PvE’s (Programma van Eisen), die opgesteld zijn door projectmanagers die beperkte vakinhoudelijke binding hebben met wat de eindgebruiker nodig heeft. In de initiatiefase van een project kan de bouwfysicus hier zijn vinger opsteken om de stakeholders in het ontwerpproces aan de hand te nemen. Vanuit de afgestemde vraagstelling ligt het veld vervolgens open voor het formuleren van de goede antwoorden.

Hier kunnen we de verlanglijst van Floris Alkemade en de systeemintegrerende handreikingen van Jan Willem van de Groep ter hand nemen. Zoals gesteld groeien de technologische (oplossings)mogelijkheden exponentieel. Het aantal sensoren in de gebouwde omgeving verdubbelt de komende jaren jaarlijks. Daarbij bieden Smart-Building-toepassingen zoals Concept HPEE (M+P, QwikSense) en bGrid (Deerns, Evalan) de mogelijkheid voor een structurele verbetering in de exploitatie door een betere feedbackloop en adaptieve regelingen.

Krijgt wijlen prof. Povl Ole Fanger binnenkort dan toch ongelijk met zijn minimaal percentage ontevredenen voor thermisch comfort in ruimten? Op naar echte slimme en gezonde gebouwen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels