blog

Halsstarrige driehoeken, deel 1

Techniek

Hoe kun je een onregelmatige, uit driehoeken bestaande, mesh offsettable maken? Deze vraag stond centraal in een anderhalf jaar durend onderzoek door architect Jasper de Haan, design- en computerwizzard Axel Kilian, constructeur Paul Lagendijk en hun wereldwijde netwerken. Op deze plek zal Jasper de Haan zijn verslag van dit onderzoek in delen publiceren (om de week een hoofdstuk). Deze week deel 1: Het probleem.

Halsstarrige driehoeken, deel 1

Bij toeval stuitten we op een merkwaardig probleem dat bij het werken met onregelmatige ruimtelijke structuren regelmatig de kop op steekt. Het bleek in andere vakken, zoals bijvoorbeeld de computeranimatie-industrie , een klassieker te zijn. Het gaat om wat in (Auto)Cad termen offset heet: het parallel verplaatsen van een lijn, of kromme, vlak, gekromd vlak, dubbel gekromd vlak, etc. over een bepaalde afstand.

 

Dat is in sommige gevallen met een simpele zigzaglijn al problematisch. En zo bleek, met een onregelmatige ruimtelijke structuur al helemaal. Met behulp van Axel Kilian (co-auteur van het boek Architectural Geometry, Bentley, 2007) en Paul Lagendijk (constructeur bij Aronsohn Raadgevende Ingenieurs) hebben we (Jasper de Haan | architecten) ons meer dan anderhalf jaar bezig gehouden met dit probleem aan de hand van een case-study.

De case

De case betrof de uitbreiding van een bestaand kinderdagverblijf met een buitenschoolse opvang op het dak van een bestaand gebouw in Barendrecht. Op een groot nieuw dek, dat als een tafel over het bestaande gebouw heen gezet was, hadden wij twee zelfdragende kristalachtige paviljoens gedacht die plaats boden aan twee x twintig kinderen.

 

Toen we dachten dat we de grootste ontwerpproblemen hadden opgelost en het virtuele computermodel met dikte nul geheel kloppend hadden in programmatische, stedenbouwkundige, architectonische en constructieve zin en dat we dit model enkel nog een dikte hoefden te geven in de computer om vervolgens de werktekeningen van de verschillende panelen te maken, bleek alles niet te kloppen. Met het offsetten van het virtuele model om een dikte te krijgen bleek de zo zorgvuldig vormgegeven vorm uit elkaar te vallen in in eerste instantie onbegrijpelijke onderdelen.

We hebben dat in de subsidieaanvraag ‘de Mauerwerkvorsprung van de 21e eeuw’ genoemd, vrij naar Jan Turnovsky beschouwing over het raam in de ontbijtkamer van het Wittgensteinhuis in Wenen. Dit omdat het ook hier gaat om de strijd tussen abstract architectonisch concept en de weerbarstige materie waarin we dat concept proberen te gieten. Zonder ons ook maar een ogenblik met Wittgestein op één lijn te willen zetten.

  

Het raam in de ontbijtkamer van het Wittgensteinhuis in Wenen

De term ‘Mauerwerkvorsprung’ in deze betekenis, is gemunt door Jan Turnovsky, in zijn essay, Die Poetik eines Mauerwerkvorsprungs (Friedr. Vieweg Sohn,). De kern van het betoog draait om een detail in de hoek van de ontbijtkamer van het enige huis ter wereld dat daadwerkelijk door een filosoof is ontworpen en gebouwd. Dat is natuurlijk het huis dat Ludwig Wittgenstein voor zijn zus heeft ontworpen in Wenen. In dit uiterst precieze huis is in de ontbijtkamer een gevel die stukloopt op het hoofdvolume van het huis. In deze gevel is een raam gedacht. Wittgenstein heeft voor dit raam in dit gedeelte van de gevel een uiterst simpel en eenvoudig architectonisch uitgangspunt willen toepassen. Namelijk: ‘het raam in het midden van de gevel.’

Zoals de tekeningen hieronder laten zien, kan dat niet. Tenminste het is door de dikte van het architectonische materiaal, de muur in dit geval, niet mogelijk om het raam, aan zowel de binnen als de buitenkant in het midden van de muur te plaatsen.

  

Juist de materialisering de daadwerkelijke fysieke aanwezigheid van het materiaal, de dikte ervan, maken het onmogelijk om een, ogenschijnlijk, simpel en abstract architectonisch idee, te weten: ‘raam in het midden van de muur’ in de werkelijkheid ook zo te maken. Er moet gekozen worden, of het klopt binnen of buiten, allebei kan niet. Wittgenstein zelf wilde niet kiezen en verzon een tussenoplossing. Even aandoenlijk en knullig als wellicht geniaal.

 

Waar Fischer von Erlag kiest voor buiten en Adolf Loos bijna altijd voor binnen, metselt Wittgenstein een stukje verdikte muur om het ontstane verschil in afmeting te compenseren, verhullen en op te vangen.

Het onderzoek

Onderzoek is alleen onderzoek als de uitkomst onzeker is. Dat is hier het geval. We hadden nauwelijks een idee waar we aan begonnen. Wat hierna volgt is de verslaglegging van anderhalf jaar frustratie en weer opnieuw beginnen, chaotisch en onvoorspelbaar, als de messy and inconsistent werkelijkheid waar Stan Allen het over heeft (Practice, Stan Allen, Routlegde, 2009), waarbinnen ons vak zich moet zien te handhaven. Het is ook een poging tot een kleine bijdrage aan de overarching theoretical construct, dat volgens Allen nodig is om de messy praktijk te lijf te kunnen gaan. Meer en meer blijkt dat zo’n construct beter gezocht kan worden in de object- en ervaringsgerichte kritiek dan vanuit een theoretisch discours dat enkel gedomineerd word door culturele en politieke kritiek.

 

Deze blog maakt deel uit van een serie.
De links naar de andere delen zijn te vinden in de rechterkolom.
Het onderzoek waarop de blogs zijn gebaseerd, is mede mogelijk gemaakt door het SfA.

 

 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels