artikel

Stadsarchief van Delft door Office Winhov en Gottlieb Paludan Architects

Techniek Premium

Het Stadsarchief van Delft was gevestigd in een historisch pand aan de Oude Delft, waar niet meer aan klimatologische en veiligheidseisen kon worden voldaan. Het nieuwe onderkomen is sinds vorig jaar gehuisvest op een plek aan de rand van Delft, waar de baksteengevel refereert aan het werk van Jan Schoonhoven. Aan de achtergevel lijkt zelfs ruimte te zijn voor uitbreiding. Zien we op basis van de gevelindeling vijf verdiepingen, of twee?

Tekst Koen Mulder
Beeld: Stefan Müller en Koen Mulder

Het nieuwe stadsarchief beschouw ik als het mooiste gebouw van Delft sinds het stadhuis van Hendrick de Keyser, maar het staat tevens het op de slechtst denkbare plek. Het Collectief Geheugen was tot voor kort gevestigd in Het Wapen van Savoyen, een schitterend grachtenpand aan de Oude Delft, tussen Gemeenlandshuis, Prinsenhof en Oude Kerk. Het is niet mis wat in het Stadsarchief is te vinden. Zo bezit het onder meer de geboorteakten van Antoni van Leeuwenhoek en Johannes Vermeer, opgeschreven op dezelfde pagina van eind oktober 1632. Maar aan de gracht zal het wel te klein, te warm, te koud, te vochtig en te brandgevaarlijk geweest zijn en, zo liet het Algemeen Dagblad optekenen, zo’n mooi pand leverde in het bijna failliete Delft een ‘marktconforme verkoopopbrengst’ op. Dus heeft Delft nu een regioarchief… in de ‘regio’.

Het archief is een goed geconditioneerde doos, hoog en droog gelegen boven NAP. Het is uitgerust met een bezoekersruimte, verschillende spreekkamers en een kantoortuin daaronder. Het trappenhuis is stoer te noemen en de geluidsabsorberende fineerhouten lambrisering kent een mooi scherp reliëf. Het type vloerbekleding geeft aan waar de archiefstukken zich vrij mogen bewegen. Maar het ziet er niet naar uit alsof het veel mocht kosten. In deze bespreking wil ik me dan ook vooral richten op de detaillering van de gevel. Die ga ik voor u tekenen, omdat – anders dan met taal – zich in de aandienende alternatieven de kunst en de kunde van de architect tonen.

Stadsarchief Winhov Delft. Beeld Koen Mulder

Ochtendzon in maart. Beeld Koen Mulder

Baksteenjurk

Dit gebouw draagt een jurk en niet zo maar een. Het is een ‘brick dress’, om met het boek van Jan Peter Wingender te spreken¹, of een plissérok. Ook al lijkt hij op een boekenkast, hij ademt vooral als een reliëf van Jan Schoonhoven. Licht en oppervlak: veel Delftser kan het niet. Stiekem zijn Schoonhovens reliëfs herinneringen. Ze werden vaak ingegeven door wat de kunstenaar aantrof op het buitenoppervlak van de stad: een rooster, een afgebroken paaltje, de schoepen uit de toren van de Oude Kerk. Deze zijn in krantenpapier, lijm en latexverf vastgelegd op de binnenmuren van de rijken en de musea. Alles is er nog, behalve Jan. Betekenis is geduldig en kan best achteraf ontstaan of worden toegekend. Deze gevel is een ding dat niets bedoelt, maar is… en waar het licht op valt. Bij bewolkt weer werkt de warme bruine baksteen zacht als een sluier, totdat de zon doorbreekt en hij plotseling en plaatselijk begint te stralen en te verharden. Zoals Schoonhoven zei: “Niet te diep, want het licht moet er ook weer uit kunnen.”

Een manier om het van oorsprong architectonische begrip tektoniek te hanteren is te kijken hoe de gevel uitdrukking geeft aan het dragen: een tektoniek van de krachtsafdracht. Een andere manier is om te kijken naar de techniek van het construeren. Gottfried Semper maakt in Die vier Elemente der Baukunst uit 1851 een onderscheid tussen de haard (metaalbewerking & keramiek), het dak (timmerwerk), de omhulling (textiel) en de terp (steenhouwen, stereotomie). Aan de hand hiervan wijst Udo Garritzmann op de tektoniek van het kleden², waarbij het omhullingsmateriaal baksteen bij de textiele kunsten als breien, weven en vlechten wordt ingedeeld. De tektoniek als expressie van de krachtswerking is door de moderne spouwmuur problematisch geworden, maar een tektoniek die zich beperkt tot de leesbaarheid van de vervaardiging van het kleed, is misschien niet onmogelijk.

ritssluitingsdetail Stadarchief Delft

In het gebouw van de faculteit Bouwkunde in Delft uit 1917 is sprake van een zichtbare bakstenen draagconstructie, met een spouw en een binnenblad als wandtapijt. Het steenverband laat aan de buitenzijde zien of de baksteen draagt of opvult. De voorbijganger kan zichzelf wijsmaken dat hij of zij de opbouw aan het oppervlak kan aflezen. Bij veel moderne gebouwen die hun goed geïsoleerde constructie als warmtebuffer gebruiken, is elke expressie van het binnenwerk in de buitenschil artificieel geworden. De verbinding tussen binnen en buiten is slechts bedacht, of preciezer gezegd, tot onzichtbare metalen koudebrug verworden. Hoe dun kan het behang zijn? Dat werd me pas goed duidelijk toen een student de binnenzijde van zijn muren voorzag van een gelijke steenstrip: wie liegt, moet consequent zijn.

Toch blijven ontwerpers het ambacht van de baksteengevel omarmen: het zijn de orde die de steen zelf oplegt en de weerstand van het materiaal die moet worden overwonnen, die de architect de vrijheid geven om buiten zichzelf te treden. Jan Schoonhoven zei: “Je moet streven naar een mini­mum, maar anoniem gaat dat nooit.” Wie zichzelf wegcijfert in orde en perfectie, vindt het materiaal op zijn weg. Maar het is juist de kleine imperfectie van de lijn, een beetje kronkelig, misschien wel zinderend, waardoor het oog geboeid blijft. Weerbarstig materiaal helpt daar graag een handje bij.

Bakstenen overgooier

De jurk hangt, als een bakstenen overgooier. Wie het gebouw ziet, denkt wellicht dat er vijf bakstenen verdiepingen zijn, maar in werkelijkheid zijn het er slechts twee. Het patroon van verschoven, lichte vooruitstekende en door schaduw wat meer donkere, naar binnenliggende vlakken doet de rechte betonlijnen zinderen. Ook de bovenste, hogere strook verstoort het perspectief. Draagt die strakke betonnen onderbouw het archief? Omdat de architect geen cementwater over het onderste glas en alumi­nium wilde laten etsen, is eerst de jurk gemaakt. Het baksteenreliëf en de betonnen lijnen staan op de onderste betonrand, die met behulp van een staalconstructie rondom het gebouw hangt. Ze vormt een nieuw peil waar de jurk begint. Zo houdt het gebouw zijn jurk omhoog, in een poging deze te vrijwaren van stof, modder en graffiti. Of voor als het water komt. Die kaplaarzen, dat beton, dat schilderen ze straks maar weer opnieuw. Mooi is te zien dat de constructie van de ophangjurk pas tussen bouwaanvraag en uitvoeringstekening tot stand is gekomen. Toen die akelige steenstrip uit het detail verdween, zal de opluchting van de architecten groot zijn geweest.

hoekdetail-Stadsarchief Delft

Als de hoek in halfsteensverband wordt doorgemetseld, levert dit in de binnenhoek een zigzag van stootvoegen op. Een ambachtelijke wiebellijn voor de liefhebber

 

Het weefsel van de gevel is gemetseld in een dun, uitwaaierend halfsteensverband. De lichtbruine baksteen, gemaakt door Deppe, tien kilometer over de grens bij Ootmarsum, ligt lekker in de hand. Het is een bijzonder formaat, groter dan het Waal en kleiner dan het Dünn Format. Een kloeke steen met een voor Nederland ongebruikelijke frog.³ Office Winhov snapt als geen ander dat je als kleermaker zelf een stof uitzoekt en alles in het werk stelt om te voorkomen dat de aannemer dat gaat doen. Snel vastleggen is het devies, voordat iemand de steen reduceert tot een kleurcode of een aankoopbedrag. De bijzondere maat van de steen is de verhouding tussen deel en geheel. De schaduw in de nissen verhoudt zich tot de schaduw in de voegen. Strijklicht doet voor- en achtergrond van plaats wisselen.

Stadsarchief Delft Office Winhof magazine juni 2018

Een dilatatie oogt dan als een harde snede, afhankelijk of deze in het licht of in de schaduw gelegen is. Het lijkt logischer om op één laag ter plaatse van de dilatatie een strek in twee koppen te zagen, maar dat doet Office Winhov structureel niet. Er wordt vaak een enkele kop ingevoegd, waardoor de meanderende steenstrook verspringt

Omdat het archief stilstaat en zijn jurk in de zomer en de winter vrij beweegt, zijn bouwconstructieve dilataties nodig. De architect koos ervoor om per betonband de baksteen los te knippen. Het zijn dus geen doorgaande boekenplanken, maar losse stapels stenen en beton, die met verticaal verschuifbare spouwankers in het vlak worden gehouden. En die naden vallen wel op. Moet je ze laten zien? Het halfsteens metselwerk vertoont in de binnenhoek een wiebelend zigzagstootvoegenpatroon. Je kunt dat het probleem van de ‘Mauerwerkvorsprung’4 noemen. En dat beweeglijke past bij een jurk. Maar de dilatatie voelt ook als de middenposter in een mannentijdschrift, met het nietje door de navel. Had dat anders gekund? De afbeelding van de dilatatiestudie laat zien dat alternatieven al gauw gekunsteld zijn.

Stadsarchief delft_dilatatie-achterzijde-beganegrond-kopie-2

Bij de Kollhoff-dilatatie (zie OASE 47, afbeelding p. 59) wordt deze snijlijn in het minder zichtbare zijvlak gelegd – de betonnen geveldrager moet deze vorm volgen

De achtergevel verraadt nog steeds een mooi pakhuis, maar het voelt alsof Schoonhoven hier is wegbezuinigd. Er is wel een intrigerend detail: een rare ritssluiting van drieklezoren. Het is bijna alsof het gebouw zegt: “Kom, breid mij uit.” Is dat de reden voor de plek aan de rand van de stad? Plotseling zie ik het Algemeen Archief van de Burgerlijke Stand uit José Saramago’s beroemde roman Alle namen uit 1997 voor me.5 Daarin mag het bevoegde personeel de duisternis alleen betreden als het verbonden is met de draad van Ariadne. De kaarten van de jongste doden worden steeds achteraan gezet, zodat ze nooit hoeven te worden opgeruimd. Alleen moet de achtergevel zo nu en dan een stuk worden opgeschoven.

Noten

1. Jan Peter Wingender (red.), Brick, an exacting material, Amsterdam 2016.

2. ‘The tectonics of dressing’ staat voor het bekleden, het aankle­den of het verkleden (het Engelse ‘to dress’ is minder uitgesproken). Zie: Udo Garritzmann, ‘Tectonics of Cladding’, in: Jan Peter Wingender (red.), Brick, an exacting material, p. 113-132.

3. Een frog is een kuil in de zool van de teen, die klei bespaart en hem beter te hanteren maakt. Het woord is een prachtig voor­beeld van terugvertaling: het houten blokje onder in de Engelse vormbak kickt een deuk in de steen en wordt derhalve kicker genoemd. Dat namen Hollanders over als kikker, waarna de Engelsen het terug ver­taalden als frog. De frog is dus de contravorm van de kicker. Omdat de gemetselde steen bij het drogen van de mortel hoofdzakelijk hecht in een dunne kring rondom (vergelijk het natte zand rond je voetstap in het zand), is dit geen onlogische uitvinding.

4. De woorden zijn van Jan Peter Wingender. Jan Turnovsky heeft het in Die Poetik des Mauerwerkvorsprung (Braunsweig 1987) over de architectonische wig tussen die vroege en de late Wittgenstein.

5. José Saramago, Alle namen, Amsterdam 2000 (1997).

 

Stadsarchief Delft in Den Hoorn door Office Winhov en Gottlieb Paludan Architects

Opdrachtgever gemeente Delft, Delft
Ontwerp Office Winhov (Amsterdam) en Gottlieb Paludan Architects (Kopenhagen)
Projectarchitecten Jan Peter Wingender, Uri Gilad, Jesper Gottlieb (GPA), Joost Hovenier, Freddy Koelemeijer, Pascal Köllmann, Jan Loerakker (GPA), Mathijs Boersma, Thomas Bonde Hansen (GPA)
Adviseur constructie Strackee Bouwadviesbureau, Amsterdam
Adviseur installaties Spark I.D.
Aannemer Bouwgroep Hegeman
Beeldend kunstenaar Amie Dicke, Amsterdam
Bruto vloeroppervlakte 2.160 m2
Programma archiefbewaarplaatsen, publieke studiezaal, kantoren en werkruimten
Datum voorlopig ontwerp 2013
Datum definitief ontwerp 2015
Aanvang bouw 2015
Oplevering 2017
Bouwsom inclusief installaties € 2.750.000

Toeleveranciers
Beton De Jong’s Betonbedrijf, Maarssen
Baksteenleverancier Steenhandel Gelsing, Elst
Aluminium kozijnen Schüco, Bielefeld
Metselwerk Deppe Backstein-Keramik, Uelsen-Lemke
Archiefkasten Bruynzeel storage systems, Panningen


 

Meer over Office Winhov

Architectuur

Foto's

Reageer op dit artikel