artikel

De compacte stad is duurzaam

Techniek

Misschien is het moeilijk te geloven, maar we weten ondertussen dat de stad de meest duurzame vestigingsvorm is. Het ruimtebeslag is minimaal, voorzieningen worden optimaal gedeeld, de energie wordt efficiënt gedistribueerd en benut, de verplaatsingsbehoefte is zeer beperkt, stedelijke economie heeft een grote zelfstandigheid en kracht.

De compacte stad is duurzaam
Villa Mokum, Amsterdam. Foto: Kampman Architecten

Niet zo gek dus dat het ‘optimaliseren’ van urbanisatie en de stedelijke omgeving op dit moment een groot onderwerp is. We zoeken op allerlei manieren naar wegen om de ruimte en de mogelijkheden van de stad zo goed mogelijk te benutten.  Dat vraagt om flexibiliteit. Wat bedacht is als dak, dient ook energie of landbouw te kunnen faciliteren. Groene buitenruimte kan ook in de hoogte worden aangelegd in gestapeld groen. De scheiding tussen openbare ruimte, collectieve voorziening en individuele woon- en werkruimte zal vervagen doordat ruimtes en gebouwen een intensiever meervoudig ruimtegebruik zullen gaan kennen dan nu. Niet alleen de gebouwen maar de hele stad wordt zo flexibel. Ontwikkelingen als deze stellen andere eisen aan gebouwen. Aan hun concept, hun plaatsing, hun technische en conceptuele verwevenheid met de omgeving. Het gebouw moet antwoord geven aan veranderende behoeften en moet niet worden afgebroken, maar worden herbestemd. En dus denken we in de hoogte, aan flexibiliteit van indeling en gebruik, enzovoort.

Bouwen voor de maatschappij van nu

Binnenstedelijk bouwen vraagt om een efficiënte benadering. Tijdens de bouw blijft de wijk immers gewoon open, om het zo maar uit te drukken: bewoners van een wijk die wordt vernieuwd, wensen daar zo snel mogelijk in terug te keren, de overlast van de bouw zelf dient te worden beperkt en de kosten moeten laag blijven. Dat alles vraagt om een goed ingerichte en snelle bouwstroom van sloop tot en met oplevering, om seriematig bouwen met zoveel mogelijk prefab-elementen en om begripvolle omgang met de omgeving.

Blauwe Weide, Arnhem
In de Blauwe Weide, een naoorlogse wijk in Presikhaaf, Arnhem, is een zo efficiënt en aangenaam mogelijk bouwtraject bereikt door een LEAN benadering bij alle betrokken partijen, van architect tot constructeur. Zij werden uitgenodigd een bod te doen dat zo efficiënt mogelijk zou zijn en daartoe met oplossingen te komen. Door gebruik te maken van een prefab-benadering, waarbij woonelementen ter plekke snel werden gemonteerd op basis van een goed voorbereide draagstructuur, werd de bouwtijd verkort en de overlast beperkt.

Bouwen voor de maatschappij van morgen

Een aantal maatschappelijke ontwikkelingen dwingt ons opnieuw na te denken over onze stedelijke omgeving. Zowel de economie als gebouwen kennen levensfasen. Maar waar de economie een conjuncturele fasering kent, heeft het gebouw te vaak nog een eindige cyclus, die van tevoren, in concept en techniek van het gebouw wordt bepaald. Alles is flexibel – behalve het gebouw. Ook de maatschappij als zodanig kent levensfasen. In de huidige fase beseffen we het belang van circulair redeneren. We hebben geleerd dat het niet langer vol te houden is met eindige processen te werken, zaken op te souperen en weg te gooien. Dat herbestemming van het gebouw als geheel een beter idee is dan het gebouw in onderdelen of zelfs in grondstoffen uiteen te halen en die opnieuw te gebruiken. Het meest duurzame gebouw is een gebouw dat lang meegaat. Tijd dus om ook het gebouw circulair te maken; of minimaal zo flexibel dat het langer meekan dan het verdienmodel van nu toelaat.

Beton is een van de meest innovatieve materialen in de bouw. Het materiaal gaat lang mee, heeft een enorm toepassingsgebied, kan een hoge mate van industrialisatie borgen en op die manier efficiency en snelheid bevorderen.

Blauwe Weide. Foto Kampman Architecten

Foto: Kampman Architecten

Villa Mokum, Amsterdam
Luxe studio’s in Amsterdam Amstelkwartier Villa Mokum is een appartementencomplex van vier bouwblokken van zeven verdiepingen en 348 studio’s. De woningen zijn via een centrale entree bereikbaar. De begane grond is bestemd voor commerciële functies. De studio’s zijn zelfstandige woningen, maar op diverse plaatsen in en om het gebouw zijn gemeenschappelijke ruimtes aanwezig, zoals in loggia’s, op dakterrassen en in de gezamenlijke binnentuin. Er is veel aandacht besteed aan afwerking en veiligheid, zodat een luxe omgeving is ontstaan, bedoeld om koopkrachtige inwoners voor de stad te behouden. Zo zijn alle studio’s standaard voorzien van vloerverwarming, videofooninstallatie en een glasvezelaansluiting voor telefoon en data en is in de kelder een afsluitbare fietsenberging aanwezig, wordt het complex voorzien van toezichtcamera’s en is er een huismeester. Een dergelijk gebouw vraagt om goed indeelbare ruimtes, zodat varianten in de studio’s ontstaan die voor veel verschillende kopers interessant zijn, de gemeenschappelijke ruimtes goed verdeeld kunnen worden over het gebouw en een ruime maatvoering hebben. Dat stelt eisen aan de draagstructuur van het gebouw, die zo weinig mogelijk dragende muren moet bevatten. Dat is hier bereikt door steeds twee appartementen onder te brengen in één constructieve overspanning, waardoor later eventueel de ruimten tot één kunnen worden samengevoegd

Villa Mokum. Ossip

Foto: Kampman Architecten

Lees meer over Stedelijke vernieuwing

Reageer op dit artikel