Platform voor vakkennis en inspiratie
03-01-2012| 5

Interview Abel Blom: herbouw Speelhuis is haalbaar

De bewoners van Helmond eisen dat het Speelhuis wordt herbouwd. Volgens Abel Blom, de zoon van Piet Blom en sinds 2004 zelfstandig werkzaam in de architectuur, lijkt dat geen probleem. Los van de tekeningen is er genoeg know how bewaard om dat voor elkaar te krijgen. In een telefonisch interview vertelt Abel Blom hoe hij als 10-jarige betrokken werd bij het project en over zijn visie op een eventuele herbouw.

Van onze verslaggever Sander Woertman

"Afgelopen vrijdag ben ik direct gaan kijken bij het Speelhuis. Naar aanleiding van de beelden op het nieuws, verwachtte ik dat het gebouw tot de grond toe zou zijn afgebrand. Dat viel mij uiteindelijk enorm mee. De brandcompartimentering heeft zijn werk voorbeeldig gedaan. De brand heeft de grote zaal en het toneel verwoest. Maar de brand heeft vooral in verticale richting gewoed en sloeg door de ramen in de nok naar buiten. In het horizontale vlak heeft de brand zich nauwelijks kunnen uitbreiden. De omliggende kleinere kubussen, waar zich onder andere de foyer bevindt, zijn daardoor minder aangetast dan ik verwachtte.”

Haalbaarheidsstudie

“Zodra het gebouw vrijgegeven wordt, ga ik polshoogte nemen met aannemer Adriaans en constructeur Beltman, beide betrokken bij de bouw van het Speelhuis in de jaren zeventig. Het idee is, dat we een inventarisatie gaan doen naar de herbouwmogelijkheden.“

Spelen op de bouwplaats

“Mijn vader kreeg in 1972 de opdracht van de gemeente Helmond om een cultuurcentrum te ontwerpen. Hij bedacht daarop zelf het idee van een woud van 182 paalwoningen, waar het cultuurcentrum deel van moest uitmaken. Uiteindelijk zijn er achttien paalwoningen gerealiseerd, die nauw verweven zijn met het speelhuis. Het was een belangrijk project voor mijn vader, waar hij hard voor heeft moeten strijden. De bouw heb ik als klein jongetje van dichtbij meegemaakt. Ik herinner me goed hoe ik door mijn vader van straat werd geplukt om tekeningen te maken en in te kleuren. In de biografie die ik over mijn vader schreef, noemde ik het schertsend kinderarbeid, maar ik deed het graag. Ik ging vaak mee naar bouwvergaderingen. Ik speelde dan op de bouwplaats. Ik heb daar heel wat tijd doorgebracht.”

Paalwoningen en Speelhuis onlosmakelijk met elkaar verbonden

“Het idee achter het project in Helmond was, om hoge cultuur naadloos te laten opgaan in een woonomgeving. Aan de reacties in de media te zien, en de petitie die inwoners van Helmond zijn begonnen voor herbouw van het Speelhuis, is dat ideaal gerealiseerd. Daarom zijn de woningen niet los van het Speelhuis te zien. Samen vertegenwoordigen ze de maatschappelijke ontwerpvisie van mijn vader. Nieuwbouw zou deze visie teniet doen en zou mijns inziens dan ook niet passen in deze context. De achttien paalwoningen zouden dan een compleet geïsoleerd rudiment zijn.”

Ontwerpvisie

“Ik heb zelf als architect reeds de nodige ervaring opgedaan bij diverse gerenommeerde architectenbureaus, waaronder dat van Aldo van Eyck, maar de wijze waarop mijn vader omging met zijn gebouwen en zijn visie wist te verwezenlijken, heeft het meeste indruk op mij gemaakt. Bij de kubuswoningen bijvoorbeeld, is door critici en andere media altijd veel nadruk gelegd op de uitzonderlijke vorm, terwijl dat voor mijn vader een bijkomstigheid was. Het gemeenschapsideaal – het meervoudig grondgebruik en de verwevenheid van wonen en diverse functies - dat hij hier wilde realiseren, was belangrijker.”

Nieuwbouw versus herbouw

“Ik hoop van harte dat de gemeente de verleiding zal kunnen weerstaan om het Speelhuis te slopen en er een iconische nieuwbouw voor in de plaats te zetten. De afgelopen jaren heeft de gemeente Helmond het centrumgebied flink aangepakt. Veel nieuwbouwplannen zijn door de crisis echter uitgesteld en ook het centrumplan is bescheidener geworden. Het is dus afwachten wat de gemeente zal beslissen. Naast de emotionele overwegingen van de inwoners van Helmond, is er ook nog het kostenplaatje: herbouw of restauratie zal aanzienlijk goedkoper zijn dan nieuwbouw. Als er wordt besloten om voor herbouw te gaan, dan zou het voor de hand liggen als ik daarvoor de plannen maak, in samenwerking met de oorspronkelijke bouwpartners.”

In de Architect nr 8 uit 1977 wordt het Speelhuis uitgebreid besproken. Een ingescande versie van dit artikel vindt u hier.

Reacties

  • Jaap Hengeveld | 08/01/2012, 11:55
  • De monografie over het werk van Piet Blom, van de auteur Jaap Hengeveld, m.m.v. onder meer Francis Strauven, met daarin een uitgebreid verslag over de bouw van het Speelhuis is nog verkrijgbaar in de Engelse versie (www.piet-blom.nl). Het artikel - plus een verantwoording van het ontwerp geschreven door Piet Blom- is te lezen op de site van de auteur: www.hengeveld.nl.
  • Hetty Berens | 06/01/2012, 09:35
  • Het archief van Piet Blom en andere architecten in het Nederlands Architectuurinstituut

    Het NAi publiceerde deze week zowel op zijn website als in de app UAR tekeningen van Piet Bloms Speelhuis/Kubuswoningen in Helmond. De originele tekeningen van dit project kunnen bovendien, net als de overige 18 km NAi archief, in de studiezaal van het NAi worden bekeken. Het archief van Piet Blom werd eind jaren ’90 door hem zelf aan het NAi geschonken en als zodanig volledig bewaard. Van 'Helmond' zijn er tekeningen van de d.o.-fase tot en met de werktekeningen. De selectie werd in dit geval door de architect zelf gemaakt. Na zijn overlijden heeft zoon Abel Blom nog enkele keren plukjes archiefmateriaal aan het NAi geschonken.

    Het NAi richt zich op archieven van architecten, opleidingen en instituten die een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan de Nederlandse architectonische en stedenbouwkundige ontwerpcultuur. De archieven in het NAi zijn complementair aan de archieven met betrekking tot de gebouwde omgeving die andere archiefbewaarders beheren. Bijvoorbeeld de gemeente- en stadsarchieven, de archieven van woningbouwcorporaties, de archieven van aannemers en ontwikkelaars, van ministeries, maatschappelijke organisaties, etc.

    Het NAi is het enige (architectuur) instituut ter wereld dat in beginsel tot doel heeft complete archieven te bewaren. Centraal in het beleid staat het vastleggen van het ontwerpproces. Op dit moment wordt in het NAi de laatste hand gelegd aan een acquisitiebeleid voor de tweede helft van de 20ste eeuw. Nu al staat vast dat voor die periode niet alleen architectenarchieven zullen worden verzameld maar ook nieuwe actoren in het ontwerpproces, zodat archieven een weerslag blijven vormen van veranderingen en verschuivingen in de architectonische- en stedenbouwkundige ontwerpcultuur. Het doel van het bewaren van al deze archieven is onderzoek, restauratie en renovatie, gebruik voor tentoonstellingen en publicaties etc.

    Tot op heden was acquisitie van architectuurarchieven door het NAi een passief proces. In de praktijk betekent dit dat een architect het NAi benadert waarna, binnen de context van het acquisitiebeleid van het NAi, met de architect wordt gesproken over de inhoud van het archief. In dit gesprek komt de vraag aan de orde welk materiaal bewaard moet worden om dat ontwerpproces inzichtelijk te maken. Dit heeft belangrijke consequenties voor het samenstellen van het archief. Dat wil zeggen: ontwerptekeningen (van schets tot en met werktekeningen, maquettes), maar ook correspondentie en financiële stukken. De belangrijkste vraag die bij het aanbieden van een archief natuurlijk moet worden beantwoord is: hoe belangrijk is de aanbieder eigenlijk? Waarom moet dit cultureel erfgoed worden? Is dit zo bijzonder dat dit in een museaal depot, met speciale zorg, moet worden bewaard?

    Pas nadat die vraag is beantwoord, wordt de inhoud van het archief bepaald. Al het archiefmateriaal dat vóór de tweede wereldoorlog is ontworpen werd compleet bewaard. Na 1945 is de bouwproductie dusdanig gestegen dat er geselecteerd moest gaan worden, zowel in de architectennamen als in de archieven zelf. Jelles is daar een voorbeeld van. Ook stelt het NAi zich de vraag: welke archieven heb je nodig om de belangrijkste ontwikkelingen uit een bepaalde periode te kunnen begrijpen? Wat er uiteindelijk in een archief zit is van tal van factoren afhankelijk, zoals de rol van de architect in het ontwerpproces, maar ook van hele praktische zaken als de conditie en de omvang van het archief.

    Sinds twee jaar is het NAi druk doende met het systematisch digitaliseren van haar collectie, te beginnen met een top-50 van architecten die onmiskenbaar een belangrijke rol in de Nederlandse architectuur- en stedenbouwgeschiedenis hebben gespeeld. Professionals maken voor het digitaliseren een selectie van de belangrijkste tekeningen daaruit. Ook het archief van Piet Blom is gedigitaliseerd en zal samen met vele andere archieven de komende jaren worden beschreven en op de website van het NAi worden geplaatst. Dit is een kostbaar en tijdrovend project. Daarnaast werkt het NAi internationaal samen met andere (archief)instellingen om standaarden te ontwikkelen om hedendaagse, (born digital) archieven te bewaren en te ontsluiten. De komende jaren zal het NAi zich ook toeleggen op het consulteren, monitoren en adviseren van architectenbureaus met betrekking tot hun archiefvorming.
    Het NAi streeft ernaar om nieuw verworven archieven direct te ontsluiten en selectief te digitaliseren. Ook Stichting BONAS maakt oeuvre-overzichten en publicaties. Goede voorbeelden van recent verworven, en direct ontsloten en selectief gedigitaliseerde archieven zijn die van Jos Bedaux, Onno Greiner, Abel Cahen en Carel Weber.

    Ik verwacht dat de komende jaren, als de opgave verandert van nieuwbouw naar het herontwikkelen van bestaande panden, architecten in toenemende mate gebruik zullen maken van deze oorspronkelijke ontwerptekeningen. Maar met behulp van bijvoorbeeld Bloms archief kun je meer dan alleen het ontwerpproces van zijn gebouwen reconstrueren. Bloms ontwerphouding en gebouwen zijn ook een inspiratie voor de actuele opgave. Niet voor niets zijn zowel zijn ‘Wonen Als Stedelijk Dak’ als ‘De Kasbah’ opgenomen onder het thema 'samen’ in de nieuwe 'schatkamer'-tentoonstelling van het NAi.
    Tot slot, Bloms archief bevat uniek materiaal dat in geen enkel ander archief zit. De, typische jaren zeventig collages bijvoorbeeld, die een prachtig beeld van die tijd geven, en enorme vellen papier waarop hij in staccato alle ingrediënten van het programma van eisen schreef.


    Hetty Berens, conservator Collectie NAi
  • Henk Hoogeveen | 04/01/2012, 10:55
  • Beste Keess en Sander,

    Interessant stuk om te lezen. Ik ben voor mijn studie op het moment bezig met het schrijven van een artikel over de omgang met 'multifunctionele' culturele centra uit de jaren '60 en '70 in het kader van het onderzoeksproject 'Interieur en (publiek) geheugen bij herbestemming en transformaties'. Vaak werden de gebouwen bejubeld na de bouw en zijn inmiddels verloederd en dreigt sloop en nieuwbouw. Dit terwijl ze in het publieke geheugen van veel inwoners van groot belang zijn, o.a. een stuk identiteit, binding en herrinnering. Mijn stuk gaat met name over De Meerpaal in Dronten van architect Frank van Klingeren en de transformatie door Atelier PRO.

    Daarnaast: in deze tijd moet voor zulke archieven toch ook iets digitaals mogelijk zijn om het te behouden/bewaren? Een grote database.. Kost natuurlijk ook wat om alles in te scannen etc.

    Hartelijke groet,
    Henk Hoogeveen
    Masterstudent Architectuurgeschiedenis
  • Sander Woertman | 04/01/2012, 09:43
  • Beste Kees,
    Ik ben het roerend met je eens wat betreft het archiveren. Ruimtegebrek is een lastige kwestie zodra het erop aankomt kennis van de gebouwde omgeving voor toekomstige generaties te bewaren. Daarnaast vind ik dat archieven optimaal ontsloten dienen te worden. Digitalisering kan voor bovenstaande kwesties een oplossing zijn. Ik heb er echter geen zicht op in hoeverre het volledig digitaliseren van papieren architectenarchieven een kostbare kwestie is, dat zou interessant zijn om te achterhalen.

    Voor belangrijke herbouw zijn volgens mij altijd oorspronkelijke tekeningen nodig, of de expertise van mensen die nog hebben meegewerkt aan het ontwerp en de bouw van het object in kwestie. In het geval van het Speelhuis is dat laatste gelukkig het geval. Maar op dergelijke meevallers kunnen we niet vertrouwen.
  • kees van der hoeven | 03/01/2012, 19:00
  • beste sander,
    mooi artikel en mooi interview met zoon abel (lijkt trouwens ook fysiek op zijn vader).

    graag introduceer ik hier een nieuw thema, namelijk het archiveren van architectonisch werk.
    tijdens mijn voorzitterschap van de bna werd ik benaderd door architect jelle jelles die mij vroeg of de bna wellicht bereid was een deel van zijn archief ergens te stallen... namelijk dat deel dat het nai toen niet wilde hebben: de bouwtekeningen, de constructietekeningen en de installatietekeningen.
    en hij had alles zeer secuur uitgezocht: voor elk gebouw had hij nagezocht welke technische tekeningen er precies bij alle bouw- en woningtoezicht-archieven aanwezig waren. die tekeningen heeft hij uit zijn eigen archief verwijderd... ook de archieven van zijn mede-ontwerpers, constrcuteurs e.d. heeft hij uitgeplozen.

    maar dan hield hij nog een groot aantal dozen met tekeningen over waar niemand belangstelling voor had, maar die zoals hij zei: 'voor jonge architecten die straks mijn gebouwen gaan verbouwen, van onschatbare waarde zijn.'

    kortom: mijn stelling is, met jelles dus, dat er geen soepele herbouw of verbouw van belangrijke architectonische monumenten kan plaatsvinden als niet alle daarvoor belangrijke informatie ergens (en wat mij betreft bij het nai of monumentenzorg) wordt bewaard.

    ik ben zeer benieuwd wat jullie lezers en de vakgenoten vinden van deze stelling of hoe zij denken dat belangrijke herbouw op andere wijze professioneel georganiseerd kan worden.
    met gewaardeerde groet, /kees van der hoeven.

Reageer op dit artikel