nieuws

Bevrijdingsmuseum wil moderniseren en uitbreiden

Interieur

Het Bevrijdingsmuseum in Groesbreek is dringend aan vernieuwing toe. Modernisering en uitbreiding zijn noodzakelijk, zegt directeur Wiel Lenders. Het huidige onderkomen van het Bevrijdingsmuseum, in 1987 opgetrokken uit de voormalige gebouwen van Neeltje Jans van de Deltawerken, is technisch gezien “helemaal op”.

Bevrijdingsmuseum wil moderniseren en uitbreiden

Het museum heeft nu nog een oppervlakte van 2250 vierkante meter, maar heeft in de nieuwe opzet zo’n 3000 vierkante meter nodig. Lenders wil “innovatie en moderne presentatietechnieken combineren met authenticiteit in historische objecten en verhalen”. Het museum moet een sterk internationale focus krijgen. “We liggen 2 kilometer van de grens, daarom zal Duitsland een belangrijke plek krijgen.”

Zelfverdienmodel

Lenders bezoekt momenteel soortgelijke musea in Duitsland en Frankrijk, om ideeën op te doen. De kosten voor het realiseren van een vernieuwd museum (sloop, nieuwbouw en herinrichting) bedragen volgens Lenders circa 6,5 miljoen euro. De gemeente Berg en Dal, waar Groesbeek onder valt, heeft een subsidie van 600.000 euro toegezegd, maar dan wel onder voorbehoud van co-financiering door derde partijen. Lenders is druk bezig met het aanschrijven en benaderen van deze partijen. Zo hoopt hij op een bijdrage van de provincie Gelderland van 3,5 miljoen euro. “Het gaat nadrukkelijk om een eenmalige investeringssubsidie, om de nieuwbouw en uitbreiding te kunnen bekostigen. We zijn in principe een niet-gesubsidieerde instelling met een zelfverdienmodel.” Het Bevrijdingsmuseum, dat momenteel zo’n 46.000 bezoekers per jaar trekt, verwacht na de vernieuwing een flinke stijging van het bezoekersaantal: 80.000 in het jaar van de opening, daarna 70.000 per jaar.

Historisch educatief museum

De geschiedenis van het Bevrijdingsmuseum begint in 1982, toen de Stichting Bevrijdingsmuseum 1944 in het leven werd geroepen. De stichting had als doel een historisch museum op te richten dat het verhaal zou vertellen van de bevrijding van het Rijk van Nijmegen in 1944. Niet lang daarna, op 17 september 1984 – veertig jaar na het begin van de luchtlandingen – werd een voorlopig museum geopend in het toenmalige provinciegebouw in Nijmegen. In mei 1987 kreeg het museum een definitieve plaats in Groesbeek. Het Bevrijdingsmuseum is anno 2016 “een historisch educatief museum dat het grensoverschrijdende vrijheidsverhaal vertelt van WOII, de voorgeschiedenis, de na-oorlogse ontwikkelingen en de relatie met de actualiteit”.

Blikvanger

Een van de blikvangers van het museum is de zogenaamde Erekoepel, een monument in de vorm van een verstilde parachute. Hierin bevindt zich de Roll of Honour, met de namen van de vanaf D-Day gesneuvelde geallieerden in Noordwest Europa en de geallieerde vliegtuigbemanningen die vanaf september 1939 boven Nederlands territorium omgekomen zijn. Deze Erekoepel, gemaakt van kunststof, heeft een semi-permanent karakter: deze moet worden vervangen door een koepel van staal en steen.

Zes jaar geleden heeft het museum de plannen voor nieuwbouw overigens ‘bevroren’: toen was er nog sprake van de komst van een Vrijheidsmuseum WOII in Nijmegen. Het museum in Groesbeek zou dan de rol van ‘sitemuseum’ krijgen, als aanvulling op het Vrijheidsmuseum. Dit project is echter afgeblazen. Lenders hoopt dat in 2017 kan worden begonnen met de bouw, zodat het vernieuwde museum begin 2019 klaar is; net vóór het begin van de 75-jarige vieringen en herdenkingen van WOII.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels