blog

Interieurs en geschiedenis

Interieur

Rotterdam heeft een boeiende relatie met interieurs en tentoonstellingsinterieurs. Meerdere ex-medewerkers van het NAi schreven de afgelopen jaren gezaghebbende publicaties over tentoonstellingsarchitectuur. Elders in de stad vielen modernistische interieurs ten prooi aan de sloophamer, ondanks protest van critici, architecten en liefhebbers. En dan is er nog Huis Sonneveld: het interieur van dit modernistische icoon wordt zorgvuldig in stand gehouden.

Interieurs en geschiedenis

Afgelopen weekend openden in Het Nieuwe Instituut twee tentoonstellingen en twee installaties. Je zou kunnen zeggen dat ze gezamenlijk voor het eerst de nieuwe ambitie van Het Nieuwe Instituut uitdragen. Dat ze het onderwerp tentoonstellingsarchitectuur weer op de kaart zetten, past in een goede traditie. De twee installaties scherpen daarnaast de discussie aan over de rol van geschiedenis in de interieurarchitectuurdiscipline.

1:1 Stijlkamers

De 1:1 Stijlkamers installatie die Andreas Angelidakis maakte in Het Nieuwe Instituut is een verhandeling over museale presentatie. Centraal staat de figuur Willem Sandberg, begonnen als curator en later directeur van het Stedelijk museum. Onder zijn leiding deed het modernisme zijn intrede in het museum. Waar de kunst eerst werd tentoongesteld in bijpassende stijlkamers, transformeerde Sandberg het museuminterieur in een witte achtergrond voor kunst, een neutrale context voor autonome objecten.

 
De eerste ruimte in de Stijlkamers 1:1 installatie verwijst naar de White Cube die door Willem Sandberg in het Stedelijk Museum Amsterdam werd geïntroduceerd. Foto Johannes Schwartz

White cube transformed

Tegenwoordig is het verhalende aspect terug in het museum en krijgt het interieur weer een actieve rol in het richten van de blik en het verlenen van betekenis aan het tentoongestelde. Aan de hand van twee uitersten – de white cube van Sandberg enerzijds en een reconstructie van een van de ontmantelde Empire stijlkamer uit het Stedelijk anderzijds – wordt de discussie over de betekenis van het interieur aangescherpt. Zes ruimtes stellen elk een aspect van deze discussie aan de orde en gaan onder andere over transformatie, representatie, substantie, hergebruik en reconstructie.

 
Een gedeeltelijk gereconstrueerde Empire Stijlkamer vormt het hart van de Stijlkamers 1:1 installatie.  Foto Johannes Schwartz

Ruimte voor reflectie

In een tijd waarin interieurs als expressie van persoonlijkheid in een geanonimiseerde en gedigitaliseerde wereld een belangrijke rol vervullen in het discours over representatie, komt de tentoonstelling van Andreas Angelidakis als een mooi focuspunt voor discussie. De dubbele rol die de geschiedenis speelt in de installatie is vooral in Rotterdamse context interessant. Want net als de oorspronkelijke stijlkamer uit de 19e eeuw kan ook de White Cube tegenwoordig gezien worden als stijlkamer. Wat is het waard om bewaard te worden? En hoe moet een vakgebied in ontwikkeling zich verhouden tot geschiedenis? Bestaande interieurs worden zonder veel aandacht vervangen. De noodzaak tot functionele continuïteit biedt weinig ruimte voor reflectie. En waar interieurs worden bewaard, staat de tijd vaak stil. Wie daarvan getuige wil zijn, kan slechts 100 meter verderop terecht in het Huis Sonneveld.

Spiegelvloer

Maar ook in huis Sonneveld borrelt het. Vorig jaar werd het interieur voor het eerst ingezet als achtergrond/onderdeel van een interventie. Petra Blaisse mocht dit jaar haar aanwezigheid laten voelen in de museumwoning. Terwijl HNI-directeur vertrouwde op haar ervaring met stoffen en bekleding, koos Blaisse voor de omgekeerde aanpak. Ze introduceerde op de eerste en tweede verdieping een spiegelvloer in bijna alle kamers. Daarnaast liet ze de vitrage tijdelijk verwijderen, zodat het licht en de weersomstandigheden vrij spelen hebben in het interieur.

 
De interventie van Petra Blaisse in Huis Sonneveld in Rotterdam. Foto Johannes Schwartz

Licht, lucht en ruimte 2.0

Zo creëerde Blaisse met een minimale ingreep een volledig ander interieur, dat de ontwerpprincipes die aan de woning ten grondslag liggen in een nieuw daglicht zet. Licht, lucht en ruimte – de basisingrediënten van de modernistische architectuur – maar dan anders. Onderkanten van tafels en stoelen zijn opeens volop zichtbaar, meubels lijken te zweven, de omgeving wordt naar binnen getrokken.

Vergankelijkheid

Huis Sonneveld is ingericht om een verhaal te vertellen door een zorgvuldige enscenering. De spiegels zetten die enscenering volledig op zijn kop. Niets is meer vanzelfsprekend. Sommige objecten en ruimtes krijgen een eigen esthetiek, zoals de wasbakken, de vleugel in de woonkamer of het trappenhuis, waarvan de ronde vormen oplossen in een draaikolk. Opeens wordt zichtbaar hoe tafelpoten zijn bevestigd, hoe de onderkant van een deur er uitziet en hoe alle meubels zijn beveiligd. De onbehandelde oppervlaktes geven de objecten iets kwetsbaars, het benadrukt de vergankelijkheid van alle stoffering, het chroom, de verf …

Middenweg tussen conservatie en sloop

Een bezoek aan Huis Sonneveld en Stijlkamers 1:1 is een prima startpunt voor een reflectie over het wezen van het interieurvak. Over hoe een interieur betekenis en ruimte geeft aan een handeling enerzijds en over tijdelijkheid versus continuïteit anderzijds. In beide gevallen is duidelijk dat interieur een vak met een levende geschiedenis moet zijn, waarin lessen worden getrokken uit jonge interieurs en kennis wordt geaccumuleerd en waarin ruimte is voor fysieke historische gelaagdheid als middenweg tussen conservatie en sloop. In beide exposities is te zien hoe uiteenlopend deze gelaagdheid aan de orde kan komen en wat het oplevert.

 
Foto Johannes Schwartz

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels