artikel

Architectuur van de werkomgeving

Interieur Premium

Door Harm Tilman – Het kantoor is in deze tijd overal, nu dankzij draagbare ‘devices’ en internet alle werkzaamheden op ieder willekeurig moment en elke plaats kunnen worden uitgevoerd. De huidige werkomgeving lijkt als reactie daarop diverser en flexibeler te worden. Tevens willen bedrijven hun identiteit in het gebouw laten spreken en is een gezond werkklimaat van belang. Wat betekent dit voor het ontwerp van de werkomgeving?

Tekst: Harm Tilman

Het hedendaagse kantoorgebouw is een bijzonder bouwtype. In de naoorlogse periode verdween het uit de stad en kwam het terecht in gespecialiseerde gebieden, zoals kantoorparken, brainparken en bedrijfsterreinen. De bijdrage van deze gebieden aan de stad was gering te noemen. In de meeste gebouwen konden de ramen niet open en in de direct omgeving kon je geen broodje eten of een wandeling maken.

Kantoor in het digitale tijdperk

Met het aanbreken van het digitale tijdperk is het paradigma van het kantoor aan verandering onderhevig. Het kantoor is nu alomtegenwoordig, zonder enige bepaalde tijd of plek. Alles kun je op ieder tijdstip op iedere plek doen. Mensen werken op luchthavens, in treinen en vanuit cafés. Werken doe je niet alleen meer op kantoor maar ook na werktijd op de bank thuis. Terwijl omgekeerd de vrije tijd oprukt in de werkomgeving, getuige de hangmatten, ruimten voor spel en sport en relaxzones die je tegenwoordig in veel kantoren tegenkomt.

Deze ontwikkeling correspondeert met de schijnbare overvloed aan informatie en de brede aanwezigheid van het beeld. Alles kun je tegenwoordig op ieder willekeurig moment op een heel gemakkelijke manier benaderen. Via internet heb je bovendien moeiteloos toegang tot miljoenen beelden. New York Times-columnist Thomas L. Friedman concludeerde dit al een aantal jaren geleden in een boeiend boek: de wereld is plat en horizontaal geworden.1

Diversiteit en duurzaamheid

Filosofen beweren daarom, niet geheel ten onrechte, dat we in een eeuwig heden terecht zijn gekomen. Op de gedachte dat alles hetzelfde is, dat ook altijd is geweest en dat geen andere denkwerelden mogelijk zijn, valt echter wel wat af te dingen. Het zou immers uitsluiten dat een bepaalde situatie is te herstellen. Is de kwintessens van het ontwerp niet juist dat een situatie wel valt te verbeteren?

In het huidige kantoor is de focus komen te liggen op de relatie tussen de werkomgeving en de efficiency van de werknemer. Al vanaf het begin van deze eeuw wordt de hoeveelheid vierkante meters per werknemer kritisch bekeken. Vanuit de constatering dat op woensdag en vrijdag veel werknemers niet aanwezig zijn, zoekt men naar een efficiënter gebruik van de beschikbare vierkante meters. Hiervoor worden in toenemende mate nieuwe interactieve technologieën ingezet. Uiteindelijk is het doel om aanbod en vraag perfect op elkaar af te stellen.

De huidige werkomgeving lijkt zo een meer fluïde vorm te krijgen. Ze wordt diverser en flexibeler.2 Aan de ene kant zien we een grote verscheidenheid aan kantoortypen ontstaan. Een opvallende ontwikkeling is het kleine interieur binnen het grotere kantoor. Vooral bedrijven die voormalige industriegebouwen betrekken, plaatsen al snel gebouwen – bijvoorbeeld containers – in dat pand. Een andere ontwikkeling is het naar binnen halen van het publieke domein. Bijvoorbeeld in de vorm van een binnenstraat, zoals bij het Herman Teirlinckgebouw in Brussel door Neutelings Riedijk architecten.

Afwisseling en duurzaamheid

De inrichting van een kantoor zelf is ook aan het veranderen. Het moderne kantoor biedt de werknemers meer afwisseling. Je kunt er overleggen en er is in toenemende mate ruimte voor seminars en ontmoetingen. Aan de andere kant zijn er steeds meer gedefinieerde zones om, individueel of in teams, geconcentreerd te werken. Daarmee groeit de zorg voor voldoende privacy, minder geluidoverlast en een gezond binnenklimaat.

Minstens zo invloedrijk is de toenemende aandacht voor duurzaamheid, een weerslag van het feit dat kantoren ook gezien dienen te worden als vastgoed. In de meeste gevallen komt dat neer op een zuinige omgang met energie en bouwmaterialen. Dit scheelt immers aanzienlijke bedragen in het beheer en de exploitatie van de gebouwen.

Het goede kantoor

Wat naast de groeiende differentiatie en duurzaamheid van de werkplek opvalt, is dat het merk zelf onderdeel wordt van het programma (identiteit) en dat bijgevolg de waarden van het bedrijf herkenbaar moeten zijn in de gebouwen. Online-first businessmodellen stellen bijvoorbeeld andere eisen aan de werkplek. Van deze wordt verlangd dat ze een naar buiten gerichte, reële weergave is van een bedrijf dat de meeste klanten vooral online benaderen. Voor bedrijven groeit het belang van architectuur naarmate de wereld virtueler wordt. De inrichting van de werkomgeving is een manier om op te vallen, om ruimten te creëren die specifiek zijn juist omdat ze fysiek zijn.

Het ultieme doel is te komen tot een werkomgeving waarin mensen zich op hun gemak voelen. Voor het ontwerp wordt in toenemende mate gebruikgemaakt van verfijnde technologieën. Een voorbeeld zijn sensoren die meubels met internet verbinden om het gebruik van kantoren in realtime te bestuderen. Deze informatiestromen onderbouwen het ontwerp van ruimten die op onzekere en steeds weer verschuivende grondslagen berusten.

Voor de Amerikaanse architect Jeffrey Inaba is de sleutel tot een goed werkplekontwerp dan ook niet per se meer informatie. Hij geeft de voorkeur aan strategisch nadenken over wat architectuur kan doen voor een organisatie als geheel.3 Door ruimten te maken die kunnen anticiperen en reageren op toekomstige veranderingen in het bedrijf, zoals snelle groei of afslanking, kan architectuur een organisatie in alle scenario’s effectief bedienen. “De echte architecturonische dienst is na te denken over de vraag wat de opdrachtgever nodig heeft”, aldus Inaba. “Het is de rol van de architect om projectief te zijn over wat kan worden geïntroduceerd, in plaats van te berusten in wat passend en voor de hand liggend is.”

De uitspraak van Willem Jan Neutelings dat een opdrachtgever krijgt waar hij om vraagt, maar niet verwacht, sluit hier naadloos op aan. De definitie van wat een effectieve werkplek is, is voortdurend aan het veranderen. Terwijl de behoeften van opdrachtgevers onderling sterk kunnen verschillen. Ontwerpen gaat over het blootleggen van vragen die ieder bedrijf zichzelf zou moeten stellen. De architectuur van de werkomgeving is daarmee een factor op zichzelf geworden, zowel in architectonische als maatschappelijke zin.

Noten

  1. Zie Thomas L. Friedman, The World Is Flat: A Brief History of the Twenty-first Century, New York 2005.
  2. Zie de bijdragen van Wim Pullen en Harold Coenders, elders in dit nummer. Ook Tracy Metz gaat in op deze trend, zie NRC, 6 april 2018. Zij verwijst daarbij naar het rapport Creativity and the Future of Work, een coproductie van Microsoft en Steelcase.
  3. Geciteerd in Phillip Denny, ‘Architects, Armed with Data, Are Seeing the Workplace Like Never Before’, in: Metropolis Magazine, april 2018.
Reageer op dit artikel