artikel

De Eindhovense School, een fundament van reflectie

Interieur Premium

De Eindhovense School, een fundament van reflectie

Van 20 december 2017 tot 9 februari 2018 werd een groot deel van de centrale hal van de Faculteit Bouwkunde in Eindhoven in beslag genomen door een groeiend aantal intrigerende kabinetten. De buitenkant was bekleed met collagebehang van voorbije momenten uit het leven van de sectie Architectuur Geschiedenis en Theorie met Geert Bekaert, Joost Meuwissen en Gerard van Zeijl.

Auteur: Tamira Tummers

Het postuum eren van deze drie mannen die zo belangrijk zijn voor het denken en spreken in de architectuur, was de eerste aanleiding voor het archiefonderzoek van studenten uit het Eindhovense Curatorial Research Collective. Een deel van de kabinetten is louter gericht op teksten en onderwijsprojecten van rondom de jaren tachtig. Andere kabinetten dragen de naam van dit project en presenteren een selectie uit werk van architecten die ooit gezamenlijk werden gelabeld onder de naam De Eindhovense School.

Er zijn eerder tentoonstellingen gemaakt over De Eindhovense School. Er is veel geschreven over deze school, zelfs al voordat het label in 1988 werd benoemd. Dit is echter niet de zoveelste tentoonstelling. Het komt voort uit een onderzoeksproject dat een aantal studenten heeft gedaan vanuit hun nieuwsgierigheid naar de fundamenten van hun opleiding en hun verbazing over de toenmalige rol die architectuurtheorie speelde in de opleiding van de technische ingenieur en in het internationale debat.

Precies daarin ligt het belang van deze onderneming. Het maakt nieuwsgierig naar wat groeide in het denken van de studenten, parallel aan dit project. Zij vonden het noodzakelijk de grote hal te bezetten met een onvoltooid project en tijdens het onderzoek voor iedereen zichtbaar de stofdoek ter hand te nemen. Op deze manier bieden zij op de school de vloer aan het gesprek over architectuur dat anekdotes uit het verleden zou overstijgen.

Tentoonstelling The EIndhoven School

Beeld: Lennart R. Arpots

Waarheid en schoonheid

In de traditie van Joost Meuwissens boek Architectuur als oude wetenschap zochten zij naar traditie in een groep architecten die in hun studie geen andere traditie kende dan die van de architectuurdiscipline zelf. Deze architecten waren volgens de beginselen van deze faculteit uit 1967 in de gelegenheid zelf de waarheid en de schoonheid van de architectuur te ontdekken.

Misschien getuigt deze reflectie op de eigen fundamenten wel van het naderen van volwassenheid van deze ooit zo jonge school. Het zijn de studenten die het gesprek willen voortzetten vanaf het moment waarop een van de belangrijke sprekers van destijds niet anders kon dan zijn gesprekken in het buitenland voortzetten. En zij handelen in de geest van Geert Bekaert die ondanks de immer voortgaande oppositie tussen de techniekcomponent van de TU Eindhoven en de sectie Architectuur Geschiedenis en Theorie het vertrouwen in studenten bleef uitspreken. Want, zo zei hij, het zijn altijd de studenten zelf die de kwaliteit van hun onderwijs op het instituut bevechten. Zijn troost blijft aan de basis liggen van werkelijk onderwijs.

De Eindhovense School is meer dan een label, en gaat over meer dan de individuele deelnemende architecten die de ervaring van een generatie delen. In deze onderneming verwijst het begrip school naar een platform voor discours. Een discours dat open hoort te zijn met de kanttekening dat een publiek discours volgens Bekaert een contradictio in terminis is. Het onderwerp hoort zich namelijk te ontwikkelen in een situatie van woord en wederwoord in een persoonlijke ruimte. En dat is het enige doel van deze onderneming, waarbij de opstelling in kabinetten een belangrijke randvoorwaarde is.

Theorieontwikkeling

In 1966, toen John Habraken werd gevraagd leiding te geven aan een nieuwe faculteit, waren acht jaren van controverse voorbijgegaan voordat ruimte werd gecreëerd voor een discipline die volgens de heersende opvatting van de Technische Hogeschool niets van doen had met techniek noch wetenschap. Habraken herinnert zich nog de ruggen die hem tijdens vergaderingen werden toegekeerd. Verplicht aan techniek en bètawetenschappen raakten bouwkunde en bouwkunst verstrikt in een samengaan dat niet kan bestaan zonder reflectie. Dit vormde de aanleiding voor voortgaand ontwikkelend gesprek over de basis van architectuur.

In dat milieu waren de jaren tachtig een gouden tijd dankzij de vakgroep Architectuur Geschiedenis en Theorie, waarbij geschiedenis een bodem legde voor theorieontwikkeling. Gerard van Zeijl provoceerde de individuele productie van studenten op basis van een niet te stuiten confrontatie met kennis. Geert Bekaert opende het historische panorama van een collectieve architectuur als geruststellende ondergrond. Al noopten de ontwikkelingen op de faculteit hem te spreken van troost in 1984 naar hel bij zijn afscheid in 1989. Joost Meuwissen zocht in ieder voorstel van studenten naar het meest productieve moment ervan, daar waar het denken zich kon ontwikkelen.

Als je kijkt naar De Eindhovense School als iets wat ooit plaatsvond, vraag je je af wat nu gebeurt. Als je de Eindhovense School opvat als een verzameling van zeer verschillende ontwerpers uit de dagen van opkomend postmodernisme, kun je je afvragen hoe dat eclecticisme uit die dagen zich verder ontwikkeld heeft in het oeuvre van die architecten. Maar ik zou willen wijzen op de term stijlsplitsing die Joost Meuwissen hanteerde als belangrijkste kenmerk van de groep. In zijn analyse markeert hij de stijlsplitsing als hét moment van communicatie. Als het onderzoek van de huidige studenten het gesprek op dat punt kan opnemen, is deze onderneming geslaagd. Dan doet het er niet toe welke architecten participeren of hun bijdragen teruggetrokken hebben omdat er geen Eindhovense School zou bestaan of omdat zij er nooit deel van uitmaakten. Dan zijn de huidige studenten aan het woord.

Ruimte voor verschillen

De structuur van kabinetten biedt ruimte voor verschillen, ruimte voor focus, gemompel en gearticuleerd gesprek en laat de delen van Bekaert, Meuwissen en Van Zeijl voldoende apart staan van de rest. Zij kunnen niet zonder meer in één adem genoemd worden met De Eindhovense School. Daarvan maken immers ook architecten deel uit die nooit onderwijs van hen hebben gehad. Deze drie gaven woorden aan het architectuurdenken rondom en voortkomend uit de splijtingen die Meuwissen fundamenteel achtte en die hij in verband bracht met de scheiding tussen draagstructuur en invulling, waarmee Habraken bij de start in 1966 een betekenisvolle invloed had op de architectuuropleiding in Eindhoven.

Een heuse academische school biedt ruimte voor verschillen die tot woordenwisselingen leiden. Deze presentatie is bovenal een conversatiestuk. Het gesprek zal zich verder ontwikkelen van Eindhoven naar Rotterdam, naar Delft en naar Gent. De bezoeker doet er goed aan voldoende tijd en een leesbril mee te nemen.

Info

De tentoonstelling ‘The Eindhoven School’ is van 19 februari tot en met 23 maart te zien bij OMI, Schiekade 205 in Rotterdam en van 26 maart tot en met 13 april 2018 bij de TU Delft, faculteit Bouwkunde, Julianalaan 134 in Delft. Tot slot staat de expositie van 23 april tot en met 12 mei in het paviljoen Charles Vandenhove, Studiecentrum Architectuur en Kunst in Gent.

Bronnen
– Joost Meuwissen, ‘Habraken & De Eindhovense School. Twee historische teksten’, Cheops 010, uitgave Cheops, Studievereniging Bouwkunde van de Technische Universiteit Eindhoven, 2007, p. 29-32.
– Joost Meuwissen, Architectuur als oude wetenschap, Proefschrift TU/e 1988.
– Geert Bekaert, ‘De troost van de architectuur’, in Wonen TABK 5 1984.
– Geert Bekaert, ‘Spreken over Architectuur’, in Archis 11 1992.

Lees ook:

Tentoonstelling ‘The Eindhoven School: a forgotten avant-garde’
In de jaren tachtig genoot een groep architecten, opgeleid aan de TU/e, bekendheid onder de noemer ‘Eindhovense School’. Deze voorhoede van de Nederlandse architectuur, met architecten als Wim van den Bergh, Jo Coenen, Bert Staal, Rudy Uytenhaak en Gert-Jan Willemse, deelde een interesse voor theorie en geschiedenis. De tentoonstelling ‘The Eindhoven School: a forgotten avant-garde’ toont een veelzijdig beeld van deze vergeten avant-garde.
Lees verder…

Reageer op dit artikel