artikel

Achterhuis in Antwerpen – In het huis van galeriehoudster Veerle Wenes versmelten kunst en architectuur

Interieur

Met haar partner woont en werkt Veerle Wenes in het historische hart van Antwerpen. Samen met architect Bart Lens verbouwde ze in korte tijd een groot oud pand tot woonhuis en galerie met een binnentuin en een opvallende entree. ‘Ik leef aan tafel, ik heb geen zittend gat.’

WONEN: Wie wat waar en vooral, hoe? In deze serie onderzoekt Anne van der Zwaag welke huizen mensen kiezen bij het leven dat ze leiden en op welke manier ze deze inrichten. Anne van der Zwaag is directeur van OBJECT en Big Art en auteur van verschillende boeken op het gebied van kunst en architectuur.

Tekst Anne van der Zwaag
Fotograaf Jeroen Musch

Wat bracht jullie naar deze plek?

Ik ben naar Antwerpen verhuisd voor mijn partner, dus de belangrijkste reden was de liefde. Een Antwerpenaar gaat niet snel verhuizen. Twee jaar zijn we sluimerend op zoek geweest naar een huis in het centrum waar we een galerie aan konden koppelen. Ik heb geen hobby’s, mijn hobby is mijn werk dus ik wilde geen scheiding tussen werk en leven. Dit pand moet de verbinding vormen tussen mijn dagelijks leven en de ontwerpers en de kunstenaars waarmee ik samenwerk.

In die periode zocht ik constant op Immoweb maar er was weinig dat ons aantrok, totdat we dit pand zagen. Veel gebouwen zijn geschikt als woonhuis of als galerie, maar de combinatie is schaars. Het pand was uit de hand te koop dus we hebben het direct van de eigenaar overgenomen. Vanaf dat moment ging alles heel vlot. Bob moest weg uit zijn oude huis waardoor we onder behoorlijke tijdsdruk stonden. Dit leg je jezelf op, maar ik wilde niet in een proces van jarenlang verbouwen verzeild raken. Na het bouwverlof in 2010 zijn we de verbouwing gestart, op 12 november zijn we in het pand getrokken en op 26 november is de galerie geopend. Dat was een hectische periode.

‘Werken en leven in een symbiose’
‘Wij hadden heel duidelijke ideeën over wat we wilden’
‘Al met al is het een authentieke verbouwing met slimme oplossingen geworden

In welke staat troffen jullie het pand aan?

Het was een verwaarloosd pand, de klimop groeide naar binnen. Een deel van de huidige galerie is gebouwd in 1979 compleet met plastic kozijnen en vloerverwarming, het grootste deel is ouder. Het was geen woonhuis maar een werkplaats van de nonnen, alles in deze buurt behoorde tot dezelfde kloostergemeenschap. Toen wij het kochten, zat er een showroom voor meubels in. Aan de oorspronkelijke werkplaats is door de jaren heen weinig veranderd.

Interieur_Archterhuis_Antwerpen_Jeroen_Musch

Werk- en privévertrekken lopen vloeiend in elkaar over. Foto Jeroen Musch

Wij hebben de vloeren in de oude staat gelaten en de oorspronkelijke plattegrond aangehouden. De structuur van de binnentuin is eveneens intact gebleven. Er is enkel een boom geplant en Kris Coremans heeft een betonnen podium met een bank gemaakt van de zelfde grove kiezel die in de tuin ligt. Binnen is in korte tijd een enorme verbouwing gerealiseerd. In het pand moest een keuken en badkamer komen.

De achtergevel is nieuw, wat betekende dat de gigantische ramen over het pand heen moesten worden getild. We hebben ook een lift geïnstalleerd. Het gebouw bestaat uit twee verdiepingen van ieder bijna vijf meter. Als we hier langer blijven wonen, hebben we die lift hard nodig. Er is veel geknutseld om de bereikbaarheid van de verdiepingen mogelijk te maken, je kunt spreken van een complex doolhof. Al met al is het een authentieke verbouwing met slimme oplossingen.

Hoe kwamen jullie tot de keuze voor de architect?

Vanwege de combinatie van restauratie en nieuwbouw wilden we heel graag met Bart Lens werken. Ik had een aantal ontwerpen van hem in Hasselt gezien, waarbij hij historische gebouwen transformeerde zonder daar al te veel zijn eigen signatuur op te zetten. Wij vroegen om een sobere, integere en authentieke verbouwing, met ruimte voor eigen inbreng. Ik ben opgeleid als architect en vind het belangrijk om met elkaar te kunnen pingpongen. Natuurlijk heeft het op momenten geschuurd, maar dat gebeurt in elk verbouwingstraject.

Interieur_Archterhuis_Antwerpen_Jeroen_Musch

De vijf meter hoge verdiepingen geven een rijke ruimtelijkheid. Foto Jeroen Musch

Voor ons stond de relatie tussen privé en publiek centraal. De grootse puzzel in het pand is de verticale circulatie en hoe die vorm te geven. Hier hebben we ons hoofd over gebroken. Naast de lift moest bijvoorbeeld een trap komen. Je kunt nu met de lift naar de eerste en de tweede verdieping maar ook via de trappen in de galerie. De circulatie zit goed in elkaar en de relatie tussen privé en publiek ook. Achteraf is het moeilijk te zeggen wat de verhouding tussen onze eigen inbreng en de visie van de architect is geweest. Zonder een architect zou dit onhaalbaar zijn, zonder onze inbreng was het niet geworden wat het nu is.

Wat zijn de karakteristieken van jullie huis?

Enorm aantrekkelijk aan het pand is dat het om een achterhuis gaat. Je voelt de hectiek van de stad niet, terwijl je wel middenin het oude centrum zit. Het voorste deel van het gebouw is niet van ons; er staat een rij huizen voor. Hierachter woont niemand en hoor je niets, waardoor je veel privacy hebt. En toch ook veel licht, dat is de verdienste van Bart.

De voorgevel en inkom zijn heel karakteristiek, als door een mijnschacht kom je binnen. Dit hebben we eerder gezien maar het feit dat de deur helemaal open kan, heeft hij als architect bedacht. De hoogte is onbetaalbaar, je ervaart een enorm gevoel van ruimte terwijl het niet om veel vierkante meters gaat. Terugkijkend wil ik niets veranderen. Alleen de back office is wat smal maar die is daar nooit voor bedoeld, eigenlijk is het gewoon een gang.

Hoe combineer je de verschillende functies in huis?

Wij zijn in november 2010 verhuisd en vlak daarna opengegaan met Galerie Valerie Traan. De galerieruimte is helemaal wit, dat kan onmogelijk anders. Hoe meer privé, hoe donkerder de wanden worden in een schakering van grijzen. Sommige zijn RAL-kleuren, maar de meeste stalen heb ik gevonden en laten maken. Het kleurschema heb ik bedacht. In de galerie organiseer ik vijf à zes tentoonstellingen per jaar. Ik ben twaalf uur per week open en daarbuiten op afspraak.

Vanuit de galerieruimte loop je zo onze woonvertrekken in waar we tussen kunst en design leven. Hier zie je stukken uit onze persoonlijke collectie maar ook werken in opdracht en ontwerpen van het label Valerie Objects, waarvan ik art director ben. Boven zijn de privékamers waar bezoekers niet komen. Het is geen huis waar quasibekenden blijven overnachten.

Sociaal contact heeft voor mij veel te maken met mijn job. De grote tafel staat centraal en is mijn favoriete plek in huis. Mijn man zit vaak in de ruimte hiernaast bij de grote haard, daar heb je privacy, maar mensen kijken op onbewaakte momenten toch om de hoek. Zit ik erbij, dan in een kuipstoel van Maarten van Severen. Ik ben geen zetelzitter, dat heb ik helemaal van mijn vader. Wij leefden aan tafel, ik heb ook geen zittend gat.

Valerie traan gallery
Reyndersstraat 12
2000 Antwerpen
België
www.valerietraan.be

 

 

Reageer op dit artikel