artikel

De Stijl en het verlangen naar stijl

Interieur

De Stijl was een architecten- en kunstenaarsvereniging die honderd jaar geleden is opgericht en op zoek was naar een universele stijl. Aan deze beweging is in Het Haags Gemeentemuseum een boeiende tentoonstelling gewijd: ‘Architectuur en interieur. Het verlangen naar stijl’. Vooral dat laatste intrigeert. Veel architecten ontkennen immers een stijl na te jagen. Tijd voor een herwaardering?

De Stijl ontstond in 1917 in Leiden rond het gelijknamige blad en viert dit jaar zijn honderdjarig bestaan. Deze groep rond Theo van Doesburg (1883-1931) nam het op voor ethische principes als orde en waarheid, bestreed de traditie en nam heftig stelling in de maatschappelijke debatten van die tijd. Doel was het bereiken van een alomvattend wereldbeeld dat is vormgegeven met een abstracte vormentaal. Tot de meest prominente figuren ervan behoorden naast Theo van Doesburg de schilder Piet Mondriaan en de architecten J.J.P. Oud, Gerrit Rietveld en Cornelis van Eesteren.

Lees ook: De Stijl van Theo van Doesburg en het verlangen naar stijl

Architectuur in De Stijl

Architectuur was vanaf het begin een groot en belangrijk onderdeel van De Stijl. Aan deze discipline is in het Haagse Gemeentemuseum tot 17 september 2017 een grote en belangrijke tentoonstelling gewijd, naast de andere tentoonstellingen die in dit Mondriaanjaar in Nederland zijn te zien. Ze biedt een overzicht met oorspronkelijke tekeningen, maquettes en meubelstukken van deze invloedrijke kunstbeweging.

‘Architectuur en interieur. Het verlangen naar stijl’ is een tentoonstelling die veel toevoegt aan wat we al weten van De Stijl. Hoogtepunten zijn wat mij betreft het nagebouwde Maison d’Artiste van Theo van Doesburg en Cor van Eesteren en Mondriaans Atelier in Parijs, maar ook de presentatie van Huis de Lange in Alkmaar en de vele originele ontwerptekeningen.

Zoals de naam van de tentoonstelling al verraadt, was De Stijl op zoek naar een stijl. Ontwerpers en architecten wilden een nieuwe universele stijl creëren, die beantwoordde aan de moderne samenleving. De Stijl-leden werkten niet alleen aan schilderijen en gebouwen maar ook aan meubels, kleding, reclame, straten en steden. ‘Architectuur en interieur’ laat goed zien dat de ideeën hiervoor niet uit de lucht kwamen vallen, maar teruggaan tot de negentiende eeuw.

Lees ook: Theo van Doesburg in Leiden

Stijl en stijlloosheid

Dat geldt ook voor het begrip stijl. Het onderscheidt De Stijl duidelijk van het Duitse Bauhaus dat bij monde van Walter Gropius stijl expliciet afwees. Ook nu kom je niet veel architecten tegen die een bepaalde stijl zeggen aan te hangen of na te streven. Eerder laten ze zich voorstaan op het feit geen stijl te bezitten. Dit begrip waarover destijds verhitte debatten werden gevoerd, is dan ook langzaam in diskrediet geraakt; iets wat ook begrippen als klassieke architectuur en monumentaliteit ten deel is gevallen.

Is dat terecht? Zou ook onze tijd niet weer een verlangen naar stijl aan de dag moeten leggen? Een ding is zeker, het streven naar stijl leidt al snel tot dwang en sektarisme. Dat zien we terug in de geschiedenis van veel kunstenaarsbewegingen uit de eerste helft van de twintigste eeuw. Zo is die van het surrealisme er een van voortdurende ruzies en uitsluitingen. Ook De Stijl getuigt van een dergelijke dynamiek, waarbij mensen komen en gaan.

Verder is een stijl niet echt verkieslijk, als dat betekent dat alle objecten in een ruimte op elkaar zijn afgestemd. Ik ken bijvoorbeeld maar weinig mensen die in een stijlkamer willen wonen. De meeste huizen zijn eerder bricolages dan stijlkamers. Meestal kennen ze een bewogen geschiedenis of zijn ze wel een keer verbouwd. Dat geldt ook voor de inrichting. Zelfs al heb je genoeg geld gespaard om die te gekke bank van Marcel Wanders te kunnen kopen, dan nog is dat niet een reden om de tafel die je van je oma hebt geërfd, het huis uit te doen.

Stijl als houding

Moeten we het begrip stijl dan maar bij de vuilnisbak zetten? De architect Oud die de beweging al snel verliet, vond zelf van niet. In een essay waarin hij terugblikt op zijn tijd in deze beweging, zegt hij: “Ook al verliet ik de Stijl, omdat ik het er niet mee eens was dat in deze beweging eerder een formele wet dan een vormwil werd verdedigd, dan wil dat nog niet zeggen dat ik nu afzie van alles wat ik vanaf het begin najoeg. Het ging en gaat ook nu nog om een universele architectuur, een Stijl.”

De belangrijkste reden voor Ouds vertrek uit De Stijl was dat hij zich meer op de architectuur ging richten. Hij wilde de permanente elementen van de architectuur een meer adequate uitdrukking geven. In zijn ogen kan de architectuur zich alleen vernieuwen in een soort van continuïteit met al dat wat eraan voorafging. Architectuur maakt deel uit van zijn eigen tijd, maar behoort tevens tot de vormen van de geschiedenis.

Het oude stijlbegrip mag dan zijn relevantie hebben verloren, ‘ Architectuur en interieur’ maakt duidelijk dat stijl daarmee nog niet passé is. In de huidige tijd zou ze kunnen staan voor de houding waarmee architectuur wordt bedreven. Zeker is dat uit een dergelijke geduldige architectonische arbeid zich wederom een stijl kan aftekenen, vooral als deze zich voortdurend weet te verbeteren en verfijnen.

Reageer op dit artikel