nieuws

Jonge architecten winnen belangrijke kunstprijs

Geen categorie

Het architectencollectief Assemble won deze week de meest prestigieuze kunstprijs van Groot Brittannië. Professor Design as Politics en kunsthistoricus Wouter Vanstiphout vond de toekenning van de prijs genoeg reden om een inhoudelijk commentaar te schrijven. “De leden van Assemble cijferen zichzelf als architecten niet weg”, aldus Vanstiphout. “Design is juist wat ze toevoegen aan de sociale processen waarin ze zich begeven; ze stellen zich niet op als pseudo-sociaal werkers, maar zijn 100% architect/kunstenaar.”

Jonge architecten winnen belangrijke kunstprijs

De Turner Prize is sinds haar eerste editie in 1984 een instituut geworden. Vele beroemde kunstenaars namen de prijs al in ontvangst, waaronder Gilbert & George, Lucian Freud, Tracy Emin en Damien Hirst. Assemble won de prijs met hun Granby Four Streets project. In dit regeneratieproject voor de buurt Granby in Toxteth, Liverpool, realiseerde het architectenbureau een werkplaats waar lokale kunstenaars en handige buurtbewoners zelf de benodigde objecten en materialen vervaardigen die nodig zijn om de huizen in de buurt te revitaliseren. Hiermee wordt de gemeenschapszin die in de buurt heerst sinds het besluit van de gemeente om een groot deel van de huizen te slopen, versterkt en wordt de woonkwaliteit verhoogd. Voor de jaarlijkse Turner Prize tentoonstelling, bouwde Assemble een showroom waarin spullen die zijn vervaardigd in de Granby workshop konden worden bekeken en aangeschaft.

 

Een slimme oplossing waarin architectuur en kunst samenkomen rond een sociaal probleem. Wouter Vanstiphout is vooral enthousiast over de manier waarop Assemble zich heeft ontworsteld aan de traditionele architectuur instituten van haar thuisland. Hieronder zijn volledige reactie op de toekenning van de Turner Prize.

“De reden dat het winnen van de Turner Prize voor Assemble zo belangrijk is, is dat hun bijdrage kennelijk wordt erkend van buiten de gesloten wereld van architectuurjury’s, prijsvragen en beroepsverenigingen. Omdat de RIBA wordt ontmaskerd als een old boys club, waarvan de lompigheid en het chauvinisme zo erg is dat ze nu zelfs van racisme worden beschuldigd, is de overwinning van Assemble zo’n enorme opluchting.  Het feit dat ze erkenning krijgen uit de buitenwereld verschaft hun veel grotere legitimatie dan wanneer ze de Stirling prijs of een RIBA award zouden hebben gekregen.”

“Over het werk van Assemble: er zijn natuurlijke vele bottom-up, community design bureaus in de wereld; daarin is Assemble niet uniek. Maar een aantal dingen doet hun hieraan ontstijgen. Ten eerste zijn ze zonder ideologisch helemaal star te zijn, uiterst authentiek in hun model. Ze vormen een soort community, doen zoveel mogelijk zelf, kennen geen hiërarchie, en verontschuldigden zich zelfs voor het feit dat ze de installatie voor de Turner Prize niet letterlijk zelf hadden gebouwd. Daarmee onderscheidden ze zich van veel van de community-architecten die de community architecture als een soort front doen voor een praktijk waar in feite met commerciële opdrachten het geld wordt verdiend, of door lucratieve onderwijsposities te accepteren, zoals Urban Think Tank of Alejandro Aravena.”

“Maar het allerbelangrijkste vind ik dat zij met hun werk geen enkel compromis hebben gesloten wat betreft de plek van het ontwerp. Zij cijferen zichzelf als architecten niet weg. Design is juist hetgeen wat ze toevoegen aan de sociale processen waarin ze zich begeven; ze stellen zich niet op als pseudo-sociaal werkers, maar zijn 100% architect/kunstenaar. Hun afkomst is duidelijk, dat is de school van MUF en FAT, bureaus die vanaf de jaren negentig, in een tijd dat er nauwelijks werk was voor jonge architecten in de UK, er niet voor kozen om zich langzaam in te vechten in de old boys club van modernistische architecten, maar die in de marges tussen kunst en architectuur, voor kleine public art opdrachten, tentoonstellingen zo sterk mogelijke formele statements maakten, vanuit een narratieve benadering van de stad. MUF en FAT zijn uiterst marginaal gebleven wat betreft productie en institutionele invloed, maar Assemble heeft deze traditie voortgezet op een manier die ze nooit hadden kunnen voorzien.”

“De leden van Assemble zijn gemiddeld eind twintig. Wat de toekomst nog gaat brengen is volstrekt onvoorspelbaar. Mijn nieuwsgierigheid is groot.”

Hieronder meer beelden van de showroom die ze inrichtten voor de Turner Prize Exhibition.

 

 

 

 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels