nieuws

Bouwen langs de kust mag van het kabinet. Maar willen we het ook?

Geen categorie

Op 18 december stemde de ministerraad in met het voorstel van minister Schultz van Haegen van Infrastructuur en Milieu om de regels voor kustbebouwing aan te passen. Als de veiligheid van de waterkering niet in het geding is en er geen belemmeringen ontstaan voor het onderhoud van de kust, komt er meer ruimte voor (bouw)activiteiten. Is het een vrijbrief voor het vernietigen van ons karakteristieke kustlandschap of een uitnodiging om beter om te gaan met wat er al is aan bebouwing? We polsten de meningen van architecten.

Bouwen langs de kust mag van het kabinet. Maar willen we het ook?

Door Sander Woertman
Het nieuws van de aangepaste regels voor kustbebouwing lijkt bij veel instanties rauw op het dak te vallen. Maar het fundament voor dit besluit is gelegd in 2013, met het opstellen van de Nationale Visie Kust. Hierin worden de ontwikkelopgaven in het kustgebied al uitgebreid besproken. Er wordt dan vooral gekeken naar kwaliteitsverbetering. Kustplaatsen moeten aantrekkelijker en moderner. De vraag naar gebruiksruimte aan de Nederlandse kust is groot, constateren de onderzoekers van het Atelier Kustkwaliteit in hun slotpublicatie, die de input leverde voor de Nationale Visie Kust. In het duin- en strandgebied is hier een groot gebrek aan. Er is dan ook voortdurend discussie of het niet mogelijk is om andere functies te combineren met die van waterstaatswerk: de zogenaamde multifunctionele waterkering.

In het persbericht dat 18 december is gepubliceerd, wordt gesteld dat op dit moment de kustverdediging goed op orde is. Hierdoor ontstaat ruimte voor nieuwe initiatieven. In de nieuwe situatie bekommert het rijk zich over alle kwesties die de veiligheid aangaan. Gemeentes en provincies mogen zelf de ruimtelijke invulling van het kustgebied bepalen.

De plannen van minister Schultz van Haegen kunnen rekenen op felle tegenstanders. In Trouw valt te lezen dat regeringspartij PvdA zich grote zorgen baart. Argumenten als geld en werkgelegenheid kunnen het gaan winnen van de natuur, vreest PvdA-Kamerlid Yasemin Cegerek, die kamervragen stelde over de kwestie. `Ik kijk er enorm van op”, vult GroenLinks-Kamerlid Liesbeth van Tongeren aan. “Ik dacht dat we hier geen Belgische toestanden wilden in de duinen.”

#Beschermdekust

Op internet ontstond naar aanleiding van het nieuws spontaan een tegenbeweging onder de hashtag #beschermdekust. De vrees dat de kust straks ten prooi valt aan projectontwikkelaars is groot. Architecte Ira Koers verwijst naar de website beschermdekust.nl, waar op een kaart aangegeven staat waar al gebouwd wordt of plannen zijn om te gaan bouwen langs de kust. Alleen in Zeeland zou het gaan om 3689 objecten, waaronder 2405 vakantiewoningen.

Eerst bestaande kustbebouwing aanpakken

Veel twitteraars wijzen erop, dat bouwplannen aan de kust in het verleden zelden of nooit tot een aantrekkelijkere omgeving hebben geleid. De ruimtelijke kwaliteit van kustplaatsen wordt gezien als reden om ook in de toekomst kustbebouwing tegen te gaan. “steek dat geld liever in saneren bouwkundige miskleunen in Scheveningen, Zandvoort, Noordwijk en IJmuiden” meent architect Harvey Otten. Ook BNA voorzitter Fred Schoorl ziet het gevaar van de nieuwe regelgeving. “Heeft het kabinet dan niks geleerd van België of Spanje?” twittert hij.

Op de opmerking dat bouwen tegenwoordig ook mooi, duurzaam en energieneutraal kan, pareert Otten met de opmerking dat bouwen gepaard gaat met infrastructuur, zowel boven- als ondergronds. Er zal dus altijd iets ten koste gaan van het bestaande landschap dat wereldwijd zo gewaardeerd wordt.

Koester de onaangetaste ruimte!

Dat onze kust gewaardeerd wordt, bevestigt de Belgische architect Vincent Van Den Broecke. “Koester die onaangetaste ruimte toch!”, roept hij. “De Vlaming mijdt de Vlaamse kust en wijkt uit naar de Nederlandse.”

Ook Sanda Lenzholzer, associate professor Landschapsarchitectuur en Urban Design aan de Universiteit Wageningen, is deze mening toegedaan. “Het is een dun strookje van zeldzame èn ongelofelijk diverse ecosystemen.” En als er dan toch gebouwd moet worden, dan liever de hoogte in, meent ze.

Inspiratiecentrum Grevelingen als voorbeeld

In het persbericht van de Rijksoverheid wordt het Inspiratiecentrum Grevelingen, ontworpen door Paul de Ruiter, genoemd als voorbeeld hoe kustbebouwing zou kunnen zijn. Het gebouw is gerealiseerd in een buitendijkse locatie, ingeklemd tussen kustweg N57, Grevelingenmeer en de wandel-fietsroute vanuit vakantiepark Port Zélande naar het strand. Dankzij de uitkijkpost manifesteert het zich prominent in het landschap.

 
Inspiratiecentrum Grevelingen. Fotograaf Jeroen Musch

Veel stakeholders bij buitendijks bouwen

Opmerkelijk is, dat de opdracht voor het inspiratiecentrum in 2012 werd gegeven, toen de regels nog niet zo soepel waren. Noud Paes, als architect bij Paul de Ruiter betrokken bij het ontwerp voor het inspiratiecentrum, herinnert zich het moeizame proces dat aan de realisatie vooraf ging. Er waren veel stakeholders, waardoor de planvorming traag verliep. Rijkswaterstaat, de provincie en verschillende natuurorganisaties hadden allemaal hun eigen visies op wat en hoe er gebouwd moest worden.

Om tegemoet te komen aan alle partijen, is het gebouw zo duurzaam mogelijk gematerialiseerd. Zo zijn alle gevels bekleed met riet, een materiaal dat overal in de omgeving te vinden is. Het gebouw is niet energie-neutraal, maar komt een heel eind, aldus Paes.

Extreme locaties vragen om innovatieve ontwerpen

Paes vindt het besluit van de ministerraad vooral prikkelend. Hij wijst erop dat door de nieuwe regels extreme locaties voor bebouwing in aanmerking komen. Gebieden die kunnen overstromen bijvoorbeeld. Dat vraagt om innovatieve ontwerpen. Om ervoor te zorgen dat kustlocaties niet worden overgeleverd aan de grillen van winstbeluste projectonwikkelaars, moet er echter goed gelet worden op de regels waaronder de grond wordt uitgegeven, aldus Paes. Bij het selecteren van ontwerpen moeten stakeholders in een vroege fase worden betrokken.

Zelfdiscipline van gemeentes en provincies

Het grootste probleem van de plannen van de ministerraad lijkt te liggen bij de grote verantwoordelijkheid die door de overheid wordt overgedragen aan gemeentes en provincies. De regie die door de overheid is genomen in aanloop naar het besluit, in de vorm van het Atelier Kustkwaliteit en het opstellen van de Nationale Visie Kust, wordt losgelaten. Het is te hopen dat gemeentes en provincies genoeg zelfdiscipline hebben om voorbij de opbrengsten van gronduitgifte te kijken naar het moois dat ze voorgoed dreigen kwijt te raken.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels