nieuws

ARC15 Lab verslag

Geen categorie

Harm Tilman, hoofdredacteur van de Architect, signaleert de laatste tijd veel cynisme in de Architectuur. Deze negatieve emotie remt innovatie in de bouw. Slechts recentelijk bespeurt hij een omslag in het denken. “Er hangt iets in de lucht”, bezwoer hij het publiek van ARC Lab op 19 november meerdere malen. En wie luisterde naar de sprekers en het publiek, kon niet anders dan instemmen met deze optimistische observatie. Een mooier moment na de crisis in de bouw kon ARC Lab voor haar lanceringsevenement niet wensen.

ARC15 Lab verslag

Door: Sander Woertman

ARC15 Lab is opgestart om het hervonden optimisme in de architectuur te koppelen aan actie. Een van de architecten die de last van cynisme al lang achter zich heeft gelaten, is Reimar von Meding. Met zijn architectenbureau KAW heeft hij een aantal woonprojecten gerealiseerd die qua duurzaamheid en kosteneffectiviteit uniek zijn.

Een ideale wereld

Dat er een groot verschil is tussen de realiteit van de woonwensen en wat er gebouwd wordt, illustreerde Von Meding met een tekening van de wijze waarop de woonwensen van een gezin door de jaren heen veranderen. Want wat gebeurt er als de ouders scheiden? Dan worden de kinderen jarenlang heen en weer geslingerd tussen twee woningen. In een ideale wereld zouden het juist de ouders die heen en weer reizen tussen een plek waar de kinderen in een stabiele omgeving kunnen verkeren.

Omkering in het denken

Of een dergelijke woonoplossing echt wenselijk is doet er eigenlijk niet toe. Waar het om gaat is dat het een omkering in het denken veronderstelt, waar de consument met zijn gedrag en wensen centraal staat. Daaromheen worden vervolgens het ontwerpproces, het productdenken en de beeldtaal bedacht.

Vogeltjesbuurt in Tilburg

Een voorbeeld hiervan is de Vogeltjesbuurt in Tilburg: sociale woningbouw met een epc van 0. “Een product waar je helemaal wild van wordt”, aldus Von Meding. Naar aanleiding van de wens van bewoners om niet lang hun huis te verlaten, werd het ontwerp zodanig vormgegeven dat het proces van sloop naar oplevering van de nieuwbouw in 25 dagen kon gebeuren. Dat kan alleen maar, stelt Von Meding, als je het architectonisch proces inricht als productontwerp.

De worsteling: kostenreductie

Terwijl KAW al heel vertrouwd lijkt te zijn met de wijze waarop nieuwe woonwensen in proces en product kunnen worden gevat, lijkt Era Contour nog te worstelen met deze kwesties. Edward van Dongen ziet ook dat de woonconsument steeds meer invloed wil uitoefenen op het eindproduct. Daar ontstaat volgens hem een probleem. Traditioneel gezien lopen de kosten op naarmate een woonproduct meer afwijkt van de standaard. Volgens Van Dongen is het belangrijk om deze lijn af te vlakken, zo niet horizontaal te krijgen.

Maar Edward van Dongen van laat ook zien dat het afvlakken van deze curve voor ERA Contour nog lastig is. Hij komt dan ook niet alleen naar ARC Lab om zijn verhaal af te draaien, hij komt ook om met het publiek na te denken over nieuwe mogelijkheden.

Meepraten over de woonomgeving

Edwin van Son van gemeente Dordrecht is de derde op een rij die signaleert dat bewoners steeds meer willen meepraten over hun woonomgeving. Hij voegt daaraan toe dat er steeds meer ruimte is voor bijzondere woonvormen. Op dit moment is Dordrecht druk bezig om de nieuwe woningbouwlocaties te ontwikkelen volgens het thema ‘Wonen aan het water’. Klunder architecten realiseerden bijvoorbeeld woningen die met hun voeten in het water staan. Het is een teken aan de wand dat deze specifieke woningtypes met hun uitgesproken vormgeving binnen één dag verkocht waren, aldus Van Son.

Gefrusteerd met wet- en regelgeving

De gemeente Dordrecht probeert de gewenste flexibiliteit in haar woningen te realiseren, maar ziet dat ze daar nog achterloopt bij wat de consument wil. Bij duurzaamheid idem dito. Landelijke wet- en regelgeving zorgt ervoor dat dit niet gehaald kan worden, tot frustratie van de gemeente.

Productontwikkeling centraal

“Als we willen meegaan met de tijd”, stelt Von Meding, “moeten we het bouwen vergeten en productontwikkeling centraal stellen. Het feit dat de woningbouw zelfs in aantrekkelijke gebieden relatief hoge leegstand kent, terwijl er volop nieuwbouwwoningen gebouwd worden, is een indicatie dat het huidige woningbestand niet voldoet aan de wensen van de consument. Als we toekomstige woningen niet als flexibel in te richten en aan te passen producten ontwikkelen, dreigen de woningen die we nu bouwen, aan hetzelfde drama ten onder te gaan.”
 

De sprekers van de ochtend: Van links naar rechts: Edwin van Son, Edward van Dongen en Reimar von Meding

Laat regels je niet verlammen

Op een gegeven moment ontstaat in de zaal het sentiment dat bestuurlijke regels de innovatie op woningmarkt verlammen. Maar volgens Bas van der Pol van platform AIR zijn er genoeg best practices die aantonen dat er genoeg ruimte is om belangrijke zaken voor elkaar te krijgen. Sterker nog: juist de aantrekkelijkheid van de best practices kan ervoor zorgen dat wet- en regelgeving worden aangepast.

Gebouwen zijn vaak niet gezond

Terwijl de aanwezigen gedurende een lunch bovenstaande visies bespreken, lopen de volgende sprekers warm. Na de lunch gaat het over gezondheid in gebouwen. Het lijkt een vanzelfsprekenheid dat gebouwen hun gebruikers beschermen tegen onheil, maar volgens Atto Harsta van Aldus Bouwinnovatie is dat verre van gebruikelijk “Tegenwoordig bouwen we volgens een woningwet die ontstaan is in 1901 en sindsdien weinig is veranderd. En dat terwijl de hedendaagse mens heel anders in elkaar steekt als toen, en we ondertussen veel meer weten over gezondheid en welke factoren een rol daarin spelen.”

Geschiedenisles

Wat volgt is een college over de geschiedenis van gezondheid in de architectuur. Na de tweede wereldoorlog zorgde industrialisatie ervoor dat medicatie natuurlijke factoren als licht en frisse lucht vervingen, stelt Harsta. Tegewoordig ligt de nadruk op curatieve zorg, oftewel zorgen dat mensen beter worden nadat ze ziek zijn geworden. Architecten hebben parallel hieraan de kans laten liggen om preventief te zorgen dat mensen niet ziek worden.

Meetbaarheid van prestaties

Mensen zitten 90 procent van de tijd binnen. Die binnenruimte is dus enorm bepalend voor het welzijn van de mens. In de kantooromgeving kan prestatie direct gerelateerd worden aan kosten, waardoor hier de ontwikkelingen op het gebied van goed binnenklimaat het verst gevorderd zijn.

Ook in de kassenbouw wordt lichtopbrengst direct gerelateerd aan omzet: 1% meer licht, is 1% meer omzet. Waarom kan eenzelfde rekensom niet losgelaten worden op onze gebouwde omgeving? Stafano Boeri is een voorbeeld van een architect die samenwerkt met de natuur om zijn gebouwen beter te maken. Dergelijke voorbeelden zijn echter nog te beperkt. Harsta sluit af met de latijnse spreuk Mens Sana in Corpore sana in Domus Sana: Een gezond mens in een gezond lichaam in een gezond huis.

De factor-mens

Ook Harm Valk van AQSI signaleert dat de factor mens vaak wordt vergeten. Heel veel bedrijven die zich inzetten voor duurzaamheid werken volgens de drie-eenheid People-Planet-Profit. Valk stelt echter dat de People-factor in die vergelijking vaak het minst wordt belicht. Duurzaamheid wordt vooral samengevat in lijstjes, de factor mens is slecht meetbaar en wordt daarin vaak buiten beschouwing gelaten.

Hoe dat komt? De afgelopen tijd hebben we een leerproces doorgemaakt waarbij vanuit Planet werd gekeken naar duurzaamheid. Welke materialen, welke installaties, welke afwerkingen zijn het minst belastend voor het milieu en hoe kunnen ze zo duurzaam mogelijk worden verwerkt? De factor Profit werd uiteraard nooit uit het oog verloren omdat er tegenwoordig met duurzaamheid flink verdiend kan worden. Maar als de factor mens niet wordt meegenomen, raakt een gebouw al snel in onbruik. En dat is dus niet duurzaam.

“Toegankelijkheid, aanpasbaarheid, gezondheid, omgeving, onderhoud en veiligheid zijn aspecten die samenhangen met de menselijke factor in het ontwerp. Zodra deze worden meegenomen in het ontwerpproces, dan ontstaan gebouwen waar mensen van houden”, aldus Valk.

Meetbaar beter dankzij architectuur

Bart van Kampen van De Zwarte Hond laat zien welke meerwaarde architectuur heeft voor de gezondheid van de gebruikers. In Apeldoorn ontwierp het bureau een complex voor zorginstantie ‘s Heeren Loo. Samen met de gebruikers is een gebouw neergezet met een thuisgevoel. Want los van alles wat meetbaar is aan het binnenklimaat, is het belangrijk dat de mensen een plek hebben om elkaar te ontmoeten, waar ze zich veilig weten en thuis voelen. Nu, een aantal jaren na oplevering, is meetbaar vastgesteld dat de cliënten zich aanzienlijk beter voelen en er minder zorg nodig is.



VLNR: Hadassah de Boer, Atto Harsta, Harm Valk, Bart van Kampen

Weer volledig partner in het bouwproces

Paul van Bergen van DGMR vraagt zich af wat architecten moeten doen om morgen gezonde gebouwen neer te zetten en vraagt Atto Harsta welke zaken architecten zeker moeten doen om hiermee succesvol aan de slag te kunnen. Ten eerste, zegt Harsta, moet je weten wat er echt speelt. We hebben tegenwoordig hele andere problemen dan vroeger, je kunt niet meer uitgaan van verouderde data. Als je volwaardig partner wilt worden ten opzichte van een installateur, dan moet je volledig en actueel inzicht hebben de problemen die op het gebied van licht, lucht en ventilatie spelen. We moeten dus ophouden met het accepteren van deelopdrachten en weer meester zijn over het hele bouwproces.

Meer geld voor ruimtelijkheid in plaats van installaties

Van Kampen vult aan dat gebouwen gezonder gemaakt kunnen worden door de architect al te betrekken bij de formulering van het PvE. Dit gebeurt echter steeds minder. “Vecht voor een goed gebouw en laat je niet omverblazen door de regeltjes”, zegt hij. “Zorg ervoor dat er geld overblijft voor goede architectuur. Momenteel gaat 25% van het bouwbudget van scholen naar installaties die binnen een paar jaar aan vervanging toe zijn. Dat is absurd! Laten we ervoor zorgen dat er meer geld komt voor ruimtelijkheid, dat gaat decennia lang mee.”

Meer meten aan gebouwen

Een interessante afsluitende notie komt van Harsta. Hij pleit ervoor ervoor om meer te meten aan gebouwen. “Laten we ervoor zorgen dat ruimtelijkheid en materialisatie in het kader van evidence based design worden meegenomen in de vergelijking.”

Industrialisatie

Het laatste deel van de dag gaat over industrialisatie. Jan Willem van de Groep gooit gelijk de knuppel in het hoenderhok als hij schijnbaar achteloos zijn verhaal begint met de opmerking dat hij de oplossing heeft voor alle problemen die door voorgaande sprekers aan de kaak zijn gesteld.

Volgens Van de Groep hangt bijna alles samen met de kostprijs en de kwaliteit. Om tot de gewenste prijs te komen, moeten we naar een ander bouwmodel toe. Het resultaat: betere spullen, lagere prijzen, maximale waarde voor klant en bedrijf.

De architect als Original Equipment Manufacturer

Volgens van de Groep moeten we in de bouw toe naar het ontwikkelmodel dat ook in de industrie wordt gehanteerd. De ontwerper als Original Equipment Manufacturer.

Iemand die dit principe voor een deel al in de praktijk brengt is Mathijs van Dijk van WeLL Design. Hij is industrieel ontwerper van beroep, dus niet iemand die je hier op het podium zou verwachten. Ware het niet dat hij in 2010 met Volker Wessels in gesprek raakte over de mogelijkheid om in één dag een woning neer te kunnen zetten. Onder de naam Morgenwoning ontwikkelden ze precies dat: ‘s ochtends vertrekt de eerste vrachtwagen van de fabriek en ‘s avonds krijgen de bewoners hun sleutel overhandigd.

Alles kan geïndustrialiseerd worden

Bijna alles waarvan men tegenwoordig zegt dat het niet kan worden geïndustrialiseerd, kan toch gestandaardiseerd geproduceerd worden, zegt Van Dijk. Wat nodig is is kennis van het systematisch productontwikkelingsproces voor serieproducten. Logistiek denken is de drijvende factor. Alles is aanpasbaar in zijn Morgenwoning, zelfs de locatie van de badkamer kan achteraf gewijzigd worden.

Bart Spee van SPEE architecten is op zijn beurt al acht jaar bezig met productontwikkelen om te kijken hoe het bouwen beter kan. Wat hem verbaast is dat er veel gecertificeerde systemen zijn die nog nauwelijks worden toegepast. UIt frustratie hiermee richtte hij zijn eigen ontwikkelbedrijf op, LOOP Development.

Denk vanuit het product

Leveranciers zijn volgens Spee veel verder dan bouwers qua duurzaamheid en prestatie. Als ontwerpteam bedenk je iets moois, wat vervolgens wordt doodgerekend door een aannemer. Om daadwerkelijk duurzaam te kunnen bouwen, moet je vanuit de producten gaan denken en die als basis gebruiken voor je ontwerp. Dan kunnen aannemers aansluiten die gewend zijn om de gekozen materialen toe te passen.

Herstructureer het proces

Saskia van Bohemen van Bowall meent dat de grootste winst in innovatie is te behalen in de organisatie van het proces. In de bouw bestaat een grote voorkeur voor wat ze ‘estafettebouw’ noemt. Deze wijze van bouwen werkt echter bouwfouten in de hand, iedereen moet op elkaar wachten.


Spreker Saskia van Bohemen

Schone taak voor architecten

De nieuwe generatie architecten is veel beter in staat om het verhaal van hun architectuur te vertellen. Hierdoor staan ze stevig in hun schoenen in een bouwproces waar opdrachtgevers en gebruikers direct betrokken worden. Aan deze generatie de schone taak om industrialisatie van de bouw naar zich toe te trekken en gebruiker in het eindproduct centraal te stellen. De komende tijd zal ARC15 Lab dit thema verder gaan uitdiepen. Er is nog zoveel te innoveren en zoveel kwaliteit te realiseren, daar rust een schone taak voor architecten. Tijd voor actie. Wordt vervolgd!

Bekijk hier de beelden die gisteren zijn genomen tijdens ARC15 Lab in het Kunstmin in Dordrecht

Reageer op dit artikel