nieuws

TivoliVredenburg en het stationsgebied deel 3

Geen categorie

Sinds enige tijd is de skyline van Utrecht een nieuw gebouw rijker. Zonder noemenswaardige problemen is naast winkelcentrum Hoog Catharijne Muziekpaleis TivoliVredenburg verrezen. Naast de gerenoveerde, oude Symfoniezaal van Herman Hertzberger, bestaat het uit een stapeling van vier nieuwe zalen die zijn ontworpen door vier coarchitecten. De coördinatie van deze unieke onderneming was toevertrouwd aan Hertzberger. Het gebouw verinnerlijkt de nieuwe stedelijke cultuur van Utrecht en biedt de bezoeker een andere kijk op de stad.

TivoliVredenburg en het stationsgebied deel 3

Dit verhaal van auteur Jaap Evert Abrahamse is gepubliceerd in de Architect, juni 2014. Het wordt in 3 delen online gepubliceerd. Dit is deel 3.

Het samenvoegen van de verschillende zalen in één gebouw was niet alleen een ontwerpopgave en een complexe technische opgave. Er was meer aan de hand dan ruimtebehoefte, routing en geluidseisen. Ieder van de zalen had voorheen een eigen gebouw, een eigen directie en bestuur, eigen programmeurs en een eigen publiek, en zeker Vredenburg en Tivoli hadden een zeer onderscheiden, landelijk bekende identiteit – en een goede naam onder de optredende artiesten. Daarom kreeg het Muziekcentrum de dubbele naam TivoliVredenburg. Al snel drong het inzicht door dat een groter gebouw met meerdere zalen meer mogelijkheden biedt voor de programmering. Pop hoeft niet per se in de popzaal, maar kan ook in de grote zaal, en de jazzzaal is niet meer allen voorbehouden aan jazz. Zeker voor het programmeren van festivals en series biedt het gebouw mogelijkheden die de gebouwen afzonderlijk niet hadden.

 
Foto: Herman van Doorn

Zo is het gebouw in zekere zin vergelijkbaar met het Groninger Museum. Dat bestaat uit verschillende collecties, met een sterk onderscheiden identiteit – en dus ieder een eigen architectuur en inrichting die weinig tot niets met elkaar te maken hebben. Die instellingen wilden niet samen en dat laat het nieuwe gebouw van het museum ook zien. Wie in de zalen en de tussenruimtes van het nieuwe TivoliVredenburg rondloopt, komt van de ene wereld in de andere, van de elegante ovale kamermuziekzaal, in licht hout met mooie balkons, naar de popzaal waar het podium aan de lange kant zit, zodat bands ‘in your face’ een massieve geluidsmuur kunnen optrekken. De jazzclub en de bijbehorende zaal zijn met elkaar verbonden door een enorm balkon dat de beide ruimtes ver insteekt. Het idee om alle zalen door elkaar in één volume te plaatsen dwong tot het vormen van één organisatie. Ondanks hun enorme verschillen hebben de zalen twee aspecten gemeen waar ook de oude zaal om bekend stond: alle ontwerpers hebben geprobeerd maximaal contact tussen de optredende artiesten en hun publiek te realiseren, en er is in alle zalen gestreefd naar een sublieme akoestiek, wat blijkens de eerste concertrecensies in de Ronda en de Hertz gelukt lijkt.

Tussen de verschillende gebouwen met verschillende sferen ontstaat een (half) georganiseerde ‘culture clash’. Het oorspronkelijke idee van Hertzbergers oude Vredenburg, van het gebouw als stedelijke ruimte, van ontmoeten en ontlopen, keert in het nieuwe complex terug op een veel grotere schaal en met een veel grotere diversiteit en intensiteit. Hoe het gebouw op de langere termijn zal functioneren is nauwelijks te zeggen, maar het rondlopen in de verticale stad is een aangename ervaring. Het idee om de stad door te laten lopen in het gebouw doet recht aan het oorspronkelijke concept van het Muziekcentrum. Het vergroten van de diversiteit door deze verticale stad te laten ontwerpen door verschillende bureaus is daarvan een logisch gevolg.

Expressieve kolos

Tijdens het ontwerpproces – terwijl de architecten allemaal aan hun eigen zaal werkten – bleek dat er meer logistieke ruimte en meer onafhankelijke vluchtwegen nodig waren. Dat zorgde er samen met het werk van de akoestisch adviseur voor dat de zalen van elkaar gescheiden bleven: zelfs als ze zijn voorzien van een box-in-boxconstructie is voldoende tussenruimte nodig om de verschillende zalen elkaar in het gebruik niet te laten bijten. De technische eisen bleken uitermate behulpzaam bij het overeind houden van het architectonische concept en het creëren van ruimte en contrast tussen de zalen.

De binnenwereld in het gebouw kent een zekere continuïteit in concept en vormgeving. Dat geldt niet voor het exterieur. Aan de buitenkant is het Muziekcentrum veranderd van een laag, grijzig, introvert gebouw in een expressieve kolos met een massieve aanwezigheid in het stationsgebied én de binnenstad. Toen tijdens het ontwerpproces bleek dat de popzaal groter moest – het bezoekersaantal ging omhoog van 1.500 naar 2.000 – en dichterbij de straat wilde komen in plaats van op grote hoogte, werd de neutrale kubusvorm verlaten. De buitengevels vormen geen neutrale schil meer rond de expressieve volumes van de zalen, maar spelen zelf een zeer nadrukkelijke rol in de veelvormige configuratie van gebouwen. Daarmee is het nieuwe Muziekcentrum een treffend symbool van de maalstroom van vernieuwingen die het Utrechtse stationsgebied al decennia in de greep houden.

Wil je dit artikel liever in één keer lezen, met bijbehorende beelden en tekeningen? Dat kan. Via de knop hieronder kun je het juninummer los bestellen.

Actie abonnement de Architect 

 

Reageer op dit artikel