nieuws

“Het publieke gebouw is een publieke zaak”

Geen categorie

De afgelopen tijd zijn veel publieke gebouwen gesneuveld in de raadzaal van de verantwoordelijke stadsbesturen. Terwijl de lokale politiek met elkaar overhoop ligt, rijst de vraag waarom de inwoners niet worden betrokken bij de besluitvorming. Want burgers zijn prima in staat om over grote publieke projecten mee te denken en mee te beslissen, aldus Frans Soeterbroek, socioloog en bestuurlijk adviseur. “Wie denkt dat je hiermee alleen maar middelmatige oplossingen voor de stad binnenhaalt, is het anno 2014 niet waard een stad te besturen.” Hij schreef een genuanceerd opiniestuk in de Architect waarin hij lokale overheden tools aanreikt om de besluitvorming rond gemeentelijke projecten soepel te laten verlopen.

“Het publieke gebouw is een publieke zaak”

Op 6 mei jongstleden besteedde het programma Nieuwsuur aandacht aan de controverses over grote culturele nieuwbouwprojecten als nasleep van de gemeenteraadsverkiezingen. Het Spuiforum in Den Haag en het kunstencluster Arta in Arnhem waren (naast het nieuwe bezoekerscentrum in Schiermonnikoog) de hoofdonderwerpen.

Er kwamen twee typen verontwaardiging aan bod: de mensen uit de ‘inner circle’ van de plannen die praatten over bestuurlijke infarcten, kostbare tijdverspilling en gebrek aan politieke durf. En mensen daarbuiten die te hoop lopen tegen dure prestigeprojecten in tijden van bezuiniging en, zoals een van hen het uitdrukte, ‘de aan hysterie grenzende’ hardnekkigheid bij de voorstanders van die projecten.

Dit beeld van harde tegenstellingen en grote vertwijfeling over de oogkleppen bij de ander kan met gemak ook geprojecteerd worden op de besluitvorming over andere publieke gebouwen zoals de Bieb++ in Utrecht, het Groninger Forum of verder terug in de tijd de Stopera in Amsterdam.

Stadsplanning als strategisch spel

En dan hebben we het nog niet eens over al die andere grote stedebouwkundige, regionale en infrastructurele projecten. Peter Hall schreef er in 1984 al een mooi boek over, Great planning disasters, waarin hij zich aan de hand van projecten als de bouw van de Concorde, de uitbreiding van Heathrow en de Opera van Sydney, verbijsterd afvroeg hoe het toch kon dat bestuurders zich committeren aan (vooral financieel) slecht onderbouwde plannen en zich daarin steeds verder ingraven hoe meer die plannen onder vuur komen.

Bestuurskundigen en politicologen hebben sedertdien vele namen gegeven aan dit fenomeen: entrapment, discourscoalitie, collusie, groupthink, fixatie, mobilisatieparadox enzovoorts. Die komen allemaal op hetzelfde neer: het patroon waarbij een groep mensen met verschillende achtergrond (politici, ambtenaren, ontwikkelaars, cultureel ondernemers, professionals) elkaar vindt in een mooie droom en daarbij de argumenten en cijfers gaan zoeken. En bij tegenstand de hele trukendoos leeghalen: te krappe begrotingen zonder risicoreservering, overoptimistische prognoses van gebruik en bezoekers, nooit werken met meerdere scenario’s en terugvalopties, besluitvorming zo faseren dat er ineens geen weg terug meer lijkt, framen van tegenstanders als kleingeestig en populistisch enzovoorts. De Tweede Kamer heeft in 2005 door een commissie onder leiding van Adri Duijvesteijn voor de Betuweroute en HSL laten onderzoeken hoe dat mechanisme werkt. Dit is wat ze erover schreven: “Het project zingt eerst een periode rond. Mensen hebben het erover, er gaat een commissie aan het werk, er start een lobby, het project figureert in studierapporten en op een gegeven moment is het er ineens.” De commissie hekelt de manier waarop we zo in besluiten worden gerommeld zonder echte afweging van nut en noodzaak.

Pikant detail is dat dezelfde Adri Duijvesteijn in een eerder leven zelf alle trucs uit de kast moest halen om zijn grote droom, het nieuwe stadhuis in den Haag te verwezenlijken, dit uiteindelijk ten koste van zijn wethouderschap.

De strijd rond de beeldvorming

Het probleem voor de pleitbezorgers van de prestigieuze stedelijke projecten is dat de vaak even goed opgeleide en ingevoerde critici alle trucs onderhand wel kennen en daar weer hun eigen frames op loslaten: ‘bodemloze put’, ‘prestigeproject’, ‘de rekening doorschuiven’, ‘de stad kapot maken’, ‘leegstand bevorderen’. De onderzoekers van deze strijd zijn over het algemeen mild over deze laatste groep, omdat deze herkend wordt als nuttige tegenkracht voor machtige coalities die hun zin doordrijven. Ze zijn des te kritischer op lokale bestuurders die met een hoger doel voor ogen (‘durven dromen’, ‘de stad allure geven’, ‘bestuurlijk lef tonen’) de strijd aangaan met wat ze beschouwen als ressentiment en middelmaat in de publieke opinie en lokale politiek. Dit onder het motto: we laten deze droom niet kapot maken door mensen die niet in staat zijn groot te denken. Maar wie zijn plannen slecht onderbouwt en geen vertrouwen heeft in het beoordelingsvermogen van zijn eigen burgers, roept het verzet zelf over zich af.

Dat deze tegenstelling nu in meerdere steden op scherp komt heeft alles te maken met een omslag in de tijdgeest. Veel van die plannen zijn bedacht in een periode waarin het geld niet op kon, de overheden zelf projectontwikkelaar gingen spelen en met de bijbel van Richard Florida in de hand tegen elkaar gingen opbieden met grootse plannen en spraakmakende architectuur om de gunst van de creatieve klasse. Dat tij is nu gekeerd en daar betalen de projecten die nog in de besluitvormingsmachine zitten de prijs voor.

De kracht van publieke besluitvorming

Je zou kunnen stellen dat deze strijd en de bijbehorende verspilling in tijd, geld en energie bij onze democratie horen en dat we die voor lief moeten nemen. Toch knaagt bij vele toeschouwers van dit stedelijk drama het idee dat de kwaliteit van de besluitvorming beter kan en beter moet.

Dat begint mijns inziens bij het vertrouwen dat de burgers van de stad (of ze nu gemeenteraadslid, buurtbewoner of anderszins geïnteresseerd zijn) in staat zijn om niet alleen over de buurtmoestuin maar ook over de grote projecten mee te denken en mee te beslissen. Wie denkt dat je hiermee alleen maar middelmatige oplossingen voor de stad en hindermacht binnenhaalt, is het anno 2014 niet waard een stad te besturen. Het is echt idioot dat stadsbestuurders prestigieuze publieke gebouwen en publieke ruimtes willen realiseren zonder de totstandkoming ervan tot een publieke zaak te maken. Neem eens een voorbeeld aan het Singelpark in Leiden. Een waarlijk groots project geheel bedacht en op gang gehouden door burgers in een mooi samenspel met het gemeentebestuur.

Instrumenten voor besluitvorming

Voor bestuurders die echt samen met de stad besluiten willen nemen over grote projecten geef ik de volgende instrumenten in overweging: een burgerforum om het menings- en besluitvormingsproces te ontwerpen, het verplicht werken met meerdere scenario’s en terugvalopties, het recht van burgerinitiatieven om zelf alternatieven te mogen inbrengen, een verplichte maatschappelijke kosten- en batenanalyse (MKBA) en een periodieke crashtest voor het project en de financiering door een onafhankelijke rekenkamer. Op deze wijze voelen kritische en betrokken burgers zich minder snel veroordeeld tot de rol van hindermacht en is de kans kleiner dat het betrokken project een plek krijgt in een geactualiseerde editie van Great planning disasters.

 

Actie abonnement de Architect

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels