nieuws

De eerste 400 woorden: Ton Matton

Geen categorie

Er zijn weinig mensen binnen het ruimtelijke ontwerpdiscours die zo eigenzinnig denken als Ton Matton. Onlangs publiceerde hij een boek over het EW58 zelfbouwhuis uit de voormalige DDR. Het boek nodigt uit tot een discussie over hoe we wonen en gebonden zijn aan de regels van het heersende economische model: “het zou het begin kunnen zijn van een revolutie”. De eerste 400 woorden van een interview met Ton Matton in de Architect lees je hieronder.

Harm Tilman

EW58/08 dateert uit 2008 en ging toen heel sterk over het autarkisch wonen. Je werkte aan tal van systemen die dit op jezelf wonen ondersteunen. Op dit moment ben je echter veel meer geïnteresseerd in de sociale aspecten. Wanneer is die belangstelling ontstaan?

Ton Matton

Het idee voor het autarkische huis heb ik ontwikkeld voor AIR Hoekse Waard, in de jaren negentig. Destijds ging duurzaam bouwen over het vinden van technologische oplossingen. Maar kijk je terug in de geschiedenis, dan is het de vraag waarom het allemaal zo moeilijk moet. Het kan namelijk ook gemakkelijk. Mijn opa had een fles in de wc-pot staan en bespaarde zo per spoelbeurt een liter water. Daar hoefde geen nieuwe waterbesparende wc aan te pas te komen.

 

Niet veel later verhuisde ik naar Duitsland en het idee van een autarkisch huis verhuisde mee. Op een gegeven moment kwam ik erachter dat totale autarkie onzin is. Een mens is een sociaal wezen dat zich niet kan afzonderen in zijn eigen omgeving. Het is juist leuk om buren te hebben. Als zij eieren hebben of honing, hoef ik die niet te maken. Ik kan op mijn beurt beter andere dingen produceren en die ruilen tegen de goederen die ik wil hebben.

Om deze reden ben ik me steeds meer gaan verdiepen in intermenselijkheid. Tegelijkertijd maakt ik me zorgen hoe het sociale in de neoliberale maatschappij langzaam wordt uitgehold.

  

Harm Tilman

Wat reken je tot het sociale?

Ton Matton

Ik ben nu dertien jaar weg uit Nederland en had sterke kritiek op de Vinexwijken die toen in aanbouw waren. Wat ik niet snapte was waarom wijken worden gebouwd waar mensen alleen komen om te slapen of te grillen terwijl de buren toekijken. Dat systeem dwingt de mensen om zich terug te trekken in hun huizen. De Vinexwijk is daarmee een type stad dat ver af staat van het wonen.

In Duitsland leerde ik het erf kennen en gaandeweg realiseerde ik me dat het ontbreken van een erf de grootste kritiek is op de Vinex. In een tuin van drie bij vijf meter passen slechts een auto en een mini trampoline. Op een erf kun je zijn, je loopt er rond en raapt er eieren, je snoeit er bomen. En als je daar bent ontstaan sociale verbanden en contacten.

Nederland is van een maakland een dienstenland geworden. Iedereen is manager. Het lijkt er niet meer toe te doen …

De rest van het artikel kun je lezen in het aprilnummer van de Architect. Je bestelt hem hier.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels