nieuws

De eerste 400 woorden

Geen categorie

In een serie artikelen onderzoekt onze auteur Tim Habraken terugkerende thema’s in het duurzaamheidsdebat. In het aprilnummer van de Architect onderzoekt hij de merites van het multifunctionele gebouw. Wat is er allemaal nodig om een gebouw met een complex programma succesvol te maken? En wat levert het op voor de lange termijn? De eerste 400 woorden uit het artikel lees je hieronder.

Toen de in de loop van de twintigste eeuw het idee van de functionele stad in opkomst kwam, was dat een logische consequentie van de ontwikkeling van een mechanistisch wereldbeeld. En het leek ook een optimale oplossing voor de razendsnel ontwikkelde steden: het scheiden van wonen, werken, recreatie en verkeer zou de stad ontdoen van de minder prettige kanten van stedelijkheid. Volgens het pleidooi van onder meer het Carta van Athene (CIAM) en zijn adepten zou de stad schoner, efficiënter en overzichtelijker worden.

Er bleken echter de nodige problemen aan deze scheiding der functies te kleven, zoals Charles Jencks (1996, p. 26) betoogde. “Masterplans were drawn up with the city parts neatly split up into functional categories marked working, living, recreation, circulation […] inevitably these mechanistic models did not work; their separation of functions was too coarse and their geometry too crude to aid the fine-grained growth and decline of urban tissue. The pulsations of a living city could not be captured by the machine model”. Oftewel: een van de problemen van mechanische stedebouw was dat het geen echte stedelijkheid creëerde, geen levendigheid. In tegendeel: juist de functionele steden – die overigens helemaal niet zo efficiënt bleken te zijn als de ontwerpers dachten – deden

welhaast nostalgisch terugverlangen naar de ‘exuberant diversity’ in het stedelijk leven waarover critici en sociologen als Jane Jacobs (1961) en Hans Paul Bahrdt (1961) schreven: functiemenging op wijkniveau, compacte stedelijke blokken met een menselijke maat, diversiteit in gebouwtypologieën en -morfologieën en een dichtheid die hoog genoeg is om levendigheid te genereren. Bovendien zouden in een dergelijke ‘stad der korte wegen’ (Brunsing & Frehn 1999) beduidend minder verkeersbewegingen nodig zijn. Van multifunctionele wijken naar multifunctionele accommodaties

Inmiddels is het concept van de functionele stad goeddeels vervangen door het idee van de gemengde, levendige stad. Hoewel niet elk argument even steekhoudend is, kan men over het algemeen betogen dat dit prettigere, gezondere en ook duurzamere wijken oplevert.

Sinds het begin van dit millennium is daarnaast de aandacht voor het concept van de ‘multifunctionele accommodatie’ sterk toegenomen. Simpel gezegd is dit een continuering van het concept van levendige wijken op gebouwniveau. Het bundelen van maatschappelijke functies op een centrale plaats lijkt namelijk niet alleen schaalvoordelen te bieden, maar ook op gebied van efficiëntie en synergie een gunstige uitwerking te hebben. Zo kunnen niet alleen de betreffende functies beter functioneren, maar biedt een multifunctionele accommodatie ook een voordeel voor gebruikers …

De rest van het artikel kun je lezen in het aprilnummer van de Architect. Je bestelt hem hier.

Actie abonnement de Architect

Reageer op dit artikel