nieuws

Centraal Station Rotterdam, Deel 3

Geen categorie

‘De kapsalon’; ‘de puntzak’ of ‘de haaienbek’, slechts enkele bijnamen van het nieuwe station in Rotterdam. Het gebouw drukt zijn stempel op de stad, nu en in de toekomst. In een serie van drie artikelen publiceert de website van de Architect het artikel van Jan Willem van Kuilenburg. De auteur gaat dieper in op het ontwerp van het station en de rol van het station binnen Rotterdam maar ook binnen Nederland. Een verhaal over een nieuw architectuur icoon.

Vandaag deel 3, over een dramatisch geënsceneerde holte, kolommen als mensfiguren en het beeld van Ossip Zadkine.

Dramatisch geënsceneerde holte

Het nieuwe station dat in de volksmond ook wel ‘de kapsalon’, ‘de puntzak’ of ‘de haaienbek’ wordt genoemd, is een enorme aanwinst voor de stad. Het kan niet los worden gezien van de nieuwe aansluitingen die zijn gecreëerd op andere modaliteiten van vervoer. Onder het autoluwe Kruisplein is de diepste parkeergarage van Nederland aangebracht. Ze strekt zich uit over zes lagen en heeft 760 plaatsen. Onder het voorplein ligt tussen metro en Weenatunnel een heldere, uitgestrekte fietsenstalling met 5.200 plaatsen. Verder vinden we in en rond cs bus- en tramperrons, geoptimaliseerde aansluitingen op het metrostation, de gerenoveerde fietstunnel en een bovengrondse fietsenstalling met 1.600 plaatsen. Deze onderdelen zijn apart ontworpen, zijn onderling redelijk vloeiend met elkaar verbonden en zijn goed vindbaar. Door de diagonaal kruisende metrotunnel is de perronlayout asymmetrisch van opzet. Aan de westzijde is daarom een voetgangersbrug gebouwd die uitziet over de sporen. Het terugleggen van de stationshal heelt het stedelijk weefsel in de richting van zowel de Conradstraat als het Delftseplein. De aansluiting op Kruisplein en Westersingel bestaat uit een groene en zo transparant mogelijke voetgangersruimte. Beide entreepaviljoens van de Kruispleingarage sluiten aan op de architectuur van het station.

Individueel of voor de massa

Terwijl de reiziger in het oude station van Van Ravesteijn werd omarmd en individueel benaderd, beweegt hij zich in het nieuwe station door een dramatisch geënsceneerde holte tussen vloerveld en dakplaat. In deze holte zijn drie glazen volumes voor retail en kantoren geplaatst. Twee hiervan bezitten gedecoreerde betonbanden die verwijzen naar het Groothandelsgebouw en Central Post. Door het opvallende gedrag van het dakvlak heeft het stationsgebouw een setting die niet strookt met de gangbare ontwikkeling van stationstypologieën. Voor de hoge, authentieke punt zijn tientallen varianten ontworpen. Uitgangspunt hierbij was dat men een groot contrast zocht met de blokkendozen op het Weena, dat men de diagonaal gelegen metroingang op het voorplein wilde overkappen en dat men de blik van de reiziger wilde richten op het stadscentrum. Helaas verschijnt hierbij vooral de banale Millenniumtoren in het zicht.

 

Constructie

De diagonaal kruisende metrotunnel maakt een draagstructuur onder het gesloten dak van de hal onmogelijk. Op de tunnelwanden zijn twee steunpunten met hoge vakwerkliggers geplaatst tussen de metalen buiten- en de houten binnenhuid. Het houten plafond wordt nergens onderbroken en beweegt zich door de enorme uitgestrektheid als een prismatisch landschap. Dit is helaas niet consequent doorgevoerd boven perron 1, waar één van de nieuwe stalen hoofdliggers het prachtige houten vlak bruut doorbreekt, vanwege de conceptueel bedachte overlap met de draagconstructie van de sporenkap.

 

 Kolommen als mensen

De stationsconstructie bestaat uit Y-kolommen die zich als menselijke figuren met gestrekte armen en benen expressief inzetten. De benen overbruggen de vides boven de roltrappen naar de perrons, de armen dragen de primaire stalen liggers van het dak. De grijs geschilderde gelamineerde houten liggers overspannen de sporen. De secundaire liggers zijn slank en hoog en beschermen de perrons tegen een overdaad aan zoninval. De opvallende donkerbruine kleur van de kolommen en de primaire liggers is gekozen om op lange termijn geen vervuiling te zien. De Y-vorm die herinneringen oproept aan de perronoverkappingen van Van Ravesteyn, keert terug in de balustraden, de ophanging van de verlichting en de boombeplanting gaan de voorzijde.

Terwijl in de Y-kolommen alle kabels en hemelwaterafvoeren zijn geïntegreerd, worden de bovenleidingen van de treinen door de oude stalen ns-portaalliggers gedragen. Dit ligt vanwege het lage budget en de logistiek tijdens de bouw voor de hand, maar de visuele ruis die dit oplevert, verstoort, de ruimtelijke transparantie en de ijle atmosfeer. De bovenleidingen zouden geïntegreerd kunnen zijn door ze bijvoorbeeld met verticale kabels op te hangen aan de nieuwe dakconstructie.

Ruimtelijkheid

Als geheel maakt het nieuwe Centraal Station grote indruk door zijn enorme ruimtelijkheid, transparantie en afleesbaarheid, de comfortabele routing en de mooie en grotendeels zorgvuldige materialisering. Bij het zitmeubilair voor de wachtende reizigers is afscheid genomen van de goedkope huisstijl van de ns. Het Rotterdamse station is een pilot van een nieuwe aanpak die later landelijk zal worden uitgerold. De satisfactie onder de reizigers is groot. Ook de Rotterdamse bevolking is trots en heeft het nieuwe Centraal Station in het hart gesloten. Op dit moment wordt overwogen om het beeld De Verwoeste Stad van Zadkine op het voorplein te plaatsen. Mogelijk doet dit die trots tot nog grotere hoogten stijgen. Zal het kunstwerk het stralende middelpunt worden van de monumentale stationshal?

Actie abonnement de Architect

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels