nieuws

Centraal Station Rotterdam, Deel 2

Geen categorie

‘De kapsalon’; ‘de puntzak’ of ‘de haaienbek’, slechts enkele bijnamen van het nieuwe station in Rotterdam. Het gebouw drukt zijn stempel op de stad, nu en in de toekomst. In een serie van drie artikelen publiceert de website van de Architect het artikel van Jan Willem van Kuilenburg. De auteur gaat dieper in op het ontwerp van het station en de rol van het station binnen Rotterdam maar ook binnen Nederland. Een verhaal over een nieuw architectuur icoon.

Vandaag deel 2, over het Grand Central in New York, de piramidevormige lichthappers en de stationsoverkapping met een overkapping van drie voetbalvelden.
Lees hier deel 1.

Materialisering

Het ontwerp streeft in horizontale zin expliciet naar een zo groot mogelijke ruimtelijke continuïteit. Het gehele project is grotendeels gemaakt met de materialen rvs, hout, natuursteen en glas. Deze zijn niet technisch ingezet; de harde ervaring ervan is juist verzacht. Het metaal van het dak is gebobbeld, terwijl in het interieur veel hout is toegepast en het kleurenpalet van de vloeren en de constructies sporen bevat van warme roodtinten. In het glas zijn patronen aangebracht. Het metalen dakvlak van de hal bestaat uit dunne en bewust bobbelende stroken gepolijst roestvast staal. De aansluitingen tussen de stroken zijn met behulp van vlakke, gelaste felsverbindingen opgelost. De binnenbekleding met houten latten van western red cedar vormt een stedebouwkundige en opgeschaalde versie van het bekende schrootjesplafond. Maar nu is tussen de latten ruimte gelaten en kennen deze verschillende breedten en dikten. Het resultaat is een ruimtelijke bekleding die door zijn textuur tot leven komt en een warm interieur schept dat bovendien een uitstekende akoestiek bezit. De twee hoekpunten op het voorplein waar het dakvlak op een haast kwetsbare manier tot menselijke hoogte afdaalt, maken grote indruk.

 

Zonlicht en warmte

De grote, interne vakwerkliggers zijn bekleed met metaal en hout. De rand van het metalen dak zorgt voor de verbinding tussen beide en vormt zo een spectaculair slingerend lint. Door het stroken-systeem kon het lint naar hartenlust getordeerd worden uitgevoerd. Aan de westelijke stadszijde loopt het lint dood tegen de rechthoekige onderzijde van de omlaag gevouwen metalen perrongevel. In een later stadium zal mogelijk een gebouw deze storende overgang afdekken. Het glazen dak van de stationsoverkapping meet 150 bij 250 meter en is 30.000 vierkante meter groot. 10.000 vierkante meter hiervan – een voetbalveld groot – is bedekt met pv-cellen die het zonlicht filteren. Deze cellen leveren, in combinatie met de warmtekoudeopslag, per jaar 350 mwu. Dit wordt gebruikt voor de roltrappen, de liften en de stationsverlichting, vergelijkbaar met het elektriciteitsgebruik van honderd huishoudens. De rest van het dak vangt door de toekomstige omringende hoogbouw te weinig direct zonlicht om energetisch rendabel te zijn, maar is wel van een streepjespatroon voorzien om de warmtelast te verlagen.

Kristallijn

De stationsoverkapping is aan de zijde van de Provenierswijk ter afscherming van spoorlawaai omgevouwen. Het basisprincipe voor de waterafvoer van een dak met sheds is hier door de architect op de gevel toegepast. Ook in deze gevel is het glas voorzien van een streepjespatroon als een visueel middel tegen vervuiling. Het resultaat is een zaagtandpatroon dat simpel verwijst naar de daken in de woonwijk. De kristallijnen gevel is open op het maaiveld, maar reflecteert wel het koude noordenlicht en biedt daardoor een gering doorzicht naar het interieur onder de stationsoverkapping. De aankomst per trein wordt bepaald door een wandeling in de ijle atmosfeer met open perrons, een duik in de levendige passage en tot slot de passage naar de stad in zuidelijke richting.

 

Interieur station

De verschuiving van het programma uit de stationshal naar de passage heeft geleid tot een overzichtelijke, luxe en vooral actieve winkelomgeving die in niets meer herinnert aan de voormalige benauwende tunnel. De passage functioneert als het kloppende hart van het complex en is daartoe sterk verbreed. Ze heeft extra hoogte gekregen doordat het peil van de Provenierswijk naar binnen is getrokken. De bovenliggende perronvloeren zijn verdund en verjongd en deels met diffuus glas belegd, met uitstekende doorzichten naar de perrons als resultaat. De kolommen met rvs-manchetten bepalen een centrale zone met twee zijbeuken voor de prachtig verlichte winkels. Het is ook gelukt om de controlepoortjes aan beide uiteinden in een verlaagde variant te realiseren.

Rembrandt

Afwisseling van daglicht, doorzichten en verbindingen zijn de grote kwesties. In het gebouwde resultaat is bijna alles interieur geworden en is de beleving van natuurlijk daglicht essentieel. Belangrijkste inspiratiebron voor de daglichttoetreding in de stationshal is Grand Central in New York geweest, waar de reiziger een relatief donkere entreehal met een dramatische Rembrandt-achtige lichtval betreedt. Hiertoe zijn in Rotterdam piramidevormige lichthappers aangebracht. De spiegels die de zon zouden moeten volgen, zijn vastgezet en weerspiegelen slechts heel af en toe lichtbanen. In plaats van dit dramatische licht moeten we het nu doen met een enorm ledscherm waarop livecambeelden van de Rotterdamse haven worden geprojecteerd.

Dit artikel maakt deel uit van een publicatie verscheen in de Architect van april 2004. Deze uitgave is te bestellen in onze webshop door te klikken op onderstaande link.

 

Actie abonnement de Architect

 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels