nieuws

Bouwbesluit 2012: makes things better?

Geen categorie

Maakt het nieuwe Bouwbesluit de gebouwde omgeving beter? En het leven van ontwerpers eenvoudiger? Dat vraagt adviseur bouwfysica & brandveiligheid Mark van Veghel van ABT zich af in het juninummer van de Architect.

Bouwbesluit 2012: makes things better?

Op 1 april is het nieuwe Bouwbesluit 2012 van kracht geworden. Dit was de tweede ingrijpende wijziging na het eerste Bouwbesluit in 1992. Een van de doelen van de vernieuwing was om de regeldruk te verminderen. De bouwbranche had er vantevoren weinig vertrouwen in dat dit zou lukken. Nu de regels van kracht zijn, heeft Van Veghel het document geanalyseerd en de plussen en de minnen opgeteld.

Nieuwe Euronormen voor constructieberekeningen

In de nieuwe NEN-EN Euronormen 1990 t/m 1999 zijn de belastingen op en de sterktes van de bouwmaterialen aanzienlijk veranderd opzichte van de tot 1 april 2012 geldende NEN normen. In de normen staan er regels voor de sterktes, regels voor belastingen en regels voor de belastingsfactoren1. De belastingen vermenigvuldigd met belastingfactoren veroorzaken spanningen, die wat kleiner2 dan de karakteristieke sterktes van het materiaal moeten zijn. De te controleren spanningen zijn: trek, druk, buiging, afschuiving3 , etc.

Ingenieur Eef  Siemelink stuurdee de volgende input over de sterkte van verschillende materialen:

Beton

Bij beton mag vanaf 1 april minder afschuifsterkte van het beton in rekening worden gebracht en zal de benodigde afschuifsterkte dus ook door meer beugelwapening gedragen moeten worden.

Staal

Bij staal is het gebied aan de rand van het lijf van een I-ligger, waar de afschuifsterkte in rekening gebracht mag worden, gereduceerd. Voor staal is echter de ongewijzigde buigsterkte veelal het maatgevende ontwerpcriterium voor de dimensionering, maar als buiging gecombineerd wordt met trek of druk van stalen liggers, dan is de nieuwe Euronorm is wel gewijzigd en strenger.

Hout

Voor hout zakt in de nieuwe Euronorm de druksterkte loodrecht op de vezelrichting met een factor 1,8. De onderregel van houtskeletbouw moet hierdoor of groter gedimensioneerd worden of van een sterker houtproduct gemaakt worden. Door een goed gekozen massa veer massa veer opbouw wordt ook aan de hoge geluidseisen van de Euronorm ruimschoots voldaan.

  

Nieuw in de Euronorm is de toepassing van Laminated Vener Lumber (LVL). Het principe van de productie is in de bovenstaande figuur aangegeven. Dit is een doorontwikkeling op triplex, waardoor de slechte knoesten niet meer over een grote dikte aanwezig zijn, zodat het materiaal zeer veel sterker wordt. Als de onderregel bij houtskeletbouw van LVL op de kant gemaakt wordt, kunnen de maten van deze onderregel in de nieuwe norm ongewijzigd blijven en nog veel zwaardere belasting van het eigen gewicht van hoogbouw dragen. Veel panlatten gaan er met traditioneel hout stuk, wat extra werk betekent. Met de sterkere en met name uniforme en rechte LVL panlatten kan aanzienlijk op dit werk bespaard worden. LVL maakt het ook mogelijk dat de balken onder het dakbeschot veel verder uit elkaar kunnen liggen. Daarmee bespaart men ook op arbeid. LVL is licht, snel te monteren, stijf, zodat een balk een hoge eigenfrequentie heeft, waarmee ook aan deze vaak maatgevende eis van het Bouwbesluit wordt voldaan. Leveranciers, die LVL zeer goed kunnen verlijmen, maken doosvormige constructies, waardoor daken tot 20 m en vloeren tot 16 m kunnen overspannen. T vormige vloeren zijn eveneens mogelijk. Leidingen kunnen dan gemakkelijk door het lijf van de T heenlopen. Dit LVL verbetert ook de mogelijkheden van driescharnierspanten, gebogen kappen, en vakwerken. De beperkte hart op hart afstand van de verbindingsmiddelen helpt hierbij. Op de Floriade van 2012 in Venlo is er een dubbelgekromde constructie van dit LVL gemaakt. Een deel hiervan staat op de foto:

 

Belastingen

De waarden van de permanente belasting G verschillen in beide normen nauwelijks. Voor de veranderlijke belasting Q kunnen de verschillen groter zijn. Voor wind Qwind kent de nieuwe Euronorm gebieden langs de kust, waar ten opzichte van de oude norm met veel hogere windbelastingen gerekend moet worden.

Belastingfactoren

De belastingfactoren hangen af van de gebruiksklasse van het gebouw. De gebruiksklassen CC1, CC2 en CC3 hebben een oplopende ontwerplevensduur.

  • Tot gebruiksklasse CC1 behoren industriegebouwen met één of twee verdiepingen, bedrijfsgebouwen voor de landbouw, tuinbouwkassen en éénsgezinswoningen. Bij gebruiksklasse CC1 is de belastingfactor voor de permanente belasting P verlaagd en de belastingfactor voor de veranderlijke belasting Q verhoogd. Constructies worden belast door een belastingcombinatie van de permanente belasting P en de veranderlijke belasting Q. Als bij gebruiksklasse CC1 de permanente belasting P niet te klein is, zal de nieuwe Euronorm wat de belastingfactoren betreft lichter zijn dan de oude norm.
  • Tot gebruiksklasse CC2 behoren woongebouwen, kantoorgebouwen, openbare gebouwen en industriegebouwen met drie of meer verdiepingen.
  • Tot gebruiksklasse CC3 behoren concertzalen, tentoonstellingsruimten, tribunes en hoogbouw meer dan 70 m hoog. Voor deze gebouwen zijn de belastingfactoren verhoogd bij CC3 of ten minste niet verlaagd bij CC2, waardoor de nieuwe Euronorm voor de gebruiksklassen CC2 en CC3 maatgevend wordt ten opzichte van de oude norm.

1 Belastingfactoren zijn veiligheidscoëfficiënten, zonder belastingfactoren zou een constructie bij een minimale extra belasting bezwijken.

2 De karakteristieke sterkte wordt door de materiaalfactor gedeeld, waarna de design sterkte met de design spanning vergeleken wordt. De design spanning is de spanning t.g.v. de karakteristieke belasting vermenigvuldigd met de belastingfactor.

3 Afschuiving is de spanning van de constructie evenwijdig aan de richting van de belasting bij loodrecht op de as-richting van de balk of van de kolom belaste constructies.

 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels