nieuws

Drie benaderingen van duurzaamheid en renovatie

Geen categorie

Duurzaamheid en renovatie zijn een vast onderdeel geworden van de architectuurpraktijk. Anke van Hal signaleert in het juninummer een aantal recente ontwikkelingen binnen deze nieuwe grote opgaven, waaronder leaseconstructies voor lichtbronnen, herontwikkeling van bestaand vastgoed, renovatie tot passiefwoningen. Een rondgang langs architecten levert een interessant beeld op van de houdingen ten opzichte van alle veranderingen.

Drie benaderingen van duurzaamheid en renovatie

 

Zo lijkt een deel van de beroepsgroep die vooral op nieuwbouw-projecten was gericht, weinig te zien in een inhoudelijke koerswijziging. Vooral de focusverschuiving van nieuwbouw naar bestaand lijkt bij sommige architecten weerstand op te roepen. Het herontwerpen van een bestaand gebouw lijkt door hen als een totaal andere vaardigheid beschouwd te worden dan die waar architecten van nieuwbouwprojecten over beschikken. 

Vanzelfsprekend

Daar tegenover staan architecten die de nieuwe opgave als een vanzelfsprekend deel van het hun werkzaamheden beschouwen en ook van mening zijn dat zij over voldoende vaardigheden beschikken om hiermee aan de slag te gaan. “Wie zich er een beetje in verdiept weet al snel heel veel van duurzaamheid”, luidde de reactie van een van de architecten. En: “Zo heel veel verschilt de bestaande bouw ook weer niet van nieuwbouw.”

Zoeken naar samenwerking

Een derde groep ten slotte voelt zich aangetrokken tot de nieuwe opgaven maar ziet zichzelf gehinderd door gebrek aan kennis. Zij zijn sterker dan hun collega’s uit de andere twee groepen geneigd toenadering te zoeken tot partijen die wel ervaring hebben opgedaan binnen de transformatieopgave. Zij zoeken bijvoorbeeld contact met bedrijven die heel goed zijn in het analyseren van de technische kwaliteit van de bestaande voorraad, met facility-managers of met specialisten op duurzaamheidsgebied. Ook betrekken ze sociologen en andere menswetenschappers bij het proces die de consequenties van de herontwikkeling voor de bestaande omgeving goed kunnen inschatten, of die een link kunnen leggen met de werkgelegenheidsproblematiek of andere sociale problemen. Zij beschouwen de nieuwe opgave als dermate groot en complex dat het niet te verwachten valt dat één partij het enige en juiste antwoord kan formuleren. De spreuk van Loesje, ‘waarom moeilijk doen als het samen kan’, lijkt geheel op hen van toepassing te zijn.

Het volledige artikel van Anke van Hal vind u in het juninummer van de Architect.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels