nieuws

Ole Bouman reageert op advies raad voor cultuur

Geen categorie

Op de NAi-website reageert directeur Ole Bouman op het advies van de Raad voor Cultuur. Hij typeert de bezuinigingsplannen onder andere als ‘Maatschappelijk en financieel korte termijn denken’. Op Maandag 9 mei vindt in het Schieblock in Rotterdam een ‘schadeinventarisatielunch’ plaats. Hierbij zijn onder andere Janny Rodermond (SfA), George Brugmans (IABR), Patrick van der Klooster (AIR) en Ole Bouman (NAi) aanwezig.

Ole Bouman reageert op advies raad voor cultuur

Hieronder de reactie van Ole Bouman:

De Raad voor Cultuur heeft gesproken. Met een vriendelijk verzoek de voorgestelde bezuinigen gefaseerd door te voeren, ligt er een voorstel op tafel waarin vooral de rekensommen prevaleren die gezamenlijk uitkomen op 125 miljoen korting op het cultuurbudget. De gevolgen zijn per discipline zichtbaar gemaakt. Niet inhoudelijk, wel sectoraal en institutioneel.

Dit advies markeert een moment van de waarheid. Zo’n moment waarop duidelijk wordt dat het nemen van onverantwoorde risico’s bij het aangaan van leningen, het verhandelen van schulden en het met belastinggeld overbruggen van de handelsverliezen die daarbij optraden, een prijs heeft die eens betaald moet worden. Zoals door koud te saneren in de cultuursector. Maatschappelijk en financieel korte termijn denken wint een slag van de tijdloze waarden van schoonheid, nieuwsgierigheid en verbeeldingskracht.

Hoewel de effecten van een dergelijke bezuiniging nog niet geheel zijn te overzien, lijkt deze voorgestelde vermindering van kosten op cultuursubsidies al snel weer nieuwe verliezen in te luiden: verlies aan belastingopbrengsten, grondopbrengsten en aan inkomsten uit toerisme en kleinschalige creatieve bedrijvigheid. Daarnaast is een directe verhoging van uitkeringskosten bij voorbaat een gegeven. Mocht dat wat nu aan culturele kwaliteit verdwijnt in betere economische tijden terug kunnen komen, dan gaat het om veel grotere uitgaven dan wat er nu wordt bezuinigd.

De plannen met de architectuursector laten goed zien hoe dit werkt. Het advies van de raad is om de sector met 20% aan te slaan, waarmee het nog enigszins gunstig afsteekt ten opzichte van andere disciplines (gemiddeld 26%). Echter, door de relatief kleine subsidie voor deze sector hakt het er niettemin enorm in. Hier volgt de prijs die de bezuiniging op het architectuurbudget met zich meebrengt.

a. Beëindiging van de functie postacademische instelling (Berlage instituut)

b. Bezuiniging op Nederlands Architectuurinstituut (NAi) a 1 miljoen

c. Onderbrengen Internationale Architecuur Biennale Rotterdam bij het NAi. De biënnale kan daarmee niet op het zelfde niveau worden gehouden.

d. Het Stimuleringsfonds voor Architectuur wordt een overheidsgestuurd fonds

Een snelle analyse van deze ingrepen laat zien dat vooral wordt gekort op het internationale imago van Nederland en het economische bereik van de ontwerpsector dat daarmee gepaard gaat. NAi, IABR en Berlage instituut belichamen de grote internationale reputatie van de Nederlandse architectuur. Daarmee hebben ze ook een belangrijk deel in het zakelijke succes van de ruimtelijk-creatieve sector in het buitenland. Er wordt vanuit het Rijk en het bedrijfsleven regelmatig op ons als instellingen een beroep gedaan bij het bestendigen van dit succes. Ook in de overige sectoren wordt er flink gesneden in internationale functies: in de beeldende kunst en de letteren worden de festivals doorverwezen naar het fonds en bij de film worden internationale festivals gehalveerd in aantal (van 4 naar 2). Je kunt dus de conclusie trekken dat wordt voorgesteld om af te breken wat in 20 jaar is opgebouwd.

De schade bij het NAi gaat veel verder dan dit ene aspect. Er wordt weliswaar voor het NAi vanuit gegaan dat het voort kan gaan op de integrale basis van erfgoedfunctie, museumfunctie en podiumfunctie. Tegelijkertijd moet dit gebeuren met veel minder middelen. Dit is erg onrealistisch. Een miljoen, ook als deze deels wordt “gecompenseerd” door gelden voor de IABR, betekent voor het NAi dermate korting op de activiteitenbegroting, dat continuering van het NAi zoals we het kennen in het geding komt. Laat staan dat het zijn reputatie met verve gestand kan doen.

Een zelfde soort discrepantie tussen daadkracht in voorstellen en onkunde ten aanzien van het gesorteerde effect, wordt zichtbaar bij het advies met betrekking tot het Sfa. Aan de ene kant krijgt het fonds een brede stimuleringstaak, blijft financieel stabiel, en krijgt te maken met inmenging van andere overheden en ministeries. In het licht van de rest van het Raadsadvies zijn dit forse voornemens. Aan de andere kant belooft de Raad later dit jaar nog met een advies te komen over het functioneren van sectorinstituten en fondsen. Daarbij geeft de Raad vast aan van mening te zijn dat de fondsen initiatieven moeten faciliteren, en deze niet zelf moet uitvoeren.

Al deze observaties ten aanzien van wat er in het Raadsadvies staat, vallen in het niet bij alles wat er niet in staat maar er in de realiteit wel is. Wat heb je aan een advies dat zich vrijwel uitsluitend beperkt tot reductie van het bestaande, terwijl iedereen begrijpt dat het in deze tijd minstens zoveel moet gaan om de creatie van het nieuwe? En dan te bedenken dat innovatie en experiment leidend zijn geweest als een van de beoordelingscriteria om tot de Nieuwe Infrastructuur te komen. Hier blijven legio kansen om munt te slaan uit nieuwe dynamiek onbenut. Waar blijven de inzichten die ontstaan uit: de lessen van DutchDFA, de adoptie van Creatieve Industrie als topgebied, de ontwikkeling van het architectuurbeleid binnen een nieuwe configuratie van verantwoordelijke Ministeries, de relatie met het nationaal ruimtelijk beleid, de relatie met de innovatieagenda van het kabinet, de relatie met de erfgoedsector? Al deze zaken zijn essentieel om de impact van het advies te wegen en de inhoud zwaar te nuanceren.

Zelden zal zoveel verandering zijn voorgesteld op grond van zo weinig analyse.

In aanloop naar de hoofdlijnennotitie van de staatssecretaris, die begin juni verschijnt, is het zaak binnen de sector andere scenario’s op een rij te zetten. Daartoe beleggen de instellingen op korte termijn een schadeinventarisatielunch: maandag 9 mei aanstaande van 12.00 tot 14.00 uur in het Schieblock.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels