nieuws

Is er ruimte voor grote gebouwen?

Geen categorie

Rotterdam is een van de weinige steden die nog grote gebouwen met een hybride programma realiseert. Denk aan De Rotterdam, de Cité, de markthal… Ondanks de crisis leeft het gevoel dat deze bouwopgave nog steeds relevant is voor het creëren van vitale steden. Een goede reden voor AIR en de Architect om de handen ineen te slaan voor een congres over de betekenis van dergelijke bouwsels voor de stad en haar inwoners, hoe ze te realiseren zijn en welke condities ze nodig hebben.

Is er ruimte voor grote gebouwen?

De eerste Keynote spreker tijdens het congres Groot, Christian Rapp, gaf een historische en architectuurtheoretische lezing over het grote stadsgebouw. Hij liet aan de hand van enkele ingrepen in het stadweefsel van Amsterdam zien dat infrastructurele ingrepen, sociaal-economische vernieuwing en de realisatie van grote gebouwen onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Zo zorgde de aanleg van de metro onder de Wiboutstraat ervoor dat binnen enkele jaren meerdere kantoorkolossen werden gerealiseerd, en natuurlijk de prachtige studentenflat van Hertzberger.

 Christian RappChristian Rapp. Foto Susanne Tessa Müller

Monumentaliteit en representatie

Rapp verwerkte in zijn lezing handig het vraagstuk over monumentaliteit en representatie dat grote bouwwerken achtervolgt. Hij citeerde Hans Kolhoff, die in 1991 stelde dat gebouwen niet meer in staat zijn om uitdrukking te geven aan een groot programma. Rapp op zijn beurt opteerde voor een zoektocht naar logica, die zijn uitdrukking vindt in de vorm.

Dichtheid en duurzaamheid

Dat die logica in de werkelijkheid lastig te vinden is, bewees Joan Busquets tijdens zijn lezing. Hij begon zijn verhaal met de stelling dat de stad niet langer een veilige haven is voor zijn inwoners. Natuurrampen en geweld hebben ervoor gezorgd dat de economische drijfveer achter urbanisatie steeds minder opgaat. Deze nieuwe omstandigheden hebben behoefte aan nieuwe strategieën die uitgaan van de werkelijkheid en die de wensen van de maatschappij centraal stellen. Om de boot niet te missen, moeten architecten hun rol ten opzichte van deze maatschappij opnieuw definiëren.

Aan het einde van zijn betoog stond Busquets nog even stil bij de betekenis van grote gebouwen voor de stad. In zijn visie is hoge dichtheid een voorwaarde voor duurzaamheid. Dat grote gebouwen niet hoeven te leiden tot uniformiteit en hoge straatprofielen, toonde Busquets in een animatie waarin een blok wordt gefragmenteerd en herverdeeld in hoog- en laagbouw. Hierdoor ontstaat op buurtniveau een gevarieerd milieu. Busquets drukte zijn toehoorders tot slot op het hart dat projecten moeten bijdragen aan een duurzame bouwcultuur. Daarin is belangrijk dat er intensief wordt geleerd van elkaar en dat er samenwerkingsverbanden ontstaan.

Publieke waarde

Na de lunch volgden vier parallelsessies met als onderwerp stedelijke programmering, stedelijke gebiedsontwikkeling, opdrachtgeverschap en klantbehoeften en innovatie en duurzaamheid. Op een aantal plekken werden cruciale punten rondom de opgave bediscussieerd. Zo poneerde Kristiaan Borret, stadsbouwmeester van Antwerpen, de stelling dat de publieke waarde van een groot gebouw niet in, maar buiten het gebouw ligt. Het gaat vooral op de openbare ruimte en de route. Hij riep architecten op om vooral hun ambities terzijde te schuiven en te gaan voor maximale toegankelijkheid.

 Michiel Riedijk

Michiel Riedijk. Foto Eric Kampherbeek

Klantbehoefte

Michiel Riedijk stelde in de sessie over opdrachtgeverschap en klantbehoeften, dat grote gebouwen per definitie gericht zijn op een onzekere toekomst. Directeur Stadsontwikkeling Rotterdam Astrid Sanson zette deze stelling nog eens op scherp door te wijzen op het feit dat grote projecten veelal worden bedacht in tijden van hoogconjunctuur, maar opgeleverd worden tijdens de daaropvolgende periode van laagconjunctuur. Hieruit volgt de conclusie van Riedijk dat gebouwen dus voornamelijk royaal gedimensioneerd en neutraal in gebruik moeten zijn.

sprekers Groot Foto Bart Hoogveld

De vele kanttekeningen die hierbij te maken zijn, zorgden tijdens de verschillende sessies van die middag voor verhit debat. Want voor wie ontwerp je nog, als de eindgebruiker zo ver weg is? En wat heb je aan een gebouw dat boven alles neutraliteit uitstraalt? Erik Veldhoen twitterde zijn frustratie de wereld in: “er wordt gesuggereerd om grote gebouwen te maken zonder programma of gebruiker; hoe diep kunnen we zinken…”

Ook Lenny Vulperhorst trok fel van leer tijdens een gesprek over klantbehoeften. In Nederland zijn de ontwikkeltijden eenvoudigweg te lang, zo stelde hij. Volgens hem zijn er te veel obstakels op de weg: Adviseurs, onnodig complexe regelgeving en trage aannemers die alle risico’s willen dichttimmeren. De dynamiek in de stad is weg, die moet worden teruggewonnen door mensen zelf in staat te stellen de realisatie van wenselijke programma’s te ondersteunen. De architect moet in dit proces vooral dienstbaar zijn.

zaal Groot Foto Bart Hoogveld

Sellabuilding

Matthijs Bouw stelde in het verlengde hiervan dat het vooral belangrijk is om collectieve ruimtes te maken die gedragen worden door een gemeenschap. Hierbij refereerde hij aan het Groninger Forum, dat ondanks alle tegenwind, nog steeds gedragen wordt door de inwoners van de stad. Hij lanceerde het idee van Sellabuilding, refererend naar het fenomeen Sellaband, waarbij enthousiastelingen een onbekende band helpen bij het lanceren van een eerste album door vooraf te investeren.

Living Cities

Het slotakkoord van het congres werd verzorgd door John Thackara. Na een zwartgallig toekomstscenario geschetst te hebben voor de wereld zoals we die nu kennen, presenteerde hij de Living Cities-notie als een mogelijke uitweg uit de huidige ‘high entropy society’. Hierbij staat niet de leefbaarheid voor mensen, maar voor al het leven centraal; de stad als “Bioregion” met dezelfde complexiteit als een organisme. Thackara kwam hiermee terug op een punt dat reeds door Busquets werd aangeroerd: het is belangrijk om de stad in al haar complexiteit te begrijpen. In fragmenten is er genoeg kennis van de stad, maar om deze kennis te combineren, is vooral coördinatie belangrijk. “Get the big picture” in de woorden van Thackara.

 Harm Tilman verslag GROOTHarm Tilman. Foto Bart Hoogveld

Klein = ook groot

Harm Tilman besteeg aan het einde van de dag het podium om de conclusies van die dag op een rij te zetten. Volgens hem is Groot nog steeds relevant omdat veel plekken en programma’s zich hiervoor lenen. De corebusiness van de architect is het bedenken van concepten, daarin zit zijn toegevoegde waarde. Hij moet slimmer omgaan met klanten zodat ze bij oplevering hebben waar ze op dat moment behoefte aan hebben. Grootheid moet ontstaan vanuit de noden van de stad, maar vervolgens ook weer iets teruggeven aan diezelfde stad. Daarmee is de cirkel rond en kwam de lezing van Christian Rapp weer in gedachten. Daarin werd gerefereerd aan het begrip Grossform, dat door O.M. Ungers in 1966 werd gelanceerd. Hierbij wordt de grootheid van een gebouw niet bepaald door de kwantiteit, maar door de inhoud – een klein gebouw kan dus ook groot zijn.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels