nieuws

Variatie in plaats van standaardisatie

Geen categorie

De derde architectensessie ging over ‘industrieel bouwen’ en wat het kan betekenen voor de aanpasbaarheid en flexibiliteit van woningen. Er kwam echter veel meer aan de orde. Aan tafel zaten bouwprofessionals uit de hele bouwkolom en over de betekenis van de architect in de ontwikkeling van industrieel bouwen werd heel verschillend nagedacht. Merel Pit doet verslag.

Variatie in plaats van standaardisatie

“Ik denk dat de rol van de architect binnen de bouwkolom beduidend meer is uitgespeeld dan twintig jaar geleden”, steekt Douwe Kiestra, algemeen directeur bij Pranger-Rosier, meteen van wal. Volgens hem was de architect lang geleden nog een bouwheer, maar is hij nu alleen nog maar verantwoordelijk voor het ontwerp. “Zelfs het uittekenen gebeurt door tekenbureaus.” Maar dit neemt niet weg dat hij wel een ‘belangrijke’ rol ziet weggelegd voor de architect: “De architect is nodig om iets unieks te maken. Mensen willen niet in hetzelfde huis wonen. Ze willen andere voorkant dan de buren.”

Hij noemt zichzelf een ondernemende installateur, want het bedrijf heeft een soort van Duplo-systeem bedacht waarmee snel, veel en goedkoop woningen kunnen worden neergezet. Dit systeem is ontwikkeld in samenwerking met onderaannemers en fabrikanten, ‘co-bouwers’.

Industrieel bouwen is niet nieuw

Rick Wessels, mede-eigenaar van biq stadsontwerp, reageert eerst even op het betoog van Kiestra door te zeggen: “Ik ben mijn bouwcarrière ook begonnen met Lego, maar al snel kwam ik er achter dat daar behoorlijke beperkingen aan zitten”. Daarna plaatst hij het hele industrieel bouwen in een ander perspectief. Volgens hem bestaat het al sinds de Tweede Wereldoorlog. Kijk maar naar de Plattenbau in Oost-Duitland.

Alles behalve flexibel en aanpasbaar

Deze industriële bouwsystemen zijn echter alles behalve flexibel en aanpasbaar. Wessels stelt dat flexibiliteit en aanpasbaarheid niet direct in verband staan met industrieel bouwen, maar met de breedte, de hoogte en de overmaat van een ruimte. Hij vraagt zich dan ook af waarom we ineens allemaal over moeten gaan naar een andere manier van bouwen: “Stenen stapelen doen we al heel lang. Waarom moet het nu anders?”

Een methode, niet het doel

Paul van Pelt, mede-eigenaar van De Twee Snoeken, reageert hierop door te stellen dat industrieel bouwen slechts een methode is waarmee je je doel realiseert. Je moet van te voren bedacht hebben wat je wilt maken en daarvoor moet je kijken naar de behoefte. “Deze behoefte moet je vertalen naar zogenaamde zachte waarden als sfeer, ruimte, veiligheid.” Om hierop in te kunnen spelen heb je hele kleine bouwstenen nodig: “Lego heeft te weinig flexibiliteit. Wanneer je dan de juiste gestandaardiseerde bouwstenen bij elkaar hebt, kun je dankzij het systeem heel snel iets neerzetten”.

Volgens Wessels bestaan die bouwstenen echter al en is het de bestaande praktijk om daarmee te werken. “Er zijn al heel veel oplossingen, zoals standaard details, woningplattegronden, typologieën. Hierdoor is er weinig noodzaak om steeds opnieuw het wiel uit te vinden.”

Guus Verduijn aan het woord Guus Verduijn aan het woord

Industrieel bouwen om de kosten laag te houden

Ook Guus Verduijn, directeur Commercie bij Woonzorg Nederland, vindt de behoeftes van de gebruikers erg belangrijk. Die worden echter niet alleen vertaald naar zachte waarden, maar ook naar kosten. En daar komt industrieel bouwen om de hoek kijken: “Wij willen minder fouten bij oplevering en sneller en goedkoper bouwen”.

Organisatie en bezieling

Daarnaast is volgens hem de organisatie van het proces belangrijk. “Je moet al vroeg mensen bij het proces betrekken en afspraken maken waaraan iedereen zich verder houdt.” Hij vindt dat de beste projecten het resultaat zijn van een groep bezielde mensen die over hun eigen discipline heen durven kijken.

Vertrouwen is cruciaal

Koos Kok, architect en directeur van MASSA bureau voor architectuur, beaamt dit en voegt eraan toe dat het ook erg belangrijk is dat je elkaar al in het begin van het proces vertrouwen geeft. Vaak worden er halverwege toch door anderen keuzes gemaakt, waardoor het lastig is om je vak als architect goed uit te voeren.

Industriële systemen te veel gericht op kosten

Kok kent maar weinig goede industriële bouwsystemen. De meesten die hij kent zijn ontwikkeld vanuit de organisatie en de techniek, maar zijn daardoor te veel op de kosten en de standaard gericht. “De ontwikkelaars van deze systemen hadden zich af moeten vragen waar behoefte aan is. Dan waren ze uitgekomen bij variatie. En daar voorzien al die systemen juist niet in.” Hij ziet dat als een gemiste kans, omdat hett juist heel goed mogelijk is om variaties te maken wanneer je elementen prefabriceert in de fabriek.

“Helaas worden architecten vaak buiten de deur gehouden bij de ontwikkeling van deze systemen. Die zouden het onnodig duur maken. Terwijl ik graag zo’n systeem zou willen doorontwikkelen, zodat het beter aansluit op de vraag.” Daar ligt immers de kracht van een architect, die weet wat de woonconsument wil.

Rol architect niet helemaal uitgespeeld

Kiestra reageert op het betoog van Kok door te stellen dat de rol van de architect niet helemaal is uitgespeeld. “Ik ben alleen voor integraal managment en in dat proces kan de architect heel goed architectonisch vormgeven.” “Maar een architect kan veel meer”, zegt Wessels. Als dat zo is, dan moeten ze dat maar laten zien en dan kunnen ze wat Kiestra betreft een grotere rol krijgen.

Kok haakt in op de stelling van Verduijn dat na vijftig jaar nog maar tien procent van alle woningen waarde heeft. “Waarde heeft alles te maken met kwaliteit.” We zouden volgens hem alleen nog maar kwaliteit moeten maken en dan kan alleen door architecten in te zetten. “Wij zijn geen toefje slagroom of de duurmaker van het project.” Hij stelt dat architecten waarde kunnen creëren door waar te maken wat een opdrachtgever voor ogen heeft en daaraan mensen te koppelen.

Guus Verduijn en Kees Kok hebben een onderonsje Guus Verduijn en Kees Kok hebben een onderonsje

De toekomst: alles industrieel

Van Pelt haalt het gesprek weer terug naar waar het eigenlijk over gaat: industrieel bouwen. Volgens hem bouwen we in de toekomst alleen nog maar zo. “Elk gebouw kun je industrieel vervaardigen als je het informatieproces maar op orde hebt.” Volgens hem zie je nu een enorme fragmentatie in systemen. Die werken voor een deel van de markt maar niet voor iedereen. “Elke partij komt het zijn eigen oplossing”, aldus Van Pelt. Hij ziet toekomst in het hergebruiken van systemen, maar dan wel aangepast. En dat kan alleen als er genoeg informatie beschikbaar is. Daarom moeten we volgens hem naar een open situatie waarin uitwisseling plaatsvindt.

Een huis als een auto

Kiestra geeft het gesprek nog een wending en zegt: “Uiteindelijk komt het toch neer op het geld. Laten we daarom kijken naar de exploitatie”. Van een auto weet je precies wat die per kilometer en in het onderhoud kost, maar van een woning weet je dat niet. Daarom stelt hij voor om dat inzichtelijk te maken. Belangrijk zijn daarbij de installaties. Hij vindt dat installateurs moeten nadenken voordat ze maar van alles in een gebouw stoppen.

Verduijn voegt daaraan toe dat hij het als opdrachtgever inderdaad belangrijk vindt dan hij weet wat hij krijgt. “Vaak is de kwaliteit van wat er wordt opgeleverd bedroevend.” Wessels reageert hierop door aan te geven dat een groot voordeel van industrieel bouwen is dat de kwaliteit van componenten stabieler is, waardoor de opdrachtgever krijgt wat hij wil.

Ook vindt hij dat er naar de gebruikskosten moet worden gekeken, maar het verschil met auto’s is dat het gebruik van woningen dynamisch is. Daarom vindt hij het van groot belang om als architect niet alleen na oplevering woningen te bekijken, maar ook later als ze in gebruik zijn. “Bewoners en huurders hebben een enorme kracht om de woning aan te passen en naar hun hand te zetten. Door daarnaar te kijken, kom je er als architect achter waar de gebruiker behoefte aan heeft.”

Samenvattend

Tilman vat het dynamische gesprek aan het einde kort samen: “Het succes van industrieel bouwen hangt af van variatie. Daarnaast is het van belang om processen goed te organiseren en goede technische tools te ontwikkelen.” Industrieel bouwen heeft de toekomst, maar er moet nog veel gebeuren voordat we zover zijn. Hopelijk kan de architect zich een waardevolle plek toe-eigenen in dit proces.

Verslag: Merel Pit

 

Reageer op dit artikel