nieuws

De ondernemende architect

Geen categorie

De architectensessie van woensdag handelde over dé opgave van de komende jaren: herbestemming en verduurzaming. Harm Tilman vroeg zich af hoe je moet herbestemmen en of het een positieve uitwerking heeft op het milieu. De panelleden gaven op al deze vragen antwoord en kwamen tevens tot een nieuwe en centrale rol voor de architect in het herbestemmingproces. Merel Pit doet verslag.

De ondernemende architect

Lenny Vulperhorst, partner Andersson Elffers Felix, begint het gesprek met een mooie binnenkomer: “Het grootste deel van wat nu leegstaat, blijft leegstaan”. Volgens hem kan dit alleen veranderen als we de leegte in deze afgedankte gebouwen annexeren, want “je kunt niet iets herbestemmen of herontwikkelen dat er niet is”. Hij doet ook meteen een suggestie voor hoe deze annexatie zou moeten plaatsvinden: “Koop een breekijzer, strip een gebouw en begin er iets”. Het maakt hem niet uit wat: een crèche, winkel of atelier. Al deze ruimte vraagt er om te worden onteigend.

Lenny Vulperhorst aan het woordLenny Vulperhorst aan het woord

Alle leegstaande kantoren kraken

Paul Klunder, raadgevend ingenieur/directeur Bouwkunde/partner ABT, vindt het wel een leuk idee om alle leegstand op te lossen door deze plekken te laten kraken. Hij voorziet echter een probleem voor beleggers, wat betreft de waarde van de panden en voor de overheid in de zin van veiligheid. Hij vindt het idee van Vulperhorst een beetje overtrokken en relativeert de leegstand door het te vergelijken met een bos: “In een bos heb je gezonde en ongezonde bomen. Zo zijn niet alle kantoren even goed”. Hij gelooft er niet in dat je alles in stand kunt houden en vindt dat eigenaren op hun verantwoordelijkheid moeten worden gewezen om iets met de panden te doen.

Slopen is te gemakkelijk

Klunder voegt daar aan toe dat hij slopen een te gemakkelijke optie vindt. Volgens hem zijn er genoeg technieken om van leegstaande panden iets waardevols te maken. Anke van Hal, hoogleraar duurzaam bouwen aan de TUDelft en op Nyenrode Business University, valt hem bij. Zij is ook niet voor slopen, maar “sommige plekken staan gewoon in de weg”. Wat volgens haar een succesvolle herbestemming is, is Granville Island in Vancouver. Hier is met veel maatwerk iets gemaakt, waarbij is uitgegaan van de potentie van de locatie. Zo kon een nieuwe economie ontstaan.

Goede programmering voor succes

Tilman reageert hierop door te zeggen dat in Vancouver vooral de programmering heeft geleid tot succes. Van Hal beaamt dit en zegt dat een dergelijke ontwikkeling niet kan ontstaan door te beginnen met grote bedrijven, maar juist met kleine. Op deze manier ontwikkelt het gebied zich langzamer, maar wel stabieler. Dit betekent tevens dat je als stad niet bang moet zijn voor tijdelijkheid. Daarnaast was de randvoorwaarde in dit geval dat alles duurzaam moest zijn.

Paul de Ruiter, eigenaar van Architectenbureau Paul de Ruiter, vindt tevens de ontwikkeling van Granville Island heel aantrekkelijk. Op een creatieve manier is hier nieuw leven ontstaan. Hij denkt dat voor binnenstedelijke gebieden deze manier van herbestemmen goed kan werken. De druk is daar hoog genoeg. Hij vraagt zich echter af hoe het zit met de verlaten gebieden buiten de stedelijke context.

Vraag het aan de buurt

Vulperhorst heeft hiervoor een oplossing: “Vraag het aan de buurt”. Zij hebben het meeste last van zo’n gebied en kunnen het in beslag nemen om er iets moois van te maken. Van Hal reageert nuchter door te zeggen dat dit niet altijd lukt. Zij vindt dat je dan moet erkennen dat het gebied mislukt is en dat er dan iets nieuws moet komen. “Wanneer dit het geval is moeten de panden weer aantrekkelijk worden gemaakt door ze te verduurzamen”, aldus De Ruiter.

 Paul Klunder (ABT) aan het woord Paul Klunder (ABT) aan het woord

Nieuwe verdienmodellen

Maar de vraag is dan: wie betaalt deze investering? Klunder zegt dat hiervoor andere verdienmodellen nodig zijn. Van Hal is het met hem eens: “We zitten nu in een overgangssituatie die andere modellen verlangt en moed vereist”. In plaats voor mogelijke gebruikers te denken, moeten ze worden betrokken. “Je moet iets maken wat mensen willen, anders moet je er niet aan beginnen”, aldus de hoogleraar. Klunder voegt hieraan toe dat de overheid ook een taak heeft: zij moet goed gaan luisteren. “Als de markt meer vanuit de vraagkant gaat kijken, dan moet de regelgeving zich daarop aanpassen.”

Verslaafd aan grootschaligheid

Iets anders dat moet veranderen is volgens Vulperhost dat de bouwsector verslaafd is aan grootschaligheid. “We hebben de afgelopen jaren allemaal monolithische dingen naast elkaar gezet, maar we moeten terug naar functiemening.” Hij meent dat we daarvoor veel kleinschaliger moeten denken. “We zijn de ambachtelijkheid in het bouwen kwijt geraakt.”

Een duurzamere stad

Tilman vroeg de panelleden: “Op welke manier moeten we herbestemmen als we de stad duurzamer willen maken?” Van Hal reageert hierop met de stelling dat de belangen van mensen moeten worden behartigd op zo’n manier die gezond is, energiezuinig, etc. Duurzaamheid moet op alle fronten terugkomen in een ontwikkelingsproces.

Volgens Klunder begint duurzaamheid bij jezelf. “We leven in een consumptiemaatschappij. Onze houding ten opzichte van onszelf en je omgeving moet veranderen.” Wat de duurzaamheid van de gebouwde omgeving betreft, vindt hij dat er zo weinig mogelijk moet worden gesloopt. De opdrachtgever kijkt bij een vergelijking tussen nieuwbouw en herbestemmen alleen naar de cijfers onderaan de streep. Daar moeten we volgens hem vanaf en dat kan alleen wanneer de overheid door een andere regelgeving het gemakkelijker maakt om te herbestemmen.

De Ruiter is het met hem eens. Dan zou het ombouwen van oude kantoren naar scholen, zoals Klunder zich kan voorstellen, ineens financieel wel aantrekkelijk zijn. Hij ziet tevens kansen voor de zorg: “Over tien jaar zal door de toename van het aantal Alzheimerpatiënten de vraag naar zorg zo enorm zijn gestegen, dat we daar niet eens genoeg plek voor hebben”.

Burgers moeten het doen

Er is dus wel vraag naar ruimte, maar toch staan er panden leeg. Vraag en aanbod ontmoeten elkaar niet. Volgens Vulperhorst kan dit alleen veranderen als de burgers initiatief nemen, dat pas gebeurt wanneer zij zich voldoende ergereren. Zij zouden het niet moeten pikken dat in Amsterdam kantoren leegstaan, terwijl er tegelijkertijd woningnood is.

Van Hal ziet echter tevens een rol weggelegd voor professionals. Volgens haar vragen mensen alleen om wat ze kennen. “Er moeten nieuwe antwoorden komen op hun vragen. Burgers vragen om een huis en een tuintje, maar wat ze eigenlijk willen is een stukje privacy en een veilige buurt voor de kinderen om te spelen.”

Toegevoegde waarde van de architect

Met deze laatste opmerking zegt Van Hal impliciet dat de architect wel degelijk iets kan betekenen in het proces van herbestemmen. De Ruiter is het hier als architect mee eens: “Architecten kunnen op een andere manier kijken. Doordat zij creatief denken, kunnen zij nieuwe oplossingen bedenken voor leegstaande gebouwen.” Hij vindt zelfs dat er een nog grotere rol voor hem en zijn vakgenoten is weggelegd: “Architecten zouden gebouwen moeten adopteren, gebruikers moeten zoeken en met een volledig plan naar beleggers gaan”. Op deze manier wordt de architect tevens ondernemer, wat van groot belang is voor zijn positie.

Betaald krijgen voor ideeën?

Tilman vraagt zich echter af of ook niet het verdienmodel van architecten moet veranderen. De beroepsgroep krijgt volgens hem pas in een veel te laat stadium in het bouwproces betaald. Een architect zou ook geld moeten krijgen voor zijn ideeën. Vaak leveren ze die gratis nog voordat ze een opdracht binnen hebben gehaald. Maar De Ruiter ziet hierin geen toekomst: “Ideeën zijn vaak generiek en daarnaast is het goed dat ze vrij zijn. Op die manier kun je samenwerken.” De waarde van architecten zit volgens hem in het integraal kunnen denken: “dat kunnen architecten bij uitstek”.

Ondernemende architect

Vulperhorst kan zich goed vinden in ‘de ondernemende architect’. Volgens hem is het grote voordeel van architecten dat zij hun stad of regio goed kennen. “Zij weten wat waar zou kunnen, maar ze moeten niet gaan zitten afwachten. Ze moeten zelf initiatief nemen en zelf mensen mobiliseren.” Klunder vindt echter dat je niet alleen van architecten participatie kunt vragen: “Ook de opdrachtgever moet verantwoordelijkheid nemen door niet de architect uit te buiten, maar hem ruimte te geven”.

Volgens de panelleden speelt de architect dus een belangrijke rol in de herbestemmingsopgave, die de komende jaren alleen maar groeit. Als dit nou eens realiteit zou worden, dan komt het wel goed met de architectenbranche.

Verslag: Merel Pit

 

Reageer op dit artikel